Hades.jpg

Zolang er leven is  

3.1        Een stervende stad   

3.2        Poseidons Geschenk   

3.3        Liefde en Lauwerkrans  

3.4        Oorlog en Offer  

3.5        Aphrodite’s Bomen 

Wanneer een sterveling deze wereld verlaat, betreedt hij de spelonken van Hades, waar de heer van de duisternis zijn onverbiddelijke oordeel velt over de bestemming van de ziel.

De naam Hades geldt zowel voor de god van de onderwereld als voor de onderwereld zelf.  Deze bestaat uit drie delen, de vlakte van Asphodelos, waar de meeste schimmen leven als afschaduwingen van hun vroegere persoonlijkheid, het Elysion, de vlakte van de zaligen, waar enkele uitverkorenen verblijven en de Tartaros, waar de slechte mensen in eeuwige duisternis gekweld worden en waar ook de titanen opgesloten zitten. De onderwereld heeft verschillende ingangen, oa. één in het Furiënbos in de Kolonoswijk van Athene. De onderwereld is omringd door drie rivieren. De eerste die men moet oversteken, spuwt vlammen, de tweede maakt een jammerend geluid en de derde is de Styx. Om deze over te steken, moet men de veerman Charon een obool betalen.

 

Het schijnt dat ze ergens op berg Ida rondhoste. Die in Phrygia, waar Ganymedes vandaan kwam, niet die op Kreta…

Twee bergketens heten “berg Ida”, één in de buurt van het mythische Troje in Phrygia en één op Kreta, waar Zeus is opgevoed.

 

Elke god op de Olympos wist van het drama, omdat Apollo na Leos' zelfmoord Helios’ zonnewagen een half uur lang aan het zicht had onttrokken.

Op 3 augustus 431 v.C. om 17.22u vindt er een zonsverduistering plaats, die als slecht voorteken voor de oorlogsontwikkelingen wordt gezien, net zoals de aardbeving op Delos, enkele maanden daarvoor.

 

“… Maar je hebt de pest binnengebracht!”

In 430 v.C. breekt de pest (of tyfus, pokken, mazelen?) uit in Athene, waarschijnlijk meegebracht door vrachtschepen uit het oosten.

 

“… dat ik mijn zoon Asklepios zal laten halen en samen zullen we de epidemie bevechten."

Asklepios wordt gezien als de zoon van Apollo en de sterfelijke Koronis. Hij wordt opgevoed door de kentaur Cheiron. De tempels van Asklepios met hun priesters, de Asklepiadai, zijn de centra waaruit zich de Griekse medische wetenschap heeft ontwikkeld. Men komt in de tempels genezing zoeken.

 

De purperdure sylphionplant uit Kyrene, in de juiste dosis aangewend, scheen aan te slaan.

Vanuit Kyrene (het huidige Shahhat in Lybië) wordt de – nu uitgestorven - plant silphion uit Noord-Afrika aangevoerd. Hij wordt voor zowat alles gebruikt, als kruid, parfum, afrodisiacum, contraceptief, abortief en medicijn. Op Kyreense munten staat hij afgebeeld.

 

Het was een afbeelding van Aphrodite, samen met de drie zusters die haar gevolg vormden en die de drie gratiën werden genoemd.

De drie gratiën (charites) zijn de dochters van Zeus uit zijn derde huwelijk, met de titanendochter Eurynome. Ze zijn de gezellinnen van Aphrodite. Volgens sommigen is er nog een vierde gratie, Pasithea, dochter van Hera en Dionysos. Zij is de gratie van relaxatie en meditatie en is gehuwd met de god van de slaap, Hypnos.

 

Zelfs de gemene hellehond, die soms rondhing op de binnenplaats, volgde haar als een schoothondje en at uit haar hand.

De onderwereld wordt bewaakt door de driekoppige hellehond Kerberos, een broer van andere monsters zoals de Nemeïsche leeuw, de sfinx en de draak Ladon (allemaal kleinkinderen van oergoden Gaia, aarde en Pontos, zee).

 

Schertsend zei Philemon dat ze een dochter van Melampous moest zijn, de waarzegger die met de dieren kon praten.

