Artemis AS.jpg

Onschuld en Boete

1.1        Een harteloos welkom

1.2        De toorn van een godin

1.3        Verlokkende visioenen

1.4        Ongelijke kansen  

1.5        Athena voor Athene  

De oppergod Zeus heeft vele kinderen en hij houdt van allemaal. Maar één is er zijn lieveling en dat is Artemis.

Artemis en Apollo zijn de tweelingkinderen van oppergod Zeus en zijn zesde vrouw, de titanendochter Leto Voor ze de tweeling ter wereld kan brengen, zwerft Leto in helse barensnood over de aarde, omdat Zeus zijn jaloerse echtgenote Hera bepaalt dat ze “nergens op aarde” mag bevallen. Ze wijkt uit naar Delos, wat geacht wordt een drijvend eiland te zijn (dus niet op aarde gelegen). Delos is sindsdien één van de heiligste plekken van Griekenland. Er mag geen geboorte of sterfte op dit eiland plaatsvinden. Beide kinderen komen volwassen ter wereld en Artemis helpt haar moeder bij de geboorte van haar broer. Artemis is de godin van de jacht en wordt ook als geboortegodin aangeroepen (samen met Eleuthya, godin van de bevalling). Artemis kan met haar zilveren pijlen ook een zachte dood brengen.

 

In het huis van de vooraanstaande Athener Peteos heerste al dagen een zenuwachtige drukte.

De figuur van Peteos staat voor de Atheense conservatieve staatsman Thoukydides van Alopeke, zoon van Melesias. Omwille van de wijdverspreide verwarring met de historicus Thoukydides van Halimous heeft hij een andere naam gekregen. Peteos is de naam van een edelman uit de verhalen over de Atheense koning Theseus.

 

Het uur dat zijn mooie jonge vrouw Leda voor een opvolger zou zorgen, kwam steeds naderbij.

Leda is de naam van een Spartaanse koningin uit de verhalen over de Trojaanse oorlog, minnares van Zeus en moeder van Helena van Sparta en Kastor en Polydeukes.

Akka, de oude slavin die het huishouden runde, maakte zich ongerust.

Een comfortabele Athener heeft zo’n 50 huisslaven, de middenklasse houdt er 12. Armere burgers hebben geen slaven. Slaven worden “andrapoda” genoemd (beesten met mensenvoeten). Vrouwelijke slaven poetsen het huis, halen water, malen graan, wassen, spinnen, weven en borduren. Mannelijke slaven vervullen de taak van portier, kok, pedagoog en ze doen de boodschappen. Ze hebben geen legale status en kunnen slechts rechtsgeldig getuigenis afleggen na marteling. Ze ontvangen geen opvoeding en hebben geen toegang tot gymnasium of badhuis. Weggelopen slaven worden gebrandmerkt, maar een slaaf die wegloopt van een wrede meester kan asiel zoeken in het heiligdom van Theseus of de erinyen. Zijn eigenaar moet hem dan verkopen. In principe behoren de verdiensten van een slaaf toe aan zijn meester, maar meestal kan hij deze houden. Slaven van handel en nijverheid kunnen hun woonplaats kiezen en een percentage van de opbrenst houden, opdat ze hun interesse voor de zaak niet verliezen. Slimme mannelijke slaven kunnen soms voor eigen rekening werken en behouden een deel van de winst. Staatsslaven, die publieke taken uitvoeren, leven als kleine ambtenaren. Zij doen bewaking (Skythische boogschutters), tempeldienaars, klerken, bodes en bedienden van de volksvergadering, stadsraad of boulè, rechtbanken, beul, straatvegers en geschoolde muntslagers. Ze kunnen wonen waar ze kiezen, ontvangen salaris en er bestaat geen bezwaar tegen huwelijken (maar niet rechtsgeldig).

 

Bij wijze van goedwil wordt slaven soms toegestaan om een gezin te stichten. Seksuele omgang van eigen slaven met die van een andere meester wordt niet toegestaan. Het is de vrouw des huizes die toezicht houdt op de slaven, en toekijkt op hun reproductie.

 

Akka is genoemd naar een dappere vrouwelijke soldaat uit de verhalen over de stichter van Rome, Aineias.

Het scheen haast onmogelijk dat dit onvolgroeide meisjeslichaam straks een kind ter wereld kon brengen.

In het antieke Griekenland worden meisjes geslachtsrijp rond hun 14 jaar. Als ze niet aan lichaamsbeweging doen, is dat eerder. Door te kaatsen, dansen en koorzang, kunnen ze hun menstruatie uitstellen. Een Atheens burger verwacht dat het huwelijk (liefst drie) kinderen zal voortbrengen om voor zijn oude dag te zorgen en hem met de gepaste eer te begraven. Meisjes huwen rond 15-16 jaar. Een huwelijk wordt enkel tot stand gebracht als een burgervrouw door een burger wordt weggegeven aan een ander burger.

