zeus.jpeg

Zolang er leven is  

3.1        Een stervende stad   

3.2        Poseidons Geschenk   

3.3        Liefde en Lauwerkrans  

3.4        Oorlog en Offer  

3.5        Aphrodite’s Bomen 

De machtigste god van allen is Zeus, de vader van goden en mensen.

Zeus is de jongste zoon van de titanen Kronos en Rhea. Kronos slokt na hun geboorte al zijn kinderen op, maar in de plaats van Zeus, geeft Rhea hem een steen. Zeus groeit op, haalt zijn broers en zusters terug en verslaat de titanen. Hij heeft 7 echtgenotes: Metis, Themis, Eurynome, Demeter,  Mnemosyne, Leto en Hera en daarnaast ontelbare minnaressen. Hij heerst vanaf de Olympos en verleent koningen hun gezag. De bliksem en de adelaar zijn zijn belangrijkste symbolen.

 

Met dat doel worden sinds mensenheugenis de spelen gehouden, die hem zo lief zijn.

Volgens de overlevering gaf het orakel van Delphi aan de Spartaanse wetgever Lykourgos de opdracht om de spelen terug in te stellen, ”omdat ze de goden zo lief zijn”.

 

Beide goden bevonden zich op de Peloponnesos, in een dicht begroeid bosje op de oever van de rivier Eurotas, genoemd naar de allereerste koning van dit gebied.

De Eurotas ontspringt in het grensgebied tussen Arcadië en Laconië en stroomt langs Sparta naar de zee. In de Oudheid was het een imposante stroom, die in het regenseizoen moeilijk over te steken viel. In de bedding groeit nog steeds het riet, waar de Spartaanse kinderen hun matrassen mee opvulden. Het was de mythische koning Eurotas, die het moerasgebied drooglegde door het water af te voeren langs een rivier, die hij zijn eigen naam gaf. Hij had geen mannelijke troonopvolgers en schonk het koninkrijk aan zijn schoonzoon Lakedaimon. Deze Lakedaimon noemde de stadsstaat vervolgens naar zijn vrouw: Sparta.

 

En over Atalante, het meisje dat kort na hun aankomst in Sparta geboren was.

Atalante is volgens de mythe een sportieve jonge vrouw, die bijzonder snel kan rennen. Ze wenst alleen te trouwen met iemand die haar in een hardloopwedstrijd kan verslaan. De jongeling Hippomenes krijgt van de liefdesgodin Aphrodite drie granaatappels, die hij één voor één laat vallen. Atalante kan de verleiding niet weerstaan om ze op te rapen en zo verslaat hij haar en wordt haar echtgenoot.  

 

De integratie van de twee gezinnen in de strakke Spartaanse maatschappij was veel vlotter verlopen dan iedereen hadden verwacht, zeker wat Brises en Kleta betrof.

Omstreeks 640 v.C. begint men de maatschappij onder te verdelen in klassen: burgers (homoioi, lett: “gelijken”) en minderen (perioiken, lett: “rondomwoners”). De hoogste klasse beschikt over alle politieke rechten en heeft alle grond in eigendom. De perioiken mogen eventueel meevechten in het Spartaanse leger, houden zich bezig met kunst, kleinhandel en ambachten en bouwen en bemannen schepen. Ze mogen niet stemmen. Daarnaast zijn er heloten (oorspronkelijke bewoners van het gebied rond Sparta), die eigendom zijn van de gemeenschap, het land bewerken en de helft van hun oogst moeten afstaan.

 

Tot zijn verrassing behoorde ze tot één van de twee Spartaanse koningsgeslachten, dat van de Eurypontiden.

Sparta is een dubbelmonarchie. De twee koningen hebben religieuze verplichtingen en militaire macht. Er zijn twee koninklijke families, de Agiaden en de Eurypontiden. Zij worden als halfgoden vereerd. Daarnaast bestaat er een raad van 28 ouderlingen (gerousia). Ze zijn voor het leven benoemd en doen samen met de koningen voorstellen aan de volksvergadering (apella: alle mannelijke burgers vanaf 30 jaar), die de voorstellen enkel kunnen aannemen of verwerpen. Er zijn geen discussies mogelijk. Er zijn 5 magistraten (ephoren) die voor één jaar benoemd worden om recht te spreken en controle uit te oefenen. Wanneer er nieuwe magistraten verkozen worden, moeten de Spartanen om ter hardst schreeuwen ten gunste van één of andere kandidaat. Een koning heeft geen rechterlijke macht, maar kan zelf wel berecht worden, op beschuldiging van één van de ephoren, de raad van oudsten of een andere koning.

 

Ze was zelfs voorbestemd geweest om te huwen met één van de regerende koningen, Agis II, die haar neef was.

Agis II (eind 5de eeuw v.C.) is één van de twee koningen van Sparta uit het huis van de Eurypontiden en regeert met zijn echtgenote Timaia.

 

Het respect voor Brises als Kleta’s redder was al groot en het werd nog groter, toen de Spartanen te weten kwamen dat hij een paardenfokkerij bezat.

Vanaf het midden van 6de eeuw v.C. ontstaat er een rijke Spartaanse minderheid die zeer kostbare kuddes strijdkarpaarden bezit. Het paard speelt een belangrijke rol. Veel Spartaanse namen hebben met paarden te maken. Ook bij de aristocratische families in andere Griekse steden blijven paardennamen populair, zoals Philippos (“paardenvriend”), Hippokrates (“paardenkracht”),… Een populaire anekdote vertelt over een aristocratische moeder die haar zoon een paardennaam wil geven, terwijl de vader vooral belang hecht aan spaarzaamheid. Het kind wordt uiteindelijk Pheidippides genoemd (“Spaar de paarden”).

 

Op voorspraak van koning Agis stelde de raad van oudsten voor om hem het burgerschap toe te kennen.

Het Spartaanse burgerschap wordt slechts bij grote uitzondering aan vreemdelingen toegekend. Eén van de enige voorbeelden is de ziener Teisamenos van Elis, die samen met zijn broer burgerschap verkrijgt uit dankbaarheid voor hun bijdrage aan het behalen van de overwinning op de Perzen.

 

Sindsdien at Brises aan de tafel van de koning.

De Spartaanse burgers hebben een precaire minderheidspositie tegenover de heloten en dus is het noodzakelijk om eensgezind te blijven. Daarom dragen ze hetzelfde kledingstuk en worden ze gezamenlijk opgevoed. Ze leven in een maatschappelijke structuur, die in wezen een gereglementeerde permanente oorlogstoestand is. Tot 30 jaar behoren de burgers bij een groep “tentgenoten” of “tafelgenoten”. Ze hebben geen toegang tot de agora en geen burgerrechten. Ze worden niet geacht om veel tijd met hun gezin door te brengen. Men laat geheime ontmoetingen wel toe, opdat er kinderen voortgebracht kunnen worden. Ook na hun dertigste gebruiken burgers nog ‘s avonds gemeenschappelijk de maaltijd (syssitia) met de tentgenoten en eten ze samen hetzelfde voedsel. Alle leden dragen bij aan de kosten en eisen van hun tafel. Dit kan door de opbrengst van het stuk land, dat hen door de stad ter beschikking wordt gesteld en dat wordt bewerkt door heloten. Man kan er ook voor op jacht gaan. Aanwezigheid is verplicht tot 60 jaar.

 

Het was voor niemand een verrassing, toen hij niet veel later om de hand van Kleta vroeg.

Mannen trouwen halverwege de 20, met de plicht om kinderen voort te brengen. De bruid is meestal een jonge vrouw van ongeveer 18 jaar, van ouders uit de burgerij. Als de vrouw een erfgename is, kan ze met meerdere broers tegelijk trouwen.

 

Een Spartaanse vrouw stuurde man of zoon de oorlog in met de woorden: “Kom op of met je schild thuis, anders niet.”

Een vluchtend soldaat werpt zijn schild weg. Wie zonder schild thuiskomt, is dus een lafaard. Dikwijls dopen vluchtende soldaten hun speer in het bloed van een gevallen vijand, om toch niet zonder bloed op de wapens terug te komen. Het ergste wat een Spartaan kan overkomen, is als laf aanzien te worden. Lafaards worden bibberaars genoemd en op straat beledigd, uitgelachen en geslagen. Spot is één van de belangrijkste sociale bindmiddelen.

 

En wanneer ze ten strijde trokken, hulden ze zich in rood, zodat de bloedspatten niet opvielen.

Opmarcherende Spartanen zijn van ver te herkennen aan hun purperen mantels om de bloedspatten te verbergen.

 

“En zeker de dood van Perikles en van zijn zonen bij Makaria heeft haar zwaar geraakt.”

In 429 V.C. sterft Perikles eveneens aan de pest, na zijn twee zoons en de rest van zijn familie. Hij heeft 40 jaar over Athene geregeerd en is 15 jaar achter elkaar verkozen tot strateeg. Wanneer Perikles stervende is, toont hij een vriend een amulet dat vrouwen rond zijn nek gehangen hebben met de woorden: “Het is ver gekomen dat ik dit soort nonsens nu al toelaat.” Hij heeft nooit geloofd in willekeurige toorn van de goden als verklaring voor rampspoed.

 

"Om nu meteen zijn opvolger Kleon als een verdwaasde Aias de oorlog in te sturen…”

Perikles wordt opgevolgd door de demagoog Kleon, die minder gematigd is. In 428 v.C. neemt die bloedig wraak voor afvalligheid van de stad Mytilene op Lesbos. In 425 v.C. bezetten de Atheners Pylos aan de Messeense kust en het daarvoorliggende eiland Sphakteria. Hierbij sneuvelt een derde van het volledig hoplietenleger van Sparta. Kleon wijst twee Spartaanse vredesvoorstellen van de hand, maar dan keert het lot zich tegen de Atheners. Sparta verovert Amphipolis en Kleon sneuvelt bij een heroveringspoging, net zoals de Spartaanse leider Brasidas. In 421 v.C. wordt door de Atheense generaal Nikias de vrede van Nikias gesloten voor vijftig jaar, maar die blijft dode letter. Athene brengt een Argeïsche Liga op de been, maar die wordt in 418 v.C. door Sparta, onder leiding van koning Agis II, verslagen in de slag bij Mantinea.

 

Aias de grote is een Griekse held, die meestrijdt tegen Troje. Hij wordt door Athena met waanzin geslagen en gaat een kudde schapen te lijf.

 

Als zij zijn aandacht niet had afgeleid, had hij misschien eerder de briljante generaal Brasidas in de strijd gestuurd en Sparta voor enkele dramatische nederlagen behoed.

Brasidas (tweede helft 5de eeuw v.C.) is een Spartaanse generaal, die de ephoren overhaalt om de Atheners in hun koloniën en bondgenoten aan te vallen.

 

Daarnaast was ze lang, sterk en pezig en het was duidelijk dat ze gezonde kinderen zou baren.

Spartaanse meisjes trainen overdag in een kazerne, maar slapen thuis. Zij leren hardlopen, worstelen en andere sporten, die naakt worden beoefend. Dit bereidt hen voor op het baren van sterke, gezonde kinderen. Zij houden wedstrijden in dansen, bedoeld om gezonde en ambitieuze burgeressen te kweken. Zij dragen geen schoenen en als kleding een rechthoekige lap stof, vastgemaakt over één schouder. Zij dragen het haar kort.

 

Maar de orakeluitspraak kon niet zomaar genegeerd worden.

De Spartanen hebben een extreme eerbied voor goden en helden. Ze beschouwen zichzelf als afstammelingen van de held Herakles en laten zich daarom ook Herakliden noemen. (Alleen Dionysos geniet minder respect. Dronkenschap wordt heel zwaar afgekeurd, omdat het de alertheid vermindert. Heloten worden zelfs dronken gevoerd, om de negatieve gevolgen van drankmisbruik te demonstreren.) Zij hechten veel belang aan het oordeel van het orakel en vrezen de toorn van de goden meer dan andere Grieken.

 

In Sparta werd Aphrodite op een heel eigen wijze vereerd.

Vooral in Sparta wordt Aphrodite als “krijgshaftige” vereerd en wordt zij tot op zekere hoogte zelf een godin van de oorlog. Daar heeft ze een tempel met een zeer oud beeld van haar, dat van wapens is voorzien.

 

Een schrijver konden ze in Sparta altijd gebruiken, dus Philemon kreeg al gauw zijn handen vol, eerst met werk voor rijke Spartanen en vervolgens ook in opdracht van de stad.

Lezen van boeken wordt niet aangemoedigd. Zelfs degenen die een paar woorden konden schrijven, zien de noodzaak niet in van het schrijven van lange teksten. In Sparta is slechts de koorlyriek van de 7de eeuw v.C. van enige culturele betekenis, met Alkman als belangrijkste vertegenwoordiger.

 

In Sparta werden vrouwen meer gerespecteerd dan in Athene.

In tegenstelling tot in Athene heeft een burgervrouw in Sparta na haar huwelijk de beschikking over zichzelf en over haar meegebrachte grondbezit. Zij heeft veel vrijheid, tot afkeer van de andere steden. Zij moet de beslissingen nemen als de mannen naar de oorlog zijn.

 

Een echte Spartaanse burgeres wist pas op het moment dat de ouderen dat subtiele hoofdknikje gaven, of ze haar kind niet vergeefs gedragen had.

In Sparta worden baby’s van de burgerij geïnspecteerd door de raad van oudsten  en als er twijfel is over de gezondheid, worden ze naar de bergen gebracht om te sterven.

 

“Ohlala… Daar heb je Hippotes, de zoon van Brasidas,” murmelde ze, met ogen die schitterden van opwinding.

Over het privéleven en/of eventuele zonen van Brasidas is niks bekend. Hippotes is genoemd naar de vader van Aiolos (bewaarder van de winden).

 

“Nee, Tyro, zo niet! Je moet veel meer druk op je knieeën zetten!”

Tyro is genoemd naar de koningsdochter uit Iolkis, die verleid wordt door Poseidon en hem de tweeling Pelias en Neleus baart. Pelias wordt de machtsbeluste koning, die Iason op expeditie zendt om het gulden vlies te gaan zoeken.

 

Apollo schudde het hoofd en vervoegde zijn moeder en Aphrodite op de agora voor het hoogtepunt van het feest, de dansende knapen.

Het woord “gymnopaedie” (gymnopaidiai) betekent zoveel als “naakte kinderen”. Het is het jaarlijkse zomerfeest in Sparta, waar Grieken van overal op afkomen. Gedurende een tiental dagen wordt er door kinderen en jongeren (meisjes en jongens, samen en gescheiden) naakt gedanst rond de standbeelden van Leto, Apollo en Artemis op de agora. Deze dansen zijn gestileerde versies van gevechtstechnieken. Op de laatste dag nemen ook jongvolwassenen deel, in het theater, waar zij aan balspelen en boksen doen. Alle dansen en sporten zijn bedoeld om kracht, behendigheid en weerbaarheid te testen en te demonstreren. Het is ook de gelegenheid om geschikte huwelijkskandidaten te keuren. De naaktheid van de deelnemers zorgt voor uniformiteit, heel belangrijk in de Spartaanse samenleving.

 

Deze kinderen leefden vanaf hun zeven jaar samen in een kazerne, waar ze twee dingen leerden: gehoorzamen en uitblinken.

Spartaanse jongens worden vanaf 7 jaar in een kazerne opgevoed, in leeftijdsgroepen onder leiding van mentoren. Net zoals de meisjes hebben ze kort haar en dragen ze alleen een mantel. Op bepaalde tijden krijgen ze zweepslagen, ook al hebben ze niets gedaan. Zo leren ze pijn verdragen. Gehoorzaamheid aan ouderen is vanzelfsprekend. Ze lopen verplicht op blote voeten, slapen buiten of op harde strozakken. In elke groep is er selectie en competitie. Een uitdaging is het om kaas te roven van een altaar, waarbij de verdedigers van de kaas proberen de dieven met de zweep af te ranselen. De jongens krijgen geen leervakken onderwezen, maar volgen een soldatenopleiding. Van 16 tot 20 jaar klimt een Spartaan op van de 1ste tot de 4de graad. Vanaf 20 jaar wordt een Spartaan opgenomen in het reguliere leger om de opleiding verder te voltooien, tot zijn 30ste.

 

Onbeschofte, mottige kykloop die je bent!”

Kyklopen zijn zonen van Gaia en Ouranos. (In de Odysseia van Homeros zijn het zonen van Poseidon.) Het zijn éénogige reuzen, die Hephaistos bijstaan in zijn goddelijk smidse. Ze vervaardigen de bliksemschichten van Zeus.

 

Atalante werd opgevorderd voor de delegatie naar de komende Olympische Spelen, niet als deelnemer uiteraard, maar als randanimatie.

Bij de Noordwest-Grieken hoort een stam die zich Graekoi noemt. Het zijn de Romeinen die deze term invoeren voor alle Grieken. Zelf spreken ze meestal van Hellenen. Maar ze beschouwen zich slechts af en toe als één volk, nl. bij de 4 panhelleense spelen:

  • Olympische Spelen ter ere van Zeus (Olympia)

  • Pythische Spelen ter ere van Apollo (Delphi)

  • Nemeïsche Spelen ter ere van Zeus en Herakles (Korinthos)

  • Isthmische Spelen ter ere van Poseidon (Sikyon)

De Olympische Spelen hebben om de vier jaar plaats, elke negenennegentigste maand bij volle maan (tussen 6 augustus en 19 september). Dit is de rustperiode voor landbouwers.

 

Vrouwen zijn niet toegelaten, noch als deelneemster, noch als toeschouwster. Enkel de hogepriesteres van Demeter woont de spelen bij, omdat Demeter hier reeds vroeger een heiligdom had.

 

“Dat zou ik doen als ik je had laten vallen!” had hij laconiek gezegd.

Spartanen leren kort en stug spreken. Ze maken zich niet druk en moeten alles zeggen met zo min mogelijk levendigheid of beeldspraak (“laconiek”).

 

Baukis haalde een uitspraak van de bekende hekeldichter Xenophanes aan.

Xenophanes van Kolophon leeft tussen 565-470 v.C. en is de leraar van Parmenides van Elea (°rond 512 v.C.-rationalistisch filosoof). Hij bekritiseert de traditionele opvattingen en merkt op dat mensen hun goden portretteren naar hun eigen beeld. (“Als dieren konden schrijven of tekenen, zouden ze de goden ook net zo voorstellen als zichzelf). Hij bespot de Olympische Spelen. (“Het is een slechte gewoonte om spieren boven hersens te stellen. Wordt een stad beter bestuurd omdat er goede boksers en hardlopers wonen? Vinden wij er baat bij, als iemand met een olijfkrans uit Olympia terugkeert? Daar worden we niet vet van!”)

 

Het was immers één van de meest geëerde Spartaanse voorvaderen geweest, die de Spelen na generaties onderbreking terug had ingevoerd, op vraag van het orakel nog wel.

Het is de legendarische Lykourgos van Sparta, die in 776 v.C. samen met koning Iphitos van Elis de Olympische Spelen opnieuw ingevoerd zou hebben, na een orakeluitspraak.

 

“Ik heb nooit om slaven gevraagd!” merkte ze op, wat niet terzake deed, maar wel waar was.

De stad Sparta heeft het beschikkingsrecht over de slaven. Ze kunnen door burgers onderling verkocht en gekocht worden, maar niet vrijgelaten.

 

Tijdens de Olympische Spelen heerst er godsvrede.

De godsvrede tijdens de Olympische Spelen betekent dat iedereen zich vrij en ongehinderd naar Olympia kan begeven, ook al voert de weg door vijandelijk gebied. Inbreuk hierop wordt zwaar bestraft.

 

De deelname aan de festiviteiten in Olympia was voor de Spartanen één van de weinige toegestane redenen om te reizen en het was een enorme gebeurtenis.

In Sparta heb je toestemming van de overheid nodig om buiten het grondgebied te reizen.

 

Olympia ligt in Elis (noordwesten van de Peloponnesos). De Alpheus, de grootste rivier van de Peloponnesos, stroomt erlangs. Het middelpunt van de vlakte van Olympia is een aan Zeus gewijd bos, Attis genaamd.

 

Koning Agis II reed aan het hoofd van de optocht, op één van Brises’ prachtige witte paarden, met zijn gouden aureool om zijn golvend gekapte lokken.

Spartaanse mannen dragen het haar lang. Volgens hu legendarische wetgever Lykourgos “draagt lang haar bij tot bewondering voor een mooi gezicht en tot vrees voor een lelijk gezicht.”

 

Hippotes was inderdaad al sinds zijn twintigste lid van de koninklijke garde.

Vanaf 20 jaar kunnen jongens uitgekozen worden voor de elitegroep van de koninklijke lijfwacht, de zogenaamde ridders. Zij zijn met 300 in totaal en één tegenstem kan een kandidaat reeds uitsluiten. De niet-verkozenen worden elk jaar aangemoedigd om de verkozenen uit te dagen en te bevechten. In een oorlog vechten ze mee met de elitesoldaten, niet bij de cavalerie.

 

“Wij gingen zwemmen…,” lachte de één.

De meeste Grieken leren al heel jong zwemmen en ze blijven het hun hele leven bijna elke dag doen.

 

Maar haar aanranders waren jagers uit de streek.

Jagers maken gebruik van allerlei technieken, maar het zetten van een val of net is het meest gebruikelijk. Vogels worden geschoten met boog of slinger. Eventueel worden jachthonden gebruikt. Vissen wordt beschouwd als een onwaardige bezigheid, veel minder eervol dan jagen, dat gezonde lichaamsbeweging inhoudt.

 

“Bij de zonen van Zeus, leer toch eens te luisteren naar mensen met levenswijsheid! Heeft je tante je niet gewaarschuwd? ”

Spartanen hebben een grote verering voor de heldentweeling Kastor en Polydeukes, zonen van Zeus en de Spartaanse koningin Leda, die samen als Zeuszonen (dioskouren) vereerd worden. Zij worden later aan de hemel geplaatst als het sterrenbeeld Tweelingen.

 

Ze had zich nog niet helemaal verzoend met het feit dat Zeus recent zijn eigen tempel gekregen had naast de vorige, die ze altijd samen hadden gedeeld.

In 438 v.C. wijkt Pheidias uit naar Olympia en hij maakt daar het beroemde beeld van Zeus Olympios. Het is 12 m hoog en bestaat uit een houten kern, bekleed met ivoor en goud. Op het hoofd draagt de god een olijfkrans van groene edelstenen, in de rechterhand een Nike (godin van de overwinning) en in de linker een scepter met een adelaar. Hij is gezeten op een troon van ebbehout en brons, versierd met juwelen, goud en ivoor.