Melampous is een ziener uit Argos, die twee slangenjongen vindt en grootbrengt. Hiervoor schenken ze hem de gave om met de dieren te kunnen praten.

  • Hij hoort twee houtwormen (termieten?) bespreken hoe ze een plafondbalk zullen doen instorten en ontruimt de kamer (gevangeniscel?) net op tijd.

  • Een gier vertelt hem hoe de onvruchtbaarheid (ziekte van de zoon?) van de koning van Pylos opgelost kan worden.

  • Hij verneemt van vogels dat de Phrygische koning Midas onder zijn muts een paar ezelsoren verbergt. (Dit is een straf van Apollo, omdat Midas niet hem, maar Marsyas tot winnaar verkiest bij hun muziekwedstrijd.)

 

Bijna veertig jaar lang was hij strateeg van Athene geweest en er was geen dag voorbijgegaan zonder complotten en tegenwerking.

De Spartanen deinzen terug voor een aanval vanwege het besmettingsgevaar, maar Athene stuurt toch vredesgezanten. Dit tegen de wil van Perikles in. De vijand stelt echter ongerijmde eisen en Perikles vindt dat de trots van Athene vereist dat ze de eisen afwijzen. Hij stelt voor om de zaak volgens het verdrag van 446 v.C. voor een scheidingsgericht te brengen. Dit wordt afgewezen en de spanning in het democratische kamp groeit. Ook de invloed van de sofisten neemt toe, die macht in de plaats van recht stellen.

 

Perikles had voor de oorlog tegen Sparta geld gebruikt uit de tempelschat van hun beschermvrouwe Athena.

De praktijk om voor een oorlog geld te “lenen” van een tempelschat is niet ongebruikelijk, maar het volk verwijt Perikles slecht staatmansschap. In 430 v.C. verdedigt hij zich voor de volksvergadering, maar hij moet 50 talenten boete betalen en hij wordt uit zijn ambt van strateeg gezet. De kansen keren echter niet voor Athene en al spoedig roepen ze Perikles terug.

 

In de volksvergadering had niemand tegenwerpingen gemaakt, zeker niet nadat van minstens twintig aanwezigen de veter van de rechtersandaal was gebroken.

Als men een schoenveter breekt, kan het een slecht of goed voorteken zijn: rechts is positief, links is negatief. Rechts heeft sowieso een betere connotatie dan links: een vogel (liefst een adelaar) die van rechts naar links vliegt is een goed voorteken, andersom een slecht.

 

“Ik vind hem niet, Hermes…” giechelde ze. “Kom, zeg op, wat heb je met mijn sandaal gedaan?”

De sandaal heeft een erotische connotatie in de Griekse cultuur. Zo zijn er sandalen van hetairai teruggevonden met de boodschap “volg mij”. Wanneer Aphrodite de toenaderingspogingen van Hermes afwijst, vraagt hij Zeus om hulp. Die stuurt een adelaar om haar sandaal weg te nemen. In ruil voor haar gunsten bezorgt Hermes hem terug.

 

Hermes lag loom naar haar te kijken aan de oever van de rivier van stroomgod Acheloös.

De Acheloös is de tweedelangste rivier van Griekenland, die de grens vormt tussen de landstreken Acarnania en Aetolia. Het is ook de naam van de gelijknamige stroomgod, die in de heldensagen rond Herakles voorkomt. De rivier wordt gevormd door de tranen van de Thebaanse Niobe, die uit straf voor haar belediging van Leto (moeder van Artemis en Apollo) al haar veertien kinderen gedood ziet worden.

 

“Mijn sluier, Perikles…” fluisterde ze, bijna onverstaanbaar. “De goden willen niet… de aanblik van een stervende…”

Iemand die pijn lijdt of stervende is, houdt  een kledingstuk voor zijn gezicht uit fatsoen en om anderen het zicht van zo’n voorteken te besparen.

 

“Ik hoor… ik hoor wat de goden willen. Baukis moet vrij zijn… voor haar kind!”

Stervenden komen dichtbij de wereld van het goddelijke en zijn in staat om correcte voorspellingen te doen.

 

Athena had in haar lange leven slechts één keer het verlies van een geliefde meegemaakt.

Na de geboorte van Athena uit het hoofd van Zeus, wordt ze opgevoed door Triton, zoon van Poseidon, samen met diens eigen dochter, Pallas. Tijdens een vriendschappelijke kamp met de speer, leidt Zeus de aandacht van Pallas af en Athena steekt haar per ongeluk dood. Als eerbetoon laat ze zich sindsdien Pallas Athena noemen.

 

Hij hief zijn staf, als om onheil af te weren. Daaromheen kringelde zich vervaarlijk sissend de slang, die hij als zijn beste vriend beschouwde en die hem overal vergezelde.

Rond de Asklepiosstaf of aesculaap zit één slang gewikkeld, in tegenstelling tot die van Hermes. Asklepios komt in conflict met Zeus, omdat hij mensen uit de doden opwekt.

 

Ze hield van slangen, maar die van Asklepios was een bijzonder vals en eenkennig exemplaar.

Slangen waren in de Oudheid een symbool van dodelijke dreiging, maar ook van wijsheid, sluwheid en genezing. Slangengif kan immers zowel dodelijk als heilzaam zijn. Daarom werden zowel Athena (wijsheid), Asklepios (genezing) en Hermes (sluwheid) met slangen afgebeeld.

 

“Ik ga een tekst opmaken met de meest belangrijke richtlijnen waaraan elke dokter zich dient te houden.”

Een verzameling van zo'n 70 tot 80 geschriften met medische onderwerpen is vernoemd naar Hippokrates: het Corpus Hippocraticum. Gezien het feit dat deze in verschillende Ionische dialecten geschreven zijn en elkaar zo nu en dan tegenspreken, staat het vrijwel zeker vast dat deze niet door Hippokrates alleen op schrift zijn gezet. Wel bevatten de werken zijn ideeën over en benadering van de medische wetenschap. De ”Eed van Hippokrates” is een onderdeel van deze serie werken. In het Vatikaan wordt de oudste versie van de eed bewaard, daterend uit de 10de-11de eeuw. Op de website van de Belgische Orde der Artsen vind je de volgende vertaling:

Ik zweer bij Apollo, de Genezer, bij Asclepius, Hygieia et Panaceia, en bij alle goden en godinnen, die ik tot getuigen roep, dat ik deze eed en deze verklaring naar beste weten en vermogen, zal nakomen.

Ik zal hem, die deze kunst aan mij heeft onderwezen, beschouwen als een vader, hem laten delen in mijn levensonderhoud, en, als hij in schulden of nood zou geraken, hem op zijn verzoek steun verlenen. Zijn zonen zal ik gelijk stellen met mijn eigen broers; ik zal hun, als zij de wens daartoe te kennen geven, deze kunst leren zonder vergoeding en zonder schuldbewijs; tot mijn voorschriften, voordrachten en heel mijn verdere onderricht zal ik toegang geven aan mijn zonen, aan die van mijn leermeester en aan die leerlingen die zich bij mij hebben ingeschreven en gehouden zijn aan de medische wet; maar aan niemand anders.

Ik zal diëetregels naar beste weten en vermogen aanwenden tot heil der zieken, nooit tot hun verderf of schade.

Ik zal niemand een dodelijk geneesmiddel toedienen, ook niet aan iemand die dit van mij vraagt; zelfs een aanwijzing in die richting zal ik niet verstrekken.

Ik zal nooit aan een vrouw een middel toedienen ter vernietiging van ontkiemend leven.

Ik zal mijn leven en mijn kunst steeds zuiver en rein bewaren.

Ik zal geen operaties uitvoeren, zelfs niet bij lijders aan blaasstenen, maar ik zal dat werk aan deskundigen overlaten.

In welk huis ik ook binnentreed, ik zal er alleen binnengaan om de zieken te helpen; nooit zal ik er willens en wetens enig onrecht doen, in het bijzonder mij nooit schuldig maken aan sexuele omgang met man of vrouw, vrije of slaaf.

Ik zal, wat ik bij de uitoefening van mijn beroep ook zal horen of zien, of ook daarbuiten over het leven van mensen te weten kom aan dingen, die nooit bekend mogen worden, in stilzwijgen bewaren, en het beginsel hooghouden, dat dingen die mij zó bekend worden vallen onder de plicht van geheimhouding.

Als ik deze eed trouw in acht neem en niet ontwijd, moge ik dan in mijn leven en in mijn kunst gezegend worden, en aanzien genieten bij alle mensen, te allen tijde, maar als ik hem schend en meinedig word, dan wil ik het tegendeel ondergaan.

 

In België wordt er door beginnende dokters nog steeds een zg. “artseneed” afgelegd, die weliswaar door de eed van Hippokrates is geïnspireerd, maar die er op verschillende punten van afwijkt:

Nu ik toetreed tot de medische professie, beloof ik dat ik mij naar mijn beste vermogen voor een kwaliteitsvolle geneeskunde ten dienste van de medemens en de samenleving zal inzetten.

Ik zal het beroep van arts plichtsbewust en nauwgezet uitoefenen.

Ik zal boven alles voor mijn patiënten zorgen, hun gezondheid bevorderen en hun lijden verlichten.

Ik zal mijn patiënten correct informeren.

Ik zal geheimhouden wat ik krachtens mijn beroep van mijn patiënten weet, ook na hun dood.

Ik zal de professoren en allen die mij gevormd hebben, blijvend waarderen voor wat ze mij hebben bijgebracht.

Ik zal mij blijven bijscholen, de grenzen van mijn mogelijkheden niet overschrijden en waar mogelijk bijdragen tot de vooruitgang van de geneeskundige kennis.

Ik zal verantwoordelijk omgaan met de middelen die de maatschappij ter beschikking stelt en ijveren voor een gezondheidszorg die toegankelijk is voor iedereen.

Ik zal mij collegiaal gedragen en respectvol met medewerkers omgaan.

Ik zal ervoor waken dat mijn houding tegenover patiënten niet beïnvloed wordt door levensbeschouwing, politieke overtuiging, sociale stand, ras, etnie, nationaliteit, taal, gender, seksuele voorkeur, leeftijd, ziekte of handicap.

Ik zal het leven en de menselijke waardigheid eerbiedigen.

Zelfs onder druk, zal ik mijn medische kennis niet aanwenden voor praktijken die indruisen tegen de menselijkheid.

Dit verklaar ik plechtig, uit vrije wil en op mijn woord van eer.

 

 

Hij stuurde Perikles junior om water bij de buren, dat niet door de dood was aangeraakt, zodat de vrouwen het lichaam konden wassen.

Vrouwen zijn de natuurlijke tussenpersonen in geval van geboorte en dood. Daardoor beschermen zij de mannen. Dezen krijgen een lijk pas te zien als het door de vrouwen behandeld is. Er zijn strenge voorschriften i.v.m. begrafenissen, die vooral met zuivering te maken hebben, na de bezoedeling door de dood.

 

Meer dan twee dagen kon Hemera, de godin van het daglicht, de aanblik van de overledene niet verdragen, dus de derde nacht na haar overlijden werd de begrafenisstoet gevormd en werd Aspasia ten grave gedragen.

Hemera is een dochter van Nyx en de godin van het daglicht. Zij verlaat de onderwereld, wanneer Nyx er binnengaat en zo wisselen dag en nacht elkaar af. Zij heeft het moeilijk met de aanblik van een overledene, dus de begrafenisstoet moet ’s nachts uitgaan.

 

Perikles liep vooraan in de treurstoet, maar hij toen hem de vaas met plengoffers werd aangereikt, bracht hij zijn kin omhoog en gooide zijn hoofd nadrukkelijk achteruit.

Het gebaar voor “nee” is het omhoogbrengen van de kin en achteruitgooien van het hoofd.

 

Aphrodite ging Hermes opzoeken. Hij was de enige die toegang had tot het dodenrijk…

Hermes is als goddelijke boodschapper de enige die vrij heen en weer kan reizen naar het dodenrijk van Hades en Persephone.