Mannelijke vrijgezellen worden met minachting aangekeken. Een man wiens oudere broer getrouwd is en zonen heeft, kan zich iets makkelijker aan het huwelijk onttrekken. Een vader geeft zijn dochter het liefst aan een vriend (dus van zijn generatie en binnen de sociale grenzen van haar groep) en nog liever aan een bloedverwant. Als een dochter aan een vreemde gegeven wordt terwijl er nog een bloedverwant beschikbaar is, is dat voldoende om twijfel te doen rijzen over de zuiverheid van haar geboorte of de deugdzaamheid van haar moeder. Een rijk man trouwt geen meisje zonder bruidsschat en een arm man kan niet hopen een rijke bruidsschat te verwerven. Arme burgers hebben meer kansen om te trouwen uit liefde. (Zij kunnen elkaar buitenshuis tegenkomen.) Zij leven na het huwelijk ook meer samen. Erfenissen gaan bij voorkeur naar mannelijke familieleden. De vrouwelijke lijn wordt volledig voorafgegaan door de mannelijke. De zonen erven ook de bruidsschat. Tijdens het feest van de Apatouria (okt.-nov.) wordt de echtgenote door de pasgetrouwde burger voorgesteld. De wettigheid van het huwelijk wordt gestaafd door te getuigen dat zij de dochter is van een burger. Een vrouw is eeuwig minderjarig onder de hoede van haar man. In het algemeen is het antieke vrouwbeeld niet bijzonder positief: “… het hele geslacht van vrouwen… vreselijke ramp voor de mensheid als zij met mannen verkeren, geen goed gezelschap in treurige armoe, wel als men rijk is!...” (Hesiodos)

Voor een burgervrouw is het risico te sterven als gevolg van veelvoudige zwangerschap of abortus een gewoon perspectief. Ook de kindersterfte ligt enorm hoog. De levensverwachting van een vrouw bedraagt 20 tot 30 jaar. Tussen 5 à 10% sterft bij de bevalling of aan de gevolgen ervan. Daarom wordt een vrouw opgevoed tot kuisheid en dient ze de omgang van haar man met prostituees (hetairai) toe te staan. Het is wel ongepast om er een courtisane op na te houden in de echtelijke woning. Een Atheens burger moet er op toezien geen kinderen te verwekken bij een vreemdelinge, vrijgelatene of ongehuwde burgeres.

Als het huwelijk verbroken wordt (bv. wegens onvruchtbaarheid van de vrouw, wat een wettig motief voor verstoting is), moet de bruidsschat teruggegeven worden en komt de vrouw terug onder voogdij van haar vader. De bruidsschat bestaat dikwijls uit rentedragende beleggingen, zodat het geïnvesteerde geld bijdraagt aan de economie. De bruidsschat teruggeven is dan ook meestal niet evident. Een vrouw die wil scheiden, kan haar belangen laten verdedigen door een magistraat (archont) en hem schriftelijk haar motieven voor de scheiding overhandigen. Dat kan het moment zijn om haar met geweld terug te voeren naar de echtelijke woning, zoals de Atheense staatsman Alkibiades doet, wanneer zijn vrouw hem wil verlaten. Een gescheiden vrouw raakt geïsoleerd, vooral als men vermoedt dat ze geen kinderen kan krijgen.

 

Er was geen enkele kans dat Anteia Hekamede of haar dochter Hebe in het huishouden zou laten blijven.

Anteia is de naam van een Korinthische koningin, die vergeefs probeert de koningszoon Bellerophon te verleiden.

 

Een Atheense vrouw bestuurt haar huishouden met gezag omdat de man bezet is door staatszaken en jagen (als hij rijk is), zijn beroep of het veld bewerken (als hij arm is). Hoewel de bruid bij haar intrede in het huis van haar man de sleutels krijgt overhandigd, is het in veel gevallen echter zo dat de schoonmoeder de touwtjes in handen houdt.

 

De slavin Hekamede is genoemd naar de dienares van Nestor uit de Trojaanse sagen. Hebe is genoemd naar een dochter van Zeus en Hera, godin van de eeuwige jeugd en de hemelse vrouw van de held Herakles.

 

Ze probeerde tevergeefs haar armen hemelwaarts te strekken.

Hera is de oppergodin. Ze behoort tot de hemelgodinnen, dus dient men bij een gebed naar boven te reiken.

 

Ze had verklaard dat Peteos de avond tevoren bij het huisaltaar zijn duurste wijn had geplengd ter ere van Zeus, de oppermachtige heerser over aarde en hemel.

De titaan Kronos slokt al zijn kinderen op bij de geboorte, maar de jongste zoon Zeus ontsnapt aan dit lot, bevrijdt zijn broers en zussen en neemt de wereldheerschappij over van de titanen.

 

Het plengoffer (spendo) is één van de meest voorkomende liturgische handelingen. Vrome Grieken beginnen en eindigen de dag ermee. Er kan verdunde of onverdunde wijn geplengd worden, alsook honing, olie, water of melk. Men houdt met gestrekte rechterarm een ondiepe schaal vast, waarin de vloeistof wordt gegoten. Vervolgens kan men enkele druppels op de grond “plengen” of de volledige schaal leeggieten. Wat over is, wordt opgedronken.

