Dionysos.jpg

Onschuld en Boete

1.1        Een harteloos welkom

1.2        De toorn van een godin

1.3        Verlokkende visioenen

1.4        Ongelijke kansen  

1.5        Athena voor Athene  

Vraag eender welke sterveling welke god de meeste dankbaarheid verdient en Dionysos zal het antwoord zijn.

Dionysos (ook Bakchos genoemd) is de zoon van Zeus en de Thebaanse koningsdochter Semele. Een jaloerse Hera overhaalt Semele om Zeus te vragen zich in zijn ware gedaante aan haar te vertonen, waardoor zij verzengd wordt door zijn goddelijk vuur. Hij naait haar kind, Dionysos, in zijn eigen dij. Dionysos wordt de god van de wijn en de vruchtbaarheid, maar Hera achtervolgt hem met waanzin. Hij is heel populair in de meeste gebieden van Griekenland, maar niet in Sparta, omdat hij diametraal staat tegenover de Spartaanse waarden. Dionysos huwt met de Kretenzische koningsdochter Ariadne, die tot godin van de passie wordt verheven.

 

Had iemand in Peteos’ familie een vemoeden gehad dat het huishouden geslachtofferd werd in een goddelijke wraakoefening, dan waren ze zonder uitstel naar het orakel te Dodona getrokken om de bijstand van de oppergod in te roepen.

In Dodona, in het westen van Griekenland bevindt zich het orakel van Zeus, waar priesters aan de hand van het geruis in de bladeren en het geluid van bronzen gongen de toekomst voorspellen.

 

Ze zouden een reinigingsritueel hebben laten uitvoeren en een hele os laten verbranden als zoenoffer.

Reinigingsrituelen zijn heel belangrijk in het antieke Griekenland en worden meestal met zeewater uitgevoerd.

 

Goden zijn zeer gesteld op offers en hebben elk een voorkeur voor een bepaald offerdier. (Aan Aphrodite worden bv. vooral geiten geofferd; zij heeft een afkeer van varkens.) Aan godinnen worden wijfjesdieren geofferd, aan de hemelgoden lichtgekleurde dieren en aan de goden van de onderwereld donkere dieren. Zonsopgang is een geschikte tijd voor het brengen van een offer.

 

Zijn huisgenoten hadden soms de indruk dat Peteos zichzelf als een soort Atheense Kadmos beschouwde, waarbij de oppergod in de schuld stond.

Kadmos is een afstammeling van zowel Zeus (met Io) als Poseidon (met Io’s kleindocher Lybia). Hij is een broer van Europa. Wanneer het oermonster Typhon (vader van verschillende andere monsters zoals de sfinx) erin slaagt om Zeus te ontvoeren, helpt hij bij de bevrijding. Uit dankbaarheid krijgt hij de godin Harmonia tot vrouw. Later doodt hij een draak, die helaas van Ares blijkt te zijn, wat rampspoed zal brengen. Hij zaait de drakentanden uit en daarmee creëert hij de eerste bewoners van de stad Thebe, die daarom “gezaaiden” genoemd worden (spartoi). Uiteindelijk worden hij en zijn vrouw Harmonia door de goden in slangen veranderd.

 

Sluw en inventief bedacht ze mooie toekomstvisioenen, die ze hen ’s nachts liet bezorgen door de droomgod Morpheus.

De goden zijn ’s nachts in een droom het makkelijkst te bereiken. De droomgod Morpheus is de zoon van Hypnos, god van de slaap en een neef van Thanatos, god van de dood. Als de goden een boodschap willen overbrengen, sturen ze Morpheus, die de dromen vormgeeft.

 

“Dit wordt jouw tijdperk, Pettie! Het tijdperk dat de geschiedenis zal ingaan als de gouden eeuw van Peteos!”

De 5de eeuw v.C. wordt in de Griekse geschiedenis de gouden eeuw van Perikles genoemd.

 

"Ik dien bij mijn stam mijn kandidatuur in voor de functie van strateeg.”

Rond 508 v.C. werd de – vrije – bevolking van de landstreek Attika administratief onderverdeeld in 10 stammen (phyle), die elk verschillende stadswijken (deme) groeperen, evenredig uit stad, binnenland en kustgebied. Daarbinnen worden ze nog ingedeeld in broederschappen (fratriai), waarvan de samenstelling onduidelijk is. Een Athener wordt in de administratie vemeld onder zijn eigen naam, de naam van zijn vader en die van zijn deme. De tien stammen kregen hun naam van het orakel van Delphi, dat mocht kiezen uit een lijst van 100 helden.

 

° de Erichthiden

(met de demen opper- en beneden Agryle, Anagyros, Euonymon, Themakos, Kedoi, Kephisia, opper- en beneden Lamptrai, Pambotadai, opper- en beneden Pergase en Phegous)

Erichtheis is één van de vroege koningen van Athene. Hij is de betovergrootvader van de legendarische held Theseus.