 

Voordien werden Hera en Zeus gezamenlijk vereerd in de Heratempel (heraion). Tot op vandaag wordt de Olympische vlam in deze ruïnes aangestoken. Na de bouw van de nieuwe Zeustempel dient het heraion nog om het bewijs van de godsvrede te bewaren (een bronzen schijf van koning Iphitos van Elis) en het tafeltje waarop de olijfkransen voor de winnaars worden uitgestald.

 

Het standbeeld werd nu al een vierde wereldwonder genoemd!

De zeven wereldwonderen uit de Oudheid worden beschreven in teksten uit de 3de-2de eeuw v.C.:

  • Piramide van Cheops (2 551-2 472 v.C.)

  • Hangende tuinen van Babylon (7de eeuw v.C.?)

  • Tempel van Artemis te Ephese (ong. 550 v.C.)

  • Graf van Mausollos (mausoleum) te Halikarnassos (4de eeuw v.C.)

  • Kolossos van Rhodos (ong.300 v.C.)

  • Vuurtoren (pharos) van Alexandria (297-283 v.C.)

  • Beeld van Zeus te Olympia (435 v.C.)

(In 416 v.C. zijn er dus nog maar 4.)

 

Zeus had alle wolken tussen Thessalia en Elis weggeblazen, zodat ze het schouwspel goed konden volgen.

De berg Olympos ligt in Thessalia, het Olympia-heiligdom in Elis, meer dan 500 km van elkaar verwijderd. Voor goden is dit een verwaarloosbare afstand.

 

Al vond ze niet alle wedstrijden even interessant, zoals de loopnummers bijvoorbeeld.

Volwassen deelnemers aan de spelen kunnen deelnemen aan:

  • 4 loopwedstrijden: stadion (180m/192m), diaulos (ong. 400m), dolichos (3,2 km), hoplietenrace (350-400m)

  • worstelen

  • boksen (met lederen riemen, die de handen beschermen)

  • pankration (zo goed als zonder regels, maar toch minder gevaarlijk dan het boksen, omdat er geen harde handschoenen worden gebruikt)

  • pentathlon (discuswerpen, verspringen, speerwerpen, stadion, worstelen)

  • paardenraces: ruiterwedstrijd, tweespan, vierspan (tethrippon, lat: quadriga), waarvan het vierspan het meest prestigieus is

Voor jongeren worden vooral stadion, worstelen en boksen georganiseerd.

 

Maar de hoplietenrace, waarbij de deelnemers in volledige wapenrusting moesten rennen, was dan weer wel boeiend.

De hoplieten zijn de zwaarbewapende strijders, de opvolgers van de aristocraten te paard. Hoplieten dragen een borstpantser als ze het kunnen betalen, maar zijn vanaf het middel zo goed als naakt. Het harnas bestaat uit een voor- en achterplaat van metaal of gewatteerd linnen, met haken aan elkaar vastgehecht. Het onderste deel van een pantser bestaat uit leren schubben om de bewegingen niet te hinderen. In plaats van een harnas kan een maliënkolder gedragen worden, op een leren stuk aangebracht. De hoplieten hebben een lichte helm zonder versieringen: een vilten bol met een metalen bol erover. Op de metalen bol wordt een paardenharen kam bevestigd om groter te lijken. Hij is voorzien van wang-, neus en nekbeschermers. Ijzeren scheenplaten bedekken het been van de knie tot de enkel. Het schild is van brons en meet 90 cm. Aan de buitenkant is het soms versierd met een Gorgonenhoofd of andere geluksbrengers. Het wordt vastgehouden met een dubbele greep binnen de rand. Onderweg wordt het aan een schouderriem gedragen in een foedraal. Het schild heeft onderaan een lederen franje ter beschutting van de benen. De lans is ongeveer 2 m lang met aan beide zijden een spitse punt, zodat hij in de grond gestoken kan worden. Er is ook een kort zwaard ter ondersteuning van de lans.

 

Ze zag het al voor zich, hoe Leto met veel genoegen de krabber zou hanteren over dat mooi geprononceerde mannenlichaam…

Atleten smeren zich in met olijfolie.  Voor het baden schraapt men zich de met stof en vuil vermengde olie van de huid. Na het bad smeert men zich weer in (ook tegen de zon).

 

Aphrodite had al lang gezien dat Hippotes slechts oog had voor één persoon, zijn jeugdvriend en tentgenoot Tolmides.

Tussen de Spartaanse tafelgenoten ontstaan hechte, dikwijls ook seksuele relaties. Homoseksualiteit is alomtegenwoordig in de antieke Griekse samenleving, vooral dan tussen een volwassen man en een jongeling. Ook liefde tussen mannen van dezelfde leeftijd komt voor, zij het in mindere mate, bv. in de mythe van de twee knappe jongelingen Karpos, zoon van de windgod Zephyros en Kalamos, zoon van de stroomgod Maiandros (Meander). Tijdens een zwemwedstrijd verdrinkt Karpos, waarna Kalamos zichzelf ook verdrinkt. Hij wordt veranderd in een rietstengel. (Kalamos betekent riet in het Grieks.)

 

Op de derde dag van de spelen werd er een pauze ingelast voor het mega-offer aan de oppergod.

Bij de Olympische Spelen wordt het duurst mogelijke offer gebracht: 100 ossen (hekatombe).

 

Dit was de dag dat dichters, redenaars, jongleurs en acrobaten hun talenten demonstreerden. 

Tussen de wedstrijden door wordt er door redenaars en schrijvers voorgedragen. Oa. Herodotos leest voor uit eigen werk.

 

Welgeteld zeven vierspannen had hij ingeschreven voor de race en het was dan ook geen grote verrassing dat hij niet alleen de eerste, maar ook de tweede en de vierde prijs in de wacht sleepte.

In 416 v.C. brengt Alkibiades voor Athene 7 renwagens in de wedstrijd en wint de 1ste, 2de en 4de prijs. Hij oogst hierdoor bijzonder veel respect, wat hem helpt om zijn politieke ambities te realiseren.

 

De derde prijs ging naar Timaia, koningin van Sparta, die ook een wagen had mogen opstellen.

Vrouwen mogen niet deelnemen aan de spelen, noch als deelnemer, noch als toeschouwer. Daar is één uitzondering op: als ze eigenares zijn van een paard of wedstrijdwagen. Het is nl. niet de menner, maar de eigenaar die tot winnaar wordt uitgeroepen. Zo wint de Spartaanse prinses Cyniska in 396 v.C. de wagenrennen (misschien zelfs wel zonder erbij aanwezig te zijn.)

 

Een appel uit het paradijs… uit de tuin der Hesperiden…

De tuin der hesperiden is een mythisch oord, voor mensen onbereikbaar. De hesperiden zijn dochters van de titaan Atlas en zusters van de pleiaden en de hyaden. Zij zijn de nimfen van het avondlicht, die wonen in een paradijs, waar magische appels groeien, bewaakt door de draak Ladon. (Hij is de broer van andere monsters, zoals de Nemeïsche leeuw, de sfinx en de hellehond Kerberos. Zij zijn allemaal kleinkinderen van oergoden Gaia, aarde en Pontos, zee). Ladon wordt gedood door de held Herakles en later als het sterrenbeeld draak aan de hemel geplaatst.

 

Ze had al een heel eind gelopen vooraleer ze zich realiseerde dat ze al terug in het kamp had moeten zijn.

In de loop der tijden is Attis en naaste omgeving overdekt met een groot aantal tempels, altaren, standbeelden, schathuizen voor wijgeschenken (giften uit dankbaarheid) en bouwwerken voor de spelen, zoals een stadion. De inkomsten van het heiligdom bestaan uit schenkingen. Er is geen stad, de enige vaste bewoners zijn priesters en tempelpersoneel (fluitspelers, koks, houthakkers, gidsen enz.). Bezoekers van de spelen bivakkeren in de open lucht.