“Misschien moesten we... een vroedvrouw?...” waagde ze.

Bij een bevalling zijn de vrouwelijke huisgenoten, drie buurvrouwen en eventueel een vroedvrouw aanwezig. Bij problemen kan een vroedvrouw niet veel doen, behalve de hulp van de goden inroepen. Als de bevalling dreigt mis te lopen, wikkelt de vroedvrouw de kraamvrouw in een laken en schudt haar heen en weer. Een heelmeester wordt er in uiterste nood bijgehaald. Een vrouw met ervaring en van een zekere leeftijd snijdt de navelstreng door.

Sinnis, de portierslaaf, werd erop uitgestuurd om de vroedvrouw te halen.

De portierslaaf Sinnis heeft de naam gekregen van een legendarische reus, die als struikrover de wegen rond Korinthe onveilig maakt. Hij doodt zijn slachtoffers door ze tussen twee omgebogen sparren te binden en ze vervolgens uiteen te laten scheuren. Hij wordt door de al even legendarische Atheense koning Theseus op dezelfde manier gedood.

 

Terwijl ze wachtten, bleef de trouwe Hekamede de gemartelde vrouw in het kraambed moed inspreken.

In de hoofdslaapkamer staat een bed met een houten frame, kriskras bespannen en daarop een dunne rieten mat. Hoe rijker de familie, hoe mooier de meubelen (snijwerk en/of inlegwerk met zilver, goud, ivoor,…). De antieke Grieken gebruiken kussens en dekens, maar geen lakens. Er branden lampjes op olijfolie.

 

Met neergeslagen ogen nam de vroedvrouw het zilverstuk aan.

Athene heeft eigen zilvermijnen en slaat zilveren munten met verschillende waarde, de zg. uiltjes. De uiltjesafbeelding verwijst naar het symbooldier van de beschermgodin van de stad, Athena.

 

Een spichtig slavinnetje kwam de galerij opgestoven…

Rijke Atheense families leven in een eerder bescheiden stadshuis en bezitten nog een tweede verblijf op het platteland. Op het gelijkvloers zijn er enkele kamers, waaronder voorraadkamer en mannenliving (andron), rond een binnenplaats. Daar bevindt zich een trap naar de gaanderij en op de bovenverdieping zijn er de slaapkamer van de heer en dame des huizes, de vrouwenliving en de slaapkamers van de kinderen en de slaven. De muren van de belangrijkste vertrekken zijn bestreken met plaaster en eventueel versierd met mozaïek of bronzen platen, behangen met wandtapijten of geborduurde kleden. Er worden ook wel fresco’s op aangebracht. De vloeren van de benedenverdieping zijn van aangestampte aarde. De vloer van het hoofdvertrek is gecementeerd, met daarop eventuele mozaïekversiering. Voor de eenvoudigste mozaïeken worden kiezelsteentjes gebruikt, voor de fraaiere dobbelsteentjes of stiftjes van kleurig marmer of glas.

 

“Mevrouw, mama... Barke gaat dood!”

De slavin Barke is genoemd naar de voedster van de Karthaagse koningin Dido uit de Aineiasverhalen. Kassie is een afkorting van Kassiopeia.

 

De schikgodinnen kijken toe, dacht de vroedvrouw en een rilling liep over haar rug.

De schikgodinnen (moirai) zijn de drie dochters van Nyx, die het lot van mens en god bepalen. Ze heten Klotho (spinster van de levensdraad), Lachesis (bepaalster van de levensdraad) en Atropos (afsnijdster van de levensdraad).

 

De vroedvrouw vond het hartverscheurend om te zien hoe Barke’s baby haar werd afgenomen en onverschillig in een mandje gelegd.

Om dingen op te bergen, worden allerlei soorten kunstig gevlochten manden gebruikt. Ze worden vooral gemaakt van minder stug materiaal, zoals vedergras en biezen, vaak in schaakbordpatroon. Kasten kennen ze niet. Spullen worden aan de muur gehangen of in een kist opgeborgen.

 

Zoals elke rechtgeaarde Atheense burger verliet hij elke dag in de loop van de voormiddag zijn woning om zich bij zijn vrienden op het stadsplein, de agora, te voegen.

De agora is het centrale plein van Athene, waar burgers elke dag samenkomen om met elkaar te discussiëren. Zij lopen heen en weer onder de zuilengalerij (stoa), waar oorlogssouvenirs uitgestald worden en schilderijen op houten panelen vertellen over legendarische en meer recente gebeurtenissen. Het is de beste schuilplaats voor zon, wind of regen. Op de agora is er vermaak van jongleurs, acrobaten, mimespelers, poppenspelers en dansers. Binnen de bebouwde delen van de agora bevindt zich het heilige gedeelte met enkele altaren en kleine religieuze gebouwen.  Het is niet ommuurd, maar wordt aangegeven door grensstenen. Hier mag niemand geboren worden of sterven en vