Ares.jpeg

Zolang er leven is  

3.1        Een stervende stad   

3.2        Poseidons Geschenk   

3.3        Liefde en Lauwerkrans  

3.4        Oorlog en Offer  

3.5        Aphrodite’s Bomen 

Ontstuimig en emotioneel, agressief en rancuneus, zo denken de meesten de oorlogsgod Ares te kennen.

Ares, de oorlogsgod, geniet onder de goden en de meeste Grieken niet zoveel aanzien, maar in Sparta wordt hij hoog vereerd. Ze ketenen zijn standbeeld, zodat de strijdlust de stad nooit kan verlaten. (Ares is oa. de vader van Remus en Romulus, stichter van Rome.)

 

De soldaten trokken hun lans, maar Hippomenes zei doodkalm dat Atalante zijn bruid was en dat hij de eerste die haar met een vinger aanraakten, neus en oren zou afsnijden!

In het werk van Herodotos is het afsnijden van neuzen en oren een zeer frequent voorkomende strafmaatregel.

 

De stem van het jonge meisje klonk helder door het stille bos. 

In de Oudheid leest men zonder uitzondering hardop. Men leest zichzelf voor en laat anderen meeluisteren. Teksten worden geschreven om voorgelezen te worden, wat gevolgen heeft voor stijl en taal.

 

Er waren geen toehoorders, maar dat belette haar niet om er volledig in op te gaan en zich in te beelden dat ze op een theaterpodium stond, voorlezend uit eigen werk.

In veel Griekse steden worden in het kader van feesten voor Dionysos toneel- en voordrachtwedstrijden gehouden, die de winnaar bijzonder veel prestige kunnen opleveren. Vrouwen zijn toegelaten, maar nooit als actrice (en ze zijn ook geen schrijfster.)

 

Dan zouden ze haar toejuichen, zoals ze ooit de grote Herodotos hadden toegejuicht.

Herodotos van Halikarnassos (484-424 v.C.), die het verloop van de Perzische oorlogen beschrijft, wordt de “vader van de geschiedschrijving” genoemd. Hij bereist de toen gekende wereld en zijn beschrijvingen gelden voor de meeste Grieken als algemeen wereldbeeld. Herodotos baseert zich gedeeltelijk op de allereerste wereldkaart, die door Anaximander van Milete (610 v.C.-546 v.C.) wordt getekend. Hierop wordt de aarde als (zwevende) cirkel voorgesteld en de toen gekende landen zijn gegroepeerd rond de Egeïsche zee, met rond de hele wereld een circelvormige stroom (Okeanos), waaruit alle rivieren ontspringen. De Groot-Griekse wereld eindigt bij de zeestraat van Kalpe (Gibraltar), die de “zuilen van Herakles” genoemd wordt. Het legendarische Atlantis bijvoorbeeld, wordt ergens “voorbij de zuilen” gesitueerd. Asia is het gehele gebied ten oosten en zuiden van Europa. Later komt daar Lybia als derde werelddeel bij. In engere zin wordt Asia gebruikt voor Klein-Azië.

 

Herodotos zoekt naar natuurlijke oorzaken, maar beschrijft ook hoe goden rechtstreeks ingrijpen en spreken via orakels. Eén van de weinige geschreven bronnen waarop hij zich baseert, is het werk van Hekataios van Milete (ca 500 v.C.). Verder gebruikt hij voorwerpen en monumenten met inscripties en mondelinge mededelingen. Hij spreekt geen vreemde talen en schrijft in de eerste persoon enkelvoud. Zelf titelt hij zijn boek “Verslag van mijn onderzoek“; pas later wordt het “Historiën” genoemd.

 

De verhalen van opa Philemon bevatten stof genoeg voor een wervelend epos, al had hij geprobeerd om de gebeurtenissen zo sober mogelijk te vertellen.

Het woord epos is verwant aan het Grieks werkwoord voor zeggen of spreken. De gemeenschappelijke kenmerken voor een epos zijn dat het om een lang verhaal gaat, geschreven in een strakke versvorm en een verheven stijl. De onderwerpen zijn historische en mythologische gebeurtenissen, waarbij de goden rechtstreeks ingrijpen.

 

Als aannemelijke reden voor hun vertrek hadden ze een bezoek aan Epidauros opgegeven, het heiligdom voor de god-genezer Asklepios, waar Baukis haar kennis van de geneeskunde wilde uitbreiden.

Epidauros ligt in de landstreek Argolis op de zuidelijke punt van de Peloponnesos. Er bevindt zich een heiligdom voor Asklepios, dat zich ontwikkelt tot een centrum voor genezing- en rustzoekenden (vooral in de 4de eeuw v.C.). Pelgrims kunnen in het heiligdom overnachten, dromen van Asklepios en genezen ontwaken.

Toen ze de Phrygische havenstad Assos naderden, hadden ze vanop het dek een prachtig zicht op het stadscentrum, dat tegen een steile helling lag te schitteren in het licht van de ondergaande zon.

Assos (het huidige Behramkale) is een havenstad in het westen van Turkije. In de 6de eeuw v.C. wordt hier een tempel voor Athena gebouwd, die opvalt door het gebruik van Dorische zuilen.

 

“Dat is de tempel voor Athena, Baukis! Ik herken hem aan zijn Dorische zuilen!”

Er zijn drie bouworden in de Griekse architectuur, wat vooral tot uiting komt in de zuilen:

  • De Dorische zuil staat zonder voetstuk op een enkele treden hoge onderbouw, het kapiteel is niet meer dan een kleine zwelling die een steunplaat draagt.

  • De Ionische zuil is ranker en heeft een basis. Het kapiteel is versierd met krullen, het fries heeft een doorlopend reliëf. Er zijn meer versieringsmotieven dan de sobere Dorische stijl.

  • De Korinthische zuil is geheel Ionisch met uitzondering van het kapiteel dat opgebouwd is uit acanthusbladeren. Deze stijl ontstaat pas in 400 v.C. en wordt pas in de Romeinse tijd populair.


Ze hadden nabij Adatepe, een onooglijk dorp op de flank van berg Ida, een vergeten Zeustempeltje ontdekt.

Vlak bij Adatepe (het huidige Küçükkuyu in West-Turkije op de flank van het Ida-bergmassief) ligt de rots “Altaar van Zeus” waar volgens de legende de goden de slag om Troje gadesloegen.

 

Wat hadden de  schikgodinnen er een handje van om gebeurtenissen van vroeger en nu in elkaar te weven tot een oneindig meanderend patroon, waar alleen zijzelf begin en eind in zagen…

Het meanderpatroon is een typisch Grieks patroon op stoffen, vazen en bouwwerken. Het bestaat uit een herhaalde reeks geometrische kronkelfiguren, genoemd naar de rivier Meander in Klein-Azië, die bijzonder bochtig is.

 

Hier in Astyra, in de oude Artemistempel op de beboste helling van berg Ida, had ze rust gevonden.

Astyra, waar zich volgens archeologen een tempel voor Artemis bevond, is een 40-tal km verwijderd van Adatepe.

 

In eerste instantie had ze zich teruggetrokken, te meer omdat er tussen haar en de liefdesgodin nog een oude geschiedenis speelde.

De wrevel tussen Artemis en Aphrodite vindt zijn oorsprong bij de Atheense prins Hippolytos. Hij is de zoon van van koning Theseus en de amazone Hippolyte. Na de dood van Hippolyte, hertrouwt Theseus met Phaidra. Als zoon van een amazone interesseert Hippolytos zich voor vechten en jagen en is hij een vereerder van Artemis. Dit vertoornt Aphrodite. Zij neemt wraak door Phaidra op hem verliefd te laten worden. Als hij haar avances afwijst, pleegt ze zelfmoord en beschuldigt Hippolytos in een brief van verkrachting. Theseus verstoot Hippolytos en die smeekt Poseidon om hem te laten sterven. Op zijn sterfbed vertelt hij de waarheid aan zijn vader, die gebroken achterblijft.

(Dit is een klassiek “boze stiefmoeder”-verhaal, waarvan er nog voorbeelden zijn:

  • De Boiotische koningskinderen Helle en Phrixos worden gehaat door hun stiefmoeder Ino, die hen als offer aan de goden wil aanbieden. Hun biologische moeder, de nimf Nephele stuurt een gevleugelde gouden ram om hen naar de Olympos te halen, maar Helle valt in het water, vandaar de naam Hellespont (lett “zee van Helle”, nu de zeestraat van de Dardanellen). De vacht van deze ram is het “gulden vlies”, waar later de expeditie van de argonauten om draait.

  • De koning van Kolonai, Kyknos, zoon van Poseidon, veroordeelt zijn beide kinderen ter dood omdat zijn nieuwe vrouw Philonome zijn zoon Tenes van verkrachting beschuldigt. (Hij had haar avances niet beantwoord.) Kyknos wordt later in een zwaan veranderd, cfr. het Franse “cygne”.)

 

“Democratie, monarchie, tirannie, oligarchie, aristocratie,… Wat doet het er allemaal toe?”

Heel kort gezegd, kunnen de verschillende regeringsvormen als volgt samengevat worden:

  • democratie: macht in handen van het volk

  • monarchie: macht in handen van een koning

  • tirannie: macht in handen van een niet-verkozen leider

  • oligarchie: macht in handen van een klein groepje (lett: “leiderschap door weinigen”)

  • aristocratie: macht in handen van de adel (lett: de “besten”)

 

“Op elke pagina wordt er wel iemand verkocht, gespietst, gestenigd, levend begraven, verminkt, gepijnigd, geslacht, gekruisigd, ontmand, verkracht of al die dingen samen!”

Grieken worden niet opgevoed tot empathie. De maatschappij is doordrongen van wreedheid en brutaliteit. Geweld wordt niet verheerlijkt, maar zo gebanaliseerd dat het huiveringwekkend wordt. De “Ilias” (cfr. de oude naam voor Troje: Ilion) bestaat voor het grootste deel uit een eindeloze opsomming van in het rond vliegende lichaamsdelen en manieren waarop mensen kunnen sterven met behulp van primitieve wapens als lansen, pijlen, vuisten, speren, zwaarden, messen, knotsen,… Tegenstanders, vrouwen, slaven, vijanden,… worden ontmenselijkt en er is zo goed als geen mededogen voor hun lijden. Het enige wat bij de auteur medeleven opwekt, is wanneer iemand sterft in het donker. Dit wordt als bijzonder gruwelijk ervaren.

  • De oppergodin Hera is bereid om drie van haar “lievelingssteden” door Zeus te laten vernietigen, alleen maar om wraak te mogen nemen op Troje (omdat de Trojaanse prins Paris haar schoonheid minder achtte dan die van Aphrodite.)

  •  Achilleus laat het halve Griekse leger door de vijand decimeren, omdat de opperbevelhebber zijn favoriete seksslavin heeft opgeëist.

  • Xenophon vertelt achteloos over het platbranden van dorpen, het uitmoorden van vrouwen en kinderen en het achterlaten van zieken en gewonden.

  • De behandeling van slaven is onverschillig tot wreed. In Sparta wordt bv. elk jaar de oorlog verklaard aan de heloten (die een voortdurende bedreiging vormen, omdat ze zoveel groter in aantal zijn dan de Spartanen zelf), zodat erop gejaagd kan worden, de zg. krypteia.

  • Vrouwen en kinderen worden gestraft voor zaken waar ze niets mee te maken hebben. Van vrouwen worden borsten afgesneden, kinderen worden gecastreerd, geslacht (sic!) of levend begraven,…

  • De offers voor de goden zijn erg bloederig. In Sparta worden zelfs puppy’s geofferd, om jongeren meedogenloosheid bij te brengen.

 

“Sokrates raadde ons filosofische werken aan: de paradoxen van Zeno van Elea bijvoorbeeld… of de spreuken van Herakleitos…”

Zenon van Elea (490-430 v.C.) is een leerling van Parmenides van Elea (rond 515 v.C.) en de grondlegger van de dialectiek (een redeneervorm, die door het gebruik van tegenstellingen naar de waarheid zoekt.) Hij maakt gebruik van paradoxen:

  • Achilleus en de schildpad: De schildpad daagt Achilleus uit voor een wedstrijd, maar demonstreert hem nog voor ze beginnen dat Achilleus hem nooit kan inhalen als hij een kleine voorsprong krijgt. Achilleus moet immers eerst de helft afleggen van de afstand die de schildpad al heeft bereikt. Om dat te doen, moet hij eerst de helft van het verschil afleggen en daarvan ook eerst de helft enz. Conclusie: de achterstand wordt kleiner, maar Achilleus haalt de schildpad nooit in. Dit is een paradox, want in werkelijkheid is dat wel het geval.

  • De vliegende pijl: Een vliegende pijl neemt achter elkaar verschillende, nauwkeurig te omschrijven plaatsen in. Als we zo'n pijl op een ondeelbaar ogenblik beschouwen, bevindt hij zich op een vaste plaats in de ruimte. Ten opzichte van die plaats in de ruimte is hij dus in rust. Maar wanneer hij op elk moment in rust is, dan is hij ook gedurende de hele vlucht in rust. De pijl beweegt zich niet.

 

Herakleitos van Ephese (ca. 540 v.C.- 480 v.C.) stelt dat alles uiteindelijk een eenheid vormt, maar tot stand komt door strijd, op dialectische wijze. Alles is voortdurend in beweging: “Alles stroomt”.

 

“En om de negen jaar kunnen ze afgezet worden, via het ritueel van de vallende ster.”

Spartaanse koningen kunnen opgesloten worden als het ritueel van de vallende ster negatief uitvalt. Er wordt dan een definitief oordeel aan het orakel te Delphi gevraagd.

 

“Weet je nog hoe de geëerde Spartaanse wetgever heet?”

De Spartaanse wetten zouden zijn opgesteld door de legendarische Lykourgos, uit het koningsgeslacht van de Eurypontiden (9de eeuw v.C.), maar zijn waarschijnlijk organisch ontstaan, als alternatief voor het systeem van de tirannie.

Het verhaal vertelt dat de legendarische Spartaanse wetgever Lykourgos zichzelf het leven beneemt en zijn as in zee laat strooien om te voorkomen dat de Spartanen van hun eed (dat ze zijn wetten zullen naleven tot zijn terugkeer) ontslagen zouden zijn.

 

“Een sobere levensstijl, tot daar aan toe… Maar elke avond zo’n vieze zwarte bloedsoep te moeten eten, bah…”

De Spartaanse zwarte soep (melas zomos) is gemaakt van varkenspoten, bloed, zout en azijn. Volgens de overlevering is het een bezoeker uit het rijke Sybaris, die na het proeven uitroept dat hij nu begrijpt waarom de Spartanen de dood met vreugde tegemoet zien.

 

Bah… al die mannen die met hun handen tussen lillende ingewanden graaiden op zoek naar onbestemde voortekens.

Alle Grieken die ten strijde trekken, hopen op goddelijke bijstand, die ze kunnen afsmeken door offers en afleiden uit voortekens. Een ziener kan de toekomst voorspellen aan de hand van de vlucht of het gekrijs van vogels (ornithomantie). Uit de ingewanden van offerdieren kan ook veel afgeleid worden. Vooral de lever, galblaas en aders worden bekeken en soms ook geproefd (hepatomantie). De kunst van het lezen van dit soort voortekens wordt teruggevoerd op de zoon van de beroemde waarzegger Melampous, Mantios. De kunst van het voorspellen wordt “mantosune” genoemd.

 

Er werd gefluisterd dat Kyrous tegen zijn eigen broer, de Perzische koning, wou optrekken.

De veertienduizend Griekse huursoldaten worden in 401 v.C. door de Perzische prins Kyrous geronseld onder het voorwendsel dat deze enkele opstandige gebieden wil onderwerpen. In werkelijkheid trekt hij ten strijde om de Perzische troon te veroveren op zijn broer. Kyrous vindt dat de troon hem toekomt, omdat hij ”in het purper geboren” is. Dat wil zeggen dat hij ter wereld is gekomen toen zijn vader reeds koning was en zijn oudere broer niet.

 

De rechtse van de twee soldaten gooide zijn mantel af en sprong soepel op de grond.

Ruiters en reizigers dragen een korte mantel (chlamys). Dat is één grote rechthoek  van een dik en stijf materiaal, die over de linkerschouder wordt geworpen en met een kledingspeld op de rechterschouder word samengehouden.

 

“Wauw… Dat is een salpinx die je daar bij je hebt!”

De schrille en doordringende klanken van de oud-Griekse trompet  (salpinx) geven signalen door aan de troepen. De salpinx bestaat uit een smalle bronzen buis met een trechtervormig eindstuk en is tussen de 80 cm en 1,20 m lang.

 

“Tolmides is aangesteld als heraut voor ons Griekse legioen!”

Tolmides van Elis wordt door Xenophon omschreven als “de beste heraut van zijn generatie.”

 

“… Eerst even over de kothornos…”

De acteurs van een tragedie dragen jachtlaarzen met een extra dikke zool (kothornos). Vermits deze zowel rechts als links gedragen kunnen worden, wordt deze term ook als scheldwoord voor een politieke weerhaan gebruikt.

 

“Na zijn overlopen naar Sparta heeft Athene alle bezittingen van Alkibiades verbeurd verklaard, tot groot verdriet van zijn schoonvader Hipponikos.

Alkibiades huwt met Hipparete, dochter van Hipponikos uit zijn tweede huwelijk. In 415 v.C. vaart hij in opdracht van Athene uit voor een expeditie tegen Syracuse (Sicilië). Maar in Athene wordt hij verantwoordelijk gehouden voor de vandalisering (afbreken van de fallussen) van de hermen en de ontwijding van de Eleusynische mysteriën. Hij wordt teruggeroepen om terecht te staan, maar ontsnapt en vlucht naar Sparta. (Via zijn vader Kleinias waren er connecties met Sparta en zijn naam is van Spartaanse origine.) 

 

“Hij stookte de ephoren op om Dekeleia te bezetten, zodat Athene werd afgesloten van het binnenland.”

In 413 v.C. gaat koning Agis II in op een suggestie van Alkibiades om Dekeleia in te nemen, zodat Athene afgesloten wordt van het binnenland. In datzelfde jaar wordt de Atheense vloot vernietigd bij Syracuse.

 

“Ondertussen rustte hij een vloot uit, maar mijn peloton kreeg niet de kans om aan een eervolle zeeslag deel te nemen!”

Bij een zeeslag zijn de triremen de sterkste oorlogswapens. Zij hebben een zeil voor grote afstanden en worden bemand door 170 roeiers in de strijd (drie rijen boven elkaar). Daarnaast is er nog een bemanning van zo’n 30 mensen met allerlei taken. Vloten van 100 schepen en meer zijn heel gewoon. Voor een vloot van 200 triremen heeft men dus 40 000 man nodig. Een deel hiervan zijn huurlingen uit het buitenland. Ex-roeiers worden als helden behandeld en gaan stemmen als ze kunnen. Bij gebrek aan voldoende mankracht worden slaven ingeschakeld, die men de vrijheid belooft als ze zich onderscheiden in de strijd. Een trireem is 7 keer langer dan breed (een koopvaardijschip slechts 4 keer). Het zijn eenmasters met een romp van dennenhout en een kiel in eik. Elk schip heeft een stormram vooraan. Op de romp zijn emblemen geschilderd, vaak een paar ogen, om rampen te voorkomen. Samen met de stormram vormen de ogen een dierenkop, vaak een everzwijn. In Athene wordt, bij wijze van belasting, uitrusting en onderhoud van een trireem bekostigd door een rijke burger (dus nooit een metoik), die ook het bevelhebberschap opneemt (triërarch). Boot en bemanning worden door de staat geleverd. Een schip met een bemanning van zo’n 200 man gedurende dertig dagen onderhouden vereist ong. 1 talent. Om een vijandelijk schip tot zinken te brengen bouwt men een hefboom met een zwaar ijzeren gewicht eraan. Dit laat men neer op een voorbijvarend schip en het gaat er dwars doorheen. Schepen kunnen niet genoeg water meenemen voor alle roeiers, omdat elke roeier eigenlijk 3 l water per geroeid uur nodig heeft. Bijna al het gedronken water wordt weer uitgezweet, waardoor de roeiers weinig urineren. Het zweet druipt omlaag naar de onderste rij. De stank in het ruim is zo ondraaglijk, dat het schip om de 4 dagen met zeewater gereinigd moet worden. Om te vermijden dat men steeds om de Peloponnesos heen moet varen, is over de landengte van Korinthe (Isthmus) een bestrating aangelegd, waarover de schepen op grote karren naar de andere kant worden getrokken (diolkos), een oversteek van zo’n 6 km.

 

“… en geloof het of niet, maar enkele jaren later liep de verrader opnieuw over naar Athene!” voegde Hippotes er met weerzin aan toe.

Alkibiades ontvlucht Sparta na geruchten over een verhouding met koningin Timaia. Volgens de verhalen zou Timaia’s zoon, Leotychides, door Alkibiades verwekt zijn. (Die wordt in elk geval nooit koning.) In 411 v.C. krijgt hij opnieuw het commando over de Atheense vloot en boekt enkele successen. In datzelfde jaar wordt in Athene kort een oligarchie geïnstalleerd, de Raad van 400, maar die houdt het slechts enkele maanden uit. In 406 v.C. volgt een nieuwe Atheense nederlaag en krijgt Alkibiades de schuld. Hij wijkt uit naar zijn Thrakische familiegoederen op de Chersonesos.

 

Phylesia vond het prachtig dat de hengst en merrie vernoemd waren naar één van de hechtste liefdesparen uit de oude Griekse verhalen.

Keyx (zoon van de avondster) en Alkyone, dochter van Aiolos (bewaarder van de winden) vormen een hecht koppel. Wanneer Keyx verdrinkt tijdens een zeereis, stort Alkyone zich ook in zee. Ze worden in ijsvogels veranderd en éénmaal per jaar houdt Aiolos gedurende zeven dagen alle winden binnen, want dan zit Alkyone op haar drijvend nest om haar eieren uit te broeden.

 

“Ik heb hem bij de gordel gegrepen,” klonk het toonloos.

Een doodvonnis wordt op een symbolische manier aan de veroordeelde meegedeeld door hem bij de gordel te grijpen.

 

In 404 v.C. laat de Perzische satraap van Phrygia Alkibiades vermoorden, op aanstoken van Sparta.

 

Enkele meters buiten de kring lag een zwarte zwerfhond ogenschijnlijk te soezen, maar zijn gespitste oren wezen erop dat hij de conversatie aandachtig volgde.

Eén van de lievelingsdieren van de oorlogsgod Ares is de hond. In één van de overgangsrituelen bij Spartaanse jongeren worden puppy’s aan hem geofferd.

 

Verraad, intrige, zeeslagen, veldslagen, veroveringstochten, vergeldingstochten, plundertochten…, met als absoluut hoogtepunt de fantastische zeeslag te Aegospotami, waarbij Lysander van Sparta zowat de volledige Atheense vloot gekelderd had.

In 405 v.C. maakt de zeeslag bij Aegospotami een einde aan de Peloponnesische oorlog, wanneer de Spartaanse vloot onder leiding van Lysander (+ 395 v.C.) de Atheense vloot vernietigt.

 

Toen zijn ziener hem ooit waarschuwde dat “de pijlen van de vijand de hemel zouden verduisteren”, had hij onbewogen geantwoord dat dat goed uitkwam, want hij vocht liefst in de schaduw!

Herodotos beschrijft hoe de “dapperste Spartaan van allen”, een zekere Dienekes niet onder de indruk is van de voorspelling dat “als de barbaren hun pijlen afschoten, zij de zon door de menigte pijlen verduisterden, want dat het aantal zo groot was.” Zijn reactie is dat dat goede berichten zijn, omdat zij dan in de schaduw kunnen vechten in plaats van in de zon.