 

° de Kekropiden

(met als demen Athmonon, Aixone, Halai, Daidalidai, Epieikidai, Melite, Xypete, Pithos, Sypalettos, Trinemeia en Phlya)

Kekrops II is de zoon van Erichtheis, grootvader van Aigeus en overgrootvader van Theseus.

 

° de Pandioniden

(met als demen Angele, Konthyle, Kydathenaion, Kytheros, Myrrhinous, Oa, Prasiai, Probalinthos, opper- en beneden Paiania en Steiria)

Pandion II is de kleinzoon van Erichtheis, zoon van Kekrops II, de vader van Aigeus en de grootvader van Theseus.

 

° de Aigiden

(met als demen opper- en beneden Ankyle, Araphen, Halai Araphenides, Bate, Gargettos, Diomeia, Hestiaia, Erikeia, Erchia, Ikarion, Ionidai, Kollytos, Kolonos, Kydantidai, Myrrhinoutta, Otryne, Plotheia, Teithras, Phgeaia en Philadai)

Aigeus is de zoon van Pandion II en de vader van Theseus. Hij doodt de zoon van koning Minos van Kreta en moet sindsdien jaarlijks zeven jongens en zeven meisjes offeren aan het Kretenzische stierenmonster minotauros. (Zijn zoon Theseus zal zich hier vrijwillig voor aanbieden en de minotauros verslaan. Helaas vergeet hij bij thuiskomst de afspraak om bij succes de zwarte zeilen van zijn schip te vervangen door witte, zodat Aigeus meent dat zijn zoon dood is en zich in zee stort. Vandaar de naam Egeïsche Zee.)

 

° de Akamantiden

(met als demen Hagnous, Eiresidai, Eitea, Hermos, Iphistiadai, Thorikos, Kerameis, Kephale, Kikynna, Kyrteidai, Poros, Prospalta, Sphettos en Cholargos)

Akamas is de zoon van Theseus, die meevecht in de legendarische oorlog tegen Troje.

 

° de Leontiden

(met als demen Aithalidai, Halimous, Deiraditoai, Hecale, Eupyridai, Kettos, Kolonai, Kropidai, Leukonion, Oion Kerameikon, Painoidai, Pelekes, opper- en beneden Potamos, Potamioi-Deiradiotai, Skambonidai, Sounion, Hybadai, Phrearrhioi, Cholleidai)

Leos is een zoon van de legendarische lierspeler Orpheus en een vroege koning van Athene, wiens dochters zichzelf opofferen om de stad te redden van hongersnood.

 

° de Oiniden

(met als demen Acharnai, Boutadai, Epikephisia, Thria, Hippotomadai, Kothokidai, Lakiadai, Louisa, Oe, Perithoidai, Ptelea, Tyrmeidai en Phyle)

Oineus is de koning van Kalydon (op de noordkust van de golf van Korinthe), die van Dionysos de eerste wijnstok ontvangt.

 

° de Hippothoontiden

(met als demen Azenia, Hamaxanteia, Anakaia, Auridai, Acherdous, Dekeleia, Elaious, Eleusis, Eroiadai, Thymatadai, Keiriadai, Koile, Kopros, Korydallas, West-Oenoe, Oion Dekeleikon en Peiraeus)

Hippothoon is een zoon van Poseidon, die koning wordt van Eleusis (Attika).

 

° de Aiantiden

(met als demen Aphidna, Marathon, Oost-Oenoe, Rhamnous, Trikorynthos en Phaleron)

Aias de Grote is een Griekse held uit de legendarische oorlog tegen Troje.

 

° de Antiochiden

(Aigilia, Alopeke, Amphitrope, Anaphlystos, Atene, Besa, Eitea, Eroidai, Ergadeis, Thorai, Kolonai, Krioa, Leukopyra, Pallene, Semachidai en Phyrrhinesioi)

Antiochos is de zoon van de legendarische held Herakles.

 

Uit elke stam wordt een strateeg verkozen en zij delen de verantwoordelijkheid voor het militaire beleid. In de praktijk is hun invloed op de rest van de administratie ook heel groot.

 

“Athene zou moeten bestuurd worden door haar beste burgers, zoals het vroeger was. Daar moeten we terug naar toe: aristocratie in plaats van democratie!”

In de periode rond 650 v.C. begint het politieke monopolie van de aristocratie uiteen te vallen, als gevolg van verlies van hun belang bij de oorlogvoering, van hun onderlinge wedijver en van een opkomende middenklasse. Zo begint in de loop van de 7de  eeuw v.C. het tijdperk van de tirannie. De tirannen bevrijden het economisch leven van zijn feodale structuur en brengen welvaart en culturele bloei. De meesten van hen kan men beschouwen als hervormers, die de overgang markeren van adelsheerschappij en monarchie naar meer democratische staatsvormen. Belangrijke tirannen in de Atheense geschiedenis zijn Drako, Solon en Pisistratos. Latere tirannen vertonen echter afkeurenswaardig gedrag, zoals de broers Hipparchos en Hippias.  (Tijdens de panathenaiaprocessie in  514 v.C. wordt op deze twee tirannen een aanslag gepleegd door Armodios en Aristogeiton, echter niet uit politieke, maar uit persoonlijke motieven. Hipparchos wordt gedood, maar Hippias overleeft de aanslag en beide aanvallers worden ter dood gebracht.) In 510 v.C. wordt in Athene de tirannie beëindigd en begint Kleisthenes aan het democratiseringsproces. (Armodios en Aristogeiton worden vanaf nu als “tirannendoders” gehuldigd en krijgen een standbeeld op de agora (van Antenor, 510 v.C.). Dit beeld wordt geroofd door de Perzen en in 477 v.C. vervangen door een beeld van Kritios.) De voorstanders van de aristocratie (“leiderschap door de besten”) in Athene blijven hopen dat de democratie (“leiderschap door het volk”) ooit weer zal verdwijnen. Zij blijven zichzelf de “besten” noemen.

 

Megakles, zoon van Menon, had zich onlangs de weg versperd gezien door een achterlijk varkensboertje dat in de stad was om deel te nemen aan de volksvergadering.

Megakles en Menon zijn veel voorkomende namen in het oude Athene, vooral bij de aristocratische geslachten.

 

De Atheense aristocraten morren dat de arme burgers  zich onrespectvol gedragen en veel te snel gebruik maken van hun recht om een klacht in te dienen. Dit leidt tot het citaat dat “zelfs paarden en ezels tegen de mensen opbotsen, alsof zij ook van de democratie genieten."

 

Een rechtszaak wordt steeds aangespannen door iemand die zich benadeeld voelt. Vooraleer een rechtszaak te kunnen aanspannen, moeten beide partijen een borgsom betalen, die wordt ingehouden als de klacht wordt ingetrokken. Wanneer de aanklager geen vijfde deel van de stemmen haalt, moet hij een boete van 1 000 drachmen betalen. De rechtbank zetelt op de Areopaag of Aresheuvel,  genoemd naar de oorlogsgod Ares, die hier door de goden wordt berecht nadat hij de verkrachter van zijn dochter doodde. (Hij wordt vrijgesproken.)

 

“De Atheners aanbidden Perikles. En je weet hoe hij kan praten!”

Perikles staat bekend om zijn krachtige redevoeringen, maar we kennen die alleen in de versie van de historicus Thoukydides van Halimous. Zijn politieke tegenstrever Thoukydides van Alopeke (i.c. Peteos) zegt over zijn redenaarstalent: “Wanneer ik hem tijdens het worstelen op de grond gooi, wint hij toch, door te ontkennen dat hij is gevallen en weet hij de mensen die het zagen tot andere gedachten te brengen.”

 

Aristides voelde zich plots als Phaeton, die vol jeugdige branie de zonnewagen van zijn vader Helios had geleend, maar niet wist hoe hij hem moest besturen.

De zonnegod Helios is een titanenzoon en de broer van Eos, godin van de dageraad en Selene, maangodin. Elke ochtend maakt Eos de hemelpoorten open en vervolgens trekt Helios met zijn zonnewagen van oost naar west langs de hemel. (Eos wordt verliefd op de koningszoon Tithonos en smeekt Zeus om hem onsterfelijk te maken. Zeus verleent haar de gunst, maar omdat ze niet om eeuwige jeugd gevraagd heeft, verschrompelt Tithonos tot een stokoude grijsaard. Uiteindelijk verandert hij in een krekel en houdt ze hem in een kooitje. Eos en Tithonos zijn de ouders van de Trojaanse held Memnon, lieveling van Zeus.)

 

Volgens de mythe leent Helios op een dag zijn wagen uit aan zijn zoon Phaeton, die hem niet in bedwang kan houden en neerstort. (Hij komt neer in het land Aithiopia, het “land van de brandende zon”, volgens Herodotos ergens in de zuidelijke Nijldelta gesitueerd. Op dat moment zijn de inwoners daar zwart verschroeid…)

"Als we de Atheners kunnen doen geloven dat Anaxagoras een spion is voor de Perzen, ..."

Anaxagoras van Klazomenai  (Golf van Smyrna-500-428 v.C.), leeft sinds zijn 20ste in Athene. Hij wordt “de geest” genoemd en wordt door Perikles enorm bewonderd. Hij zoekt naar zuiver natuurlijke, mechanische oorzaken voor natuurlijke fenomenen. Volgens hem is de wereld samengesteld uit een verzameling oerelementen (spermata). Zijn visie maakt hem niet populair, omdat ze als godslasterlijk wordt ervaren. Van hem zou Perikles zijn zelfbeheersing hebben geleerd en zijn ietwat sceptische houding tegenover de goden. Anaxagoras wordt ervan beschuldigd pro-Perzische sympathieën te hebben. Perikles kan een veroordeling voorkomen, maar hij moet de stad verlaten.

 

Het was onbegrijpelijk dat zelfs Zeus niet inzag wat een vermetele stoker hij was en wat voor een vergiftigd geschenk hij de mensheid gegeven had.

Net als in veel andere culturen is het “vergiftigd geschenk” een weerkerend thema in de Griekse verhalen:

  • Hephaistos maakt uit jaloezie een ongeluksbrengende ketting voor de dochter van Aphrodite en Ares, Harmonia (godin van de harmonie en samenhorigheid.) Deze ketting wordt eeuwenlang overgeërfd en doorgegeven en brengt ongeluk bij iedereen die ze draagt (bv. Iokaste uit de sage rond Oidipous, die onbewust trouwt met haar eigen zoon.)

  • De tovenares Medeia van Kolchis (ex-vrouw van argonaut Iason) schenkt haar liefdesrivale Kreousa een vergitigd gewaad, dat in brand vliegt als  Kreousa het aantrekt.

  • De goden schenken de doos van Pandora aan de stervelingen, die alle onheil ter wereld bevat.

  • De tweede vrouw van Herakles, Deianeira, krijgt van een kentaur enkele druppels bloed, onder het voorwendsel dat ze zich daarmee van Herakles zijn eeuwige liefde kan verzekeren. Wanneer ze zijn hemd ermee inwrijft, verbrandt Herakles zich gruwelijk.

  • Hephaistos smeedt voor zijn moeder Hera een schitterende gouden troon, maar als ze erop gaat zitten, kan ze er niet meer uit. Hij maakt haar pas los, wanneer hem Aphrodite tot vrouw beloofd wordt.

 

Met afgrijzen had ze moeten aanschouwen hoe zelfs de best opgevoede en preutse burgeressen na wat drank en dans veranderden in een groep losbandige pornai, die zich openbaar te grabbel gooiden.

Sommige vrouwelijke volgelingen van Dionysos verenigen zich in groepen, die zichzelf in extase brengen en zich te buiten gaan aan geweld en liederlijk gedrag. Zij worden mainaden of bacchanten genoemd. In verschillende verhalen scheuren ze in een verblinde extase een man aan stukken (sparagmos):

  • Omdat de beroemde lierspeler Orpheus na de dood van zijn geliefde Eurydike jarenlang verzaakt aan de liefde, wekt hij hun razernij op. In een extatische roes scheuren ze hem in stukken (waarna zijn hoofd en zijn lier aanspoelen op Lesbos).

  • Koning Pentheus van Thebe heeft een afkeer van de  cultus van Dionysos en neemt de god gevangen, maar de ketenen vallen zo van hem af. Uit wraak wordt Pentheus in een krankzinnige roes verscheurd door zijn eigen moeder en tantes.

  • De dochters van de Boiotische koning Minyas, Alcithoe, Leukippe en Arsippe, wijden zich liever aan weven dan aan de Dionysoscultus. Uit wraak drijft hij hen tot waanzin en ze verscheuren Leukippe’s zoon Hippasos. Nadien rouwen ze hierom en Hermes verandert hen in vleermuizen.

 

In elke man schuilde een Ikaros, die met wassen vleugels naar de zon wou vliegen…

Ikaros is de zoon van Daidalos, de bouwer van het labyrinth in Kreta. Opdat ze niemand het geheim van de uitweg zouden vertellen, worden ze erin opgesloten. Daidalos maakt vleugels van vogelveren en was, zodat ze kunnen wegvliegen. Maar Ikaros vliegt te dicht bij de zon, zijn vleugels smelten en hij stort neer.

 

Met hun kwaadaardige spitsvondigheid konden ze Ate, godin van verblinding en misleiding, nog iets leren…

De godin Atë, wordt genoemd als dochter van Eris (godin van de tweedracht) en is de godin van verblinding en overmoed, die tot ruïnering leidt.

 

Toen de ongelukkige strateeg zijn geliefde vriend zag vertrekken, zwoer hij bij zichzelf dat er nog eerder licht zou schijnen in de onderwereld, dan dat hij dit onrecht ongewroken zou laten.

Het is de zonnegod Helios, die ermee dreigt om “zijn licht te gaan schijnen in de onderwereld” als hij geen genoegdoening krijgt voor het feit dat de reisgezellen van de held Odysseus zijn runderen hebben opgegeten. (De kudde werd bewaakt door zijn dochters Lampetia, godin van het licht en Phaetusa, godin van de zonnestraal.) Zeus bliksemt de volledige scheepsbemanning dood, uitgezonderd Odysseus.

 

Het was Euphorion die de gouden regels van Homeros declameerde.

Op de vraag wat het mooist is voor sterfelijke mensen, zou de dichter Homeros in volgende verzen geantwoord hebben: “Als in het hele land bij het volk zich de vreugde laat gelden, maaltijdgenoten in huis naar een zanger van liederen luisteren, zittend de één naast de ander, de tafels bij hen zijn beladen, vol met voedsel en vlees, als de schenker de wijn uit het mengvat schept en hem aanbiedt aan ieder die luistert en schenkt in zijn beker: onbetwistbaar is dat, naar mijn oordeel, het mooiste van alles.” Deze regels worden gouden regels genoemd en worden geciteerd bij plengoffers en maaltijden.

“Meer wijn! De heer van het feest eist meer wijn!”

De rijke Grieken ontvangen regelmatig vrienden in hun huis voor een drinkgelag (symposion) na de maaltijd. Een feest wordt niet lang van tevoren georganiseerd, meestal gewoon bij toevallige uitnodiging.

Slaven ontdoen de gasten van schoenen, geven hen een voetbad, trekken hen lichte sandalen aan en gieten geparfumeerd water over hun handen. Het toilet maken kan wel een uur duren. Soms wordt voor de gasten een bad klaargemaakt, omdat dit zou helpen tegen dronkenschap. (De uitdrukking “een bad nemen” betekent “gaan eten”.) Vervolgens bekijken de gasten de versieringen en toebereidselen voor het feest en nemen plaats op de rustbedden. De ereplaatsen zijn aan weerszijden van de gastheer.

Het feest verloopt via een vast ritueel met veel aandacht voor de goden. Slaven hangen de gasten guirlandes om hoofd, hals en armen, als verwijzing naar de klimopkrans van Dionysos. Er wordt een “heer van het feest” gekozen door erom te dobbelen. Die bepaalt een aantal regeltjes en opdrachtjes. Van de oosterse volkeren heeft men de gewoonte aangenomen om aan te liggen, op rustbedden bedekt met matrassen en kleden. Er liggen kussens op ter ondersteuning van de linkerarm. Elk aanligbed heeft een eigen tafeltje van hout, brons, ivoor of kostbaar metaal met één of drie poten, veelal samenklapbaar of met afneembaar blad. Men brengt de tafels met spijzen beladen binnen of men dient op bladen op. Als versnaperingen zijn er gedroogde en gekonfijte vruchten, gegrilde bonen en zout gebak. Verstandige gasten gaan naar huis na het drinken van drie bekers, maar meestal mondt een drinkgelag uit in algemene dronkenschap.

 

Wijn wordt verkocht aan de oostkant van de agora. De wijn wordt in het land van herkomst gedecanteerd in grote kleipotten. Hij gist niet in vaten, zodat hij niet lang bewaart. Daarom voegt men bij de productie zout water toe. De wijn wordt geëxporteerd in amforen, die gevuld zo’n 35 kg wegen. Soms eindigen zij op een voetstuk, soms op een punt waarmee ze in de grond gezet kunnen worden. Op de handvatten staat de naam van de handelaar gestempeld en de stempel van lokale controleurs, die de kwaliteit garanderen. Wijn voor direct gebruik wordt geleverd in lederen zakken uit geiten- of varkenshuid. Voor gebruik wordt de wijn in een mengvat (krater) gegoten en aangelengd met water. (Grieken beschouwen volkeren die wijn onaangelengd drinken als onbeschaafd.) In het begin van een feest zijn dat meestal 4 maten water tegenover 1 maat wijn. Later kan dit verhoogd worden tot 3 tegen 1. De krater wordt binnengebracht in de feestzaal en hieruit vult men schenkkannen, waarmee men rondgaat. Tijdens de Dionysosfeesten in februari (Anthesterieën) worden wijndrinkwedstrijden gehouden. Kinderen die dat jaar drie worden, proeven voor het eerst wijn en krijgen een mooie drinkbeker.

 

“Ze drinken weer als de Skythen.”

De Skythen worden gezien als een wild en onbeschaafd volk. Voor iemand die teveel drinkt wordt de uitdrukking: “drinken als de Skythen” gebruikt.

 

“En zet de mierikswortel maar al klaar.”

Aan vele groenten en kruiden wordt een geneeskrachtige werking toegekend, bijvoorbeeld mierikswortel om dronkenschap tegen te gaan.

 

Er waren nog enkele parasieten komen opdagen, die in ruil voor gratis drank het gezelschap trakteerden op vrolijke spotgedichten.

Bij een feest dagen meestal drie soorten gasten op: de uitgenodigden, de gasten die de uitgenodigden meebrengen en parasieten, zoals dichters, muzikanten of filosofen,… (Bij één van de rituelen ter ere van de held Herakles worden enkele burgers aangeduid, die verplicht aan een feestmaal moeten deelnemen. Dezen worden parasitoi genoemd, “mee-eters”, vandaar de term parasieten.)

 

Van de verzen van de hekeldichter Archilochos (7de eeuw v.C.) uit Pharos (eiland voor de westkust van Griekenland zijn slechts enkele fragmenten bewaard, maar hij staat voor de Grieken op dezelfde hoogte als Homeros. Hij is beroepssoldaat en één van de eersten om zijn eigen ervaringen als onderwerp te nemen. Zijn sarcasme maakt hem populair bij de massa, maar zou zijn verloofde tot zelfmoord gedreven hebben. De originele versie van het geciteerde vers luidt:

“Een van de Saianen (een Thrakische stam)

verheugt zich in het schild dat ik weggooide,

tegen mijn zin, bij een struik, want het was perfect in orde.

Maar op zijn minst ben ik zelf ontsnapt. Waarom zou ik om mijn schild geven?

Laat het gaan. Op een keer vind ik een ander, dat niet slechter is.”

 

“En nu kot… kottabos!” instrueerde Euphorion.

Bij zowat alle gelegenheden waar mensen samenkomen, wordt kottabos gespeeld, waarbij de speler de droesem uit zijn beker wegslingert in de richting van een schaal op een standaard of een kom die aan een stok of haak hangt.

 

Hij nam de dobbelstenen die op zijn tafeltje lagen, schudde ze in zijn hand en wierp.

Men dobbelt met drie terracotta dobbelstenen, genummerd van 1 tot 6. Het beste resultaat is 3 zessen (Aphrodite’s worp), het slechtste is 3 enen (de hond). Er wordt ook een soort ganzenbord gespeeld, backgammon en dammen.

 

Verschrikt probeerde het slavinnetje zich los te rukken, maar daarbij begaf haar schouderspeld het en de stof viel als een vormeloze lap van haar lichaam.

Het werkkostuum van arbeiders, slaven en soldaten is een korte tuniek, één schouder bloot, bijeengehouden door een gordel rond het midden, op de schouder vastgemaakt met fibula of knoop, open of dichtgenaaid aan de rechterzijkant (exomis). Slaven, volksvrouwen en boerinnen dragen ook wel een chiton van (geiten)wol.

 

Houterig zette ze de dubbele fluit aan haar lippen.

De voornaamste oud-Griekse instrumenten zijn de fluit en dubbelfluit met riet (aulos/diaulos). Deze hadden dubbelzinnige connotaties. Verder speelde men de lier (lyra), de vier- en zevensnarige citer (kythara), fluit en panfluit (syrinx) en de harp (magadis).

 

“Een Persephone uit het oosten, verlokkelijker dan de nimfen uit de zee…“

Persephone (ook Kore genoemd, wat meisje betekent) is de dochter van Zeus en de vruchtbaarheidsgodin Demeter. Ze wordt verkracht en ontvoerd door de god van de onderwereld, Hades en wordt zijn koningin.

 

Later, veel later, toen het gezelschap lag te snurken in hun Augiasstal vol gemorste wijn en braaksel, zeeg ze uitgeput in elkaar.

Augeias is een koning van Elis, die aan de held Herakles de opdracht gaf om de (augias)stal van zijn drieduizend runderen schoon te maken, die in 30 jaar niet gereinigd was.  Herakles vervult de opdracht door de rivieren Alpheus en Peneios erdoorheen te laten stromen.

 

“Wie verbeeldt ze zich wel dat ze is? Penelope zelf?”

Volgens de “Odysseia” van Homeros is Odysseus een held uit de Trojaanse oorlog, die de woede opwekt van de oceaangod Poseidon (omdat hij diens zoon, de kykloop Polyphemos, blind maakt). Daarom verhindert Poseidon zijn thuiskomst. (Een odyssee is nog steeds een lange reis.) Ondertussen blijft zijn vrouw Penelope trouw op hem wachten, hoewel ze belaagd wordt door ontelbare aanbidders, die zijn plaats willen innemen. (Om hen om de tuin te leiden, maakt ze hen wijs dat ze eerst een doodskleed wil weven voor haar hoogbejaarde schoonvader. Ze haalt echter elke nacht haar weefwerk weer uit, zodat ze er meer dan drie jaar aan bezig blijft.)

 

Het was Prokne, een koket zwartharig vrouwtje, dat de echtgenote was van de hoog aangeschreven ziener Lampon, één van Perikles’ beste vrienden.

Prokne is genoemd naar de echtgenote van de Thrakische koningszoon Tereus. Wanneer Tereus haar zuster Philomela verkracht en diens tong afsnijdt, doodt Prokne hun eigen zoon als wraak. Later veranderen de goden Prokne in een zwaluw en Philomela in een nachtegaal.

 

Lampon is een vriend van Perikles. Hij is een ziener op wie Perikles een beroep doet als er een voorteken geïnterpreteerd moeten worden. Veel van Perikles zijn beslissingen zijn door Lampon vooraf gesuggereerd of achteraf verantwoord.

Kirke is een dochter van de zonnegod Helios. Zij woont in een paleis op het mythische eiland Aiaia, waar ze alle bezoekers in dieren verandert. (Ze verandert ook haar liefdesrivale Skylla in een zeemonster en de koningszoon Picus, die haar liefde versmaadt, in een specht.) Ze verleidt Odysseus ertoe om een vol jaar bij haar door te brengen, samen met zijn gezellen.

 

Kalypso is de dochter van de titaan Atlas. Zij vecht tegen de Olympiërs in de grote titanenstrijd. Als straf wordt ze naar een onbewoond eiland gestuurd, waar regelmatig één of andere held langskomt op wie ze verliefd wordt. Het levert haar telkens een gebroken hart op. Zo ook bij Odysseus, maar ze houdt hem wel zeven jaar vast.

 

Dat is niets voor Leda…” opperde Aithra, de hoogzwangere vrouw van dokter Hippokrates, een andere vriend van Perikles.

Aithra is genoemd naar de moeder van de legendarische Atheense held Theseus.

 

De bekende dokter Hippokrates wordt rond 460 v.C. geboren op het Sporadeneiland Kos. Hij wordt beschouwd als de grondlegger van de westerse geneeskunde, omdat hij veel belang hecht aan observatie en zoekt naar natuurlijke i.p.v. bovennatuurlijke oorzaken.

 

Syrinx, de echtgenote van de beeldhouwer Alkamenes, snoof minachtend en verschikte met bestudeerde elegantie enkele krulletjes in haar kunstige kapsel.

Syrinx is genoemd naar de bosnimf, die door Pan achternagezeten wordt. Artemis verandert haar in een rietstengel en wanneer Pan haar zuchtend in zijn armen houdt, ontdekt hij dat de lucht uit zijn mond, door het riet, klanken produceert. Zo vindt hij de panfluit uit.

 

Alkamenes (2de helft 5de eeuw v.C.) is een leerling van Pheidias, die beroemde beelden maakt van Ares, Hephaistos en Hermes, maar die zijn niet bewaard. Hij staat bekend voor zijn delicate afwerking. Onder leiding van Pheidias werkt hij aan de versieringen voor het parthenon en vervaardigt ook het standbeeld van “Aphrodite van de tuinen”.

 

“Je hebt iets te vroeg je krijgslied ingezet…

Wanneer bij een treffen te land de aanval begint, heffen de soldaten een krijgslied aan, waarin de goden aangeroepen worden (paian).

 

Net nu er eindelijk enige toenadering begon te ontstaan tussen hem en de weergaloze liefdesgodin Aphrodite, die hij al decennialang onvermoeibaar het hof maakte.

Aphrodite, de liefdesgodin, is ontstaan uit de geslachtsdelen van de oergod Ouranos, de grootvader van Zeus. Kronos, Zeus’ vader, snijdt die af en werpt ze in zee. Daaruit – uit het schuim van de zee - wordt Aphrodite als volwassen en prachtige godin “geboren”. Zij komt heel even aan land op Kythira (onder de oostelijke punt van de Peloponnesos) en trekt dan naar Cyprus, waar ze bijzonder populair blijft.

 

Maar Pheme, de godin van het gerucht, had hem weten te vertellen dat die het zelf ook niet al te nauw nam met de huwelijkstrouw.

Pheme is een dochter van aardgodin Gaia. Ze is de godin van het gerucht. Volgens de Grieken is ze klein als ze tevoorschijn komt, maar groeit ze gaandeweg in kracht en grootte.

 

Vergeleken met haar leek zelfs de vrome tuttebel Antigone een extravert feestbeest!

Antigone is de dochter van Oidipous, koning van Thebe. Door allerlei misverstanden huwt Oidipous zijn eigen moeder, Iokaste. Wanneer hij de ware toedracht ontdekt, steekt hij zichzelf de ogen uit en zwerft blind door Griekenland, met Antigone als gezelschap. Haar broers Polyneikes en Eteokles krijgen intussen ruzie over de troonsopvolging in Thebe. Polyneikes trekt op met de “zeven tegen Thebe”, maar sneuvelt, samen met zijn broer. Als verrader mag hij niet begraven worden, maar Antigone doet dit toch, uit pure vroomheid. Ze wordt door de nieuwe heerser levend ingemetseld om de hongerdood te sterven en hangt zich op aan haar sjaal.

 

Maar het was geen schande om in het rijtje van haar minnaars te staan.

De liefdesgodin Aphrodite houdt er verschillende minaars op na:

  • Adonis is de zoon uit de incestueuze relatie van Myrrha (Smyrna?) met haar vader Kinyras, priester van Aphrodite op Kreta. (Myrrha wordt later in de mirreboom veranderd.) Hij wordt opgevoed door Aphrodite en groeit uit tot een beeldschone jongeling, waar ze verliefd op wordt. Hij wordt tijdens een jachtpartij gedood en dient naar de onderwereld af te dalen. Maar Zeus staat hem toe om lente en zomer op aarde door te brengen.

  • Ares is een zoon van Zeus en Hera. Hij is de god van de oorlog en agressie, hoog gewaardeerd in Sparta, maar minder in andere Griekse stadsstaten. Met hem heeft ze een hechte liefdesrelatie. Haat en liefde liggen dicht bij elkaar.

  • Anchises is de vader van Aphrodite’s zoon Aineias (Trojaanse oorlogsheld en stamvader van de Romeinen). Wanneer hij opschept over zijn relatie met de liefdesgodin, wordt hij door Zeus’ bliksem getroffen en hij raakt verlamd.

  • Butes is één van de argonauten. Dat zijn de avonturiers, die met het schip Argo uitvaren om het gulden vlies te gaan zoeken. Aphrodite redt Butes van de verdrinkingsdood en baart hem een zoon, Eryx.

 

“… een samensmelting van zijn mannelijke kracht en haar vrouwelijke elegantie.”

Meerdere Griekse mythen spelen met het verschil tussen de seksen en verkennen de tussenzones:

  • Hermaphroditos is een zoon van Hermes en Aphrodite, die zowel mannelijke als vrouwelijke kenmerken erft. Hij wordt begeerd door de nimf Salmakis, die zich in een waterpoel met hem verstrengelt en aan de goden vraagt om hen te verenigen. Zo wordt hij een tweeslachtig wezen, met de borsten van een vrouw en de geslachtsdelen van een man. Hij is het symbool van biseksualiteit en/of androgynie.

  • In het verhaal van Iphis en Ianthe wordt het meisje Iphis als jongen voorgesteld, omdat de familie te arm is om een bruidsschat te betalen. Ze wordt verliefd op Ianthe, die haar liefde beantwoordt, in de veronderstelling dat Iphis haar echtgenoot zal worden. Op de vooravond van de bruiloft verandert Hera Iphis in een man en het paar leeft nog lang en gelukkig.

  • De Lapithische prinses Kainis wordt verkracht door Poseidon en ze bevalt hem zo, dat hij haar een wens toestaat. Ze vraagt om in een man veranderd te worden, om nooit meer overweldigd te kunnen worden. Ze wordt de sterke mannelijke krijger Kaineus, maar wordt ook bespot omwille van haar verleden als vrouw. Later zou ze door de erinyen terug in een vrouw veranderd zijn.

 

Bijna spinnend van tevredenheid rekte ze zich in haar volle lengte uit, een sfinxachtige glimlach om haar lippen.

De Griekse sfinx is half vrouw, half adelaar. Ze is een zuster van andere monsters, zoals de hellehond Kerberos, de Nemeïsche leeuw en de draak Ladon. In de mythe van Oidipous legt de sfinx hem een raadsel voor: “Wat heeft 's morgens vier benen, 's middags twee en 's avonds drie?" Het antwoord luidt: de mens (want die kruipt als kind op handen en voeten, loopt als volwassene op twee benen en als grijsaard gebruikt hij een stok).

 

"Zovelen hebben reeds gedacht over het leven van hun dochters te kunnen beschikken en hen op te kunnen opofferen voor een ingebeeld hoger doel."

In de Griekse mythologie is het opofferen van dochters een terugkerend thema:

  • Iphigeneia wordt door haar vader Agamemnon geofferd om een goede wind af te smeken. Zij wordt gered door Artemis.

  • De Ethiopische prinses Andromeda (dochter van Kassiopeia) wordt door haar vader Kepheus aan een zeemonster geofferd. Zij wordt gered door Perseus (degene die ook Medousa doodt).

  • De Trojaanse koning Laomedon offert zijn dochter Hesione eveneens aan een zeemonster. Zij wordt gered door Herakles.

  • De Atheense koning Erichtheis offert één of twee van zijn dochters op om de stad te redden van de Thrakiërs.

 

"Ik ga Iris in jouw plaats aanstellen, de godin van de regenboog."

Iris is een titanendochter. Zij bezorgt boodschappen voor de goden tijdens de titanenstrijd, terwijl haar tweelingzuster de kant van de titanen kiest. Ook in de oorlog om Troje is Iris bodin van de goden. Als godin van de regenboog legt ze de verbinding tussen hemel en aarde. Ze is gehuwd met Zephyros, god van de westenwind.