 

Andere steden zouden een gat in de muren hebben gemaakt, om de bevelhebbers de eer te gunnen de stad te betreden, langs waar niemand hen was voorgegaan.

Als bijzonder eerbewijs, aan een winnaar van de Olympische Spelen bijvoorbeeld, komt het wel eens voor dat een stad een nieuwe opening maakt in de stadsmuren, zodat de winnaar de stad kan betreden langs een nieuwe poort.

 

Maar wat deden de Atheners? Ze klaagden hen aan!

In 406 v.C. behaalt Athene een overwinning bij Argenusae (eilandjes ten oosten van Lesbos). Maar de generaals worden ervan beschuldigd te weinig moeite te hebben gedaan om de overlevers van 25 zinkende schepen te redden. (Zo konden ze ook niet begraven worden en geen rust vinden in het dodenrijk.) Tijdens dit Argenusaeproces worden 6 van de 8 generaals ter dood veroordeeld. Perikles de jongere is één van hen. Alleen Sokrates stemt tegen de veroordeling.

 

De Atheners hadden hun lange muren zien afbreken, de nalatenschap van Athena’s dierbare Perikles.

In 404 v.C. wordt er vrede gesloten tussen Sparta en Athene. Athene doet afstand van al haar bezittingen buiten Griekenland. Ze moeten hun vloot op twaalf schepen na inleveren en daarbovenop beloven hun vroegere vijanden ten allen tijde bij te staan. Lysander van Sparta vaart de haven binnen en onder feestelijke muziek breken de Spartanen de muren af.

 

“We kregen de laatste jaren wel wat hulp van prins Kyrous van Perzië…”

Rond 407 v.C. wordt Sparta gesteund door de Perzische prins Kyrous. In ruil eist deze dat Sparta hem helpt met zijn expeditie. De Spartaanse opperbevelhebber Klearchos is als enige op de hoogte van het feit dat het een veldtocht tegen de regerende Perzische koning Artaxerxes II wordt.

 

Het leger, dat Kyrous in het grootste geheim bijeen had gebracht, bestond uit meer dan honderdduizend man, vooral Perzen uiteraard, maar ook het contingent Grieken was indrukwekkend.

Een leger wordt samengesteld uit verschillende compagnies van 100 man, die geleid worden door één generaal. (Atheense bevelhebbers dragen purperen banden of strepen op hun kleding.) Een compagnie wordt opgedeeld in 2 secties van 50 man, geleid door een sectieoverste. Elke sectie wordt verder onderverdeeld in 2 pelotons van 25 man, geleid door een pelotonsoverste. Een compagnie marcheert met vier man breed en 24 man diep in een linie van 3 compagnies naast elkaar waar het kan, anders achter elkaar. Als ze achter elkaar marcheren (colonne), wisselen ze elkaar af en heeft de commandant vooraan  het bevel over de andere. De discipline in het leger (in het bijzonder een Atheens leger) is niet heel sterk. Een leger neemt zijn beslissingen op min of meer democratische manier, met inspraak voor alle soldaten.

 

Het Griekse leger bestaat uit verschillende onderdelen:

  • Een cavalerist is bewapend met 2 lansen en een soort gebogen sabel. Zijn harnas en schild draagt hij slechts bij parades en zijn metalen beenkappen worden dan vervangen door hoge lederen laarzen, zodat deze het paard niet kunnen bezeren. In de strijd draagt men minimale bescherming, ook voor het paard. (Men rijdt zonder zadel of stijgbeugels.) Later wordt de bepantsering zwaarder, met borstplaat en handschoenen en buikbescherming voor de paarden. Eventueel hoort er ook een kleine afdeling zeiswagens bij: strijdwagens met messen aan de wielen.

  • De lichtgewapenden worden ingezet voor de strijd op afstand. Zij dragen geen pantsering of enige andere vorm van verdedigingswapen. Naargelang het wapen dat ze hanteren, onderscheidt men boogschutters, speerwerpers en slingeraars. Het strijden met pijl en boog heeft minder aanzien dan het strijden als zwaargewapende. (Wanneer de Trojaanse koningszoon Paris Achilleus doodt met een pijl in zijn “achilleshiel” wordt dat als bijzonder vernederend ervaren.)

  • De peltasten zijn een tussenvorm tussen zwaar- en lichtgewapenden. Ze dragen een klein schild en scheenplaten, een speer en een zwaard.

  • De hoplieten zijn de zwaarbewapenden, vooral afkomstig uit de hogere klassen.

  • In de tros, meestal achteraan, lopen niet-strijdende elementen mee, zoals schilddragers, herauten, waarzeggers, trompetters, zieken en gewonden, krijgsgevangenen en slaven, last- en trekdieren, wagens, marketentsters, prostituees en liefdesknapen.

Het Spartaanse beroepsleger is verre superieur aan de weinige, slecht geoefende hoplieten van de andere stadsstaten.

 

Maar wat een afknapper werd de veldslag zelf…

Het treffen vindt plaats bij Kounaxa (omgeving Bagdad in Irak) in 401 v.C. Kyrous wordt gedood en het leger valt uiteen.

 

Het leger van de Perzische koning bestond uit tien keer meer manschappen en liep de troepen van Kyrous gewoon onder de voet.

Bij een confrontatie tusssen twee legers komt er niet veel strategie aan te pas. Beide partijen vormen front en stormen op elkaar in, terwijl ze hun slagorde zo lang mogelijk proberen te bewaren. Vervolgens vallen de vechtenden uiteen in verschillende man-tegen-mangevechten. De falanx is een gesloten infanterieformatie, waarbij de hoplieten opgesteld werden in een diepte van 8 tot 20 rijen. Om een versterkte vesting te belegeren, bouwt men er een aarden wal omheen, versterkt met wat men vindt in de omgeving en hongert men de bewoners uit tot ze zich overgeven. Voor een bestorming zijn de middelen nog te primitief.

 

Vervolgens liet hij zich volledig inpakken door Tissaphernes' mooie praatjes.

Tissaphernes (+ na 395 v.C.) is een Perzisch gezagsdrager (satraap) uit Sardeis  (Sardis, West-Turkije),  die in zijn jeugd bevriend is met Kyrous, maar die later zijn plannen verraadt aan de Perzische koning. Hij is verantwoordelijk voor het verraad van de Perzische bondgenoten en de dood van de vijf Griekse generaals.

 

Bovendien was het de vriend van Hippotes en dat was één van Ares' lievelingen, al werd hij met zijn zevenenveertig jaar stilaan de nestor van het leger.

Nestor is de oudste Griekse held, die optrekt tegen Troje. Hij zou drie mensengeslachten gezien hebben, maar doet in dapperheid voor niemand onder.

 

Soldaten boven de veertig worden als mindervalide beschouwd en niet meer ingeschakeld voor de gevaarlijkste missies.

 

Desondanks bleef hij het soort soldaat waar de Grieken nood aan hadden, sterk als Atlas en onbevreesd als Herakles.

Atlas is één van de titanen, die er na de grote titanenoorlog toe veroordeeld wordt om het hemelgewelf op zijn schouders te dragen.

 

Herakles is de zoon van Zeus en de prinses Alkmene. Zeus wil de baby laten zogen door Hera tijdens haar slaap, om hem onsterfelijk te maken, maar ze wordt wakker. (De melk die uit haar borsten spuit, creërt de melkweg.) Later treft Hera hem met waanzin en hij doodt zijn eerste vrouw Megara en hun drie kinderen. Als boetedoening moet hij twaalf werken vervullen. Eens onsterfelijk geworden, huwt hij met Hebe, godin van de eeuwige jeugd.

 

Hij strekte zijn armen hoog en slaakte de kreet, die zijn zonen riep.

Deimos en Phobos zijn zonen van Ares en Aphrodite. Zij zijn de personificatie van angst en paniek en vergezellen hun vader af en toe in de strijd.

 

In het uiteengeslagen kamp verzamelden de overlevende Grieken hun doden en gewonden en in zwijgende berusting voerden ze de vereiste rituelen uit.

Van de verslagen vijanden worden bejaarden, vrouwen, kinderen en gewonden vermoord met het zwaard of gevangen genomen en als slaaf verkocht. Alleen de gevallenen in de strijd hebben recht op een goede behandeling. De winnende partij heeft de plicht zijn doden te begraven en de overlevenden van de tegenpartij hetzelfde te laten doen. De meeste Grieken begraven of verbranden hun doden ter plaatse. Spartaanse gesneuvelden worden in hun rode mantel gewikkeld, er worden enkele olijftakken op gelegd en ze krijgen ter plaatse een grafmonument met inscriptie (epigram). Atheense gesneuvelden worden verbrand op het slagveld en de beenderen worden naar huis gebracht. Terug in Athene worden de lijkkisten in processie naar het kerkhof gevoerd. Eén kist blijft open, opgedragen aan de gesneuvelden wiens lichaam niet gevonden werd. Er worden lofredes uitgesproken – door Perikles bijvoorbeeld - en de namen worden op een stele gezet, met de gegevens van de campagne erboven en eventueel een epigram. De bekendste epigramdichter is Simonides van Keos (6de eeuw v.C.).

 

De volgende drie dagen waakte hij naast het bed van zijn vriend, verfriste zijn voorhoofd, sprak hem moed in en gaf hem te drinken, slokje per slokje.

Soldaten gebruiken drinkbekers uit hout of metaal met een deksel om water uit bronnen of beken te drinken. De ondoorzichtigheid ervan verbergt de vuilheid van het water en het deksel filtert de modder enigszins.

 

Elk moment dat de dokter zijn aandacht aan een andere gewonde wijdde, wist hij twee wrokkige groene ogen op zich gevestigd.

De geneesheren zijn meestrijdende soldaten, die een medische opleiding kregen.

 

Het Griekse leger stond er van de ene dag op de andere alleen voor in dit onmetelijke land, zonder voedsel, zonder gids.

Een leger op veldtocht zoekt inkwartiering in dorpen en steden of bivakkeert in tenten op plaatsen, die een natuurlijke bescherming bieden. Bij mobilisatie moet elke soldaat een mand meebrengen met voedsel voor drie dagen (brood, kaas, olijven, uien en look). Maar verder moeten ze leven van het land waar ze doortrekken.

 

Hij was een gastvriend van generaal Proxenous geweest en door hem meegevraagd als verslaggever.

Gastvriendschap (xenia) is een band van gastvrijheid tussen twee personen, die in een ander deel van Griekenland leven en waarbij het respect tussen gast en gastheer centraal staan.  Gastvriendschap is een heilig begrip en staat onder de bescherming van Zeus.

 

Hij riep iets, maar hij had niet bepaald een stentorstem en zijn woorden gingen verloren in het rumoer.

Stentor is één van de soldaten die optrekken tegen Troje.  Zijn stem klinkt als brons, even luid als vijfig mannen samen.

 

Ontzag en opluchting daalden neer over het Griekse legioen. De goden gaven een teken.

Godsdienstige rituelen vormen een belangrijk onderdeel van elk offensief. Achter een Spartaans leger wordt een kudde van offerdieren meegevoerd, om op elk moment de wil van de goden te kunnen lezen. Vooraleer op veldtocht te vertrekken, moet aan de goden beloofd worden personen en goederen van de vijand aan hen te wijden. De goden van de thuisstad worden meegedragen, evenals een draagbaar altaar met een eeuwige vlam, aangestoken aan de vlam in de thuistempel. De Spartanen voeren steeds de beenderen van de legendarische held Orestes mee. Geen leger steekt een stroom over zonder een offer te brengen en hun handen in het water te wassen, want zij zien de rivier zelf als een godheid. Aan de vooravond van de strijd brengt de leider van de troepen een offer en spreekt de voorgeschreven gebeden uit. De goden moeten een teken geven vooraleer tot de aanval over te gaan. Onweer, aardbevingen of eclipsen zijn formidabele voortekenen. Zo zien de Spartanen in 426 v.C. af van een inval in Attika na een reeks aardbevingen. Soms wacht men te lang op een voorteken en verliest men daardoor de strijd. Als menselijk offer aan de goden worden alle vijandelijke gewonden gedood. Ook vredesverdragen worden afgesloten met de goden als getuige en gaan ook gepaard met offers. De uitrusting van de vijand wordt in beslag genomen en verdeeld. Eén tiende wordt gewijd aan de goden. Hiermee richt men monumenten op langs een heilige weg, die naar een heiligdom leiden, zoals die van Delphi bijvoorbeeld. Hierop staan opschriften als “De Atheners – van de Korinthiërs”, “De mannen van Phokis – van de Thessaliërs.”  Het oprichten van een trofee (de wapens van de vijand, gedode lichamen,…) is het teken voor de overwinning. Deze trofeeën hebben een religieuze betekenis en worden niet weggehaald, maar omdat ze van vergankelijk materiaal zijn opgetrokken, blijven ze niet lang staan. Wie na de strijd om een wapenstilstand moet vragen om de lichamen van de gevallenen te kunnen bergen, erkent zijn nederlaag. Als de strijd onbeslist is, richten beide partijen een trofee op.

Met Ares’ hulp zou Xenophon hen thuis brengen.

Xenophon, zoon van Gryllus, uit Athene (°427 v.C.) is een leerling van Sokrates geweest. Wanneer hij Sokrates meedeelt dat hij overweegt om deel te nemen aan de veldtocht van Kyrous, vreest die dat de Atheners hem zijn sympathie voor Kyrous kwalijk zullen nemen. (Kyrous staat bekend als vriend van de Spartanen.) Sokrates stuurt hem naar het orakel van Delphi, maar daar vraagt Xenophon enkel welke offers hij moet brengen voor een velige reis, tot ongenoegen van Sokrates. Na het verraad van Tissaphernes neemt Xenophon de facto het opperbevel waar. De Grieken doen er een jaar over om terug te keren. Ze kampen met voedselgebrek, vijandige stammen en onbekend terrein (waardoor ze beroep moeten doen op krijgsgevangenen om hen te gidsen, want kaarten zijn onbestaande.) Xenophon schrijft er een boek over, de Tocht der Tienduizend (Anabasis) en hij publiceert ook nog andere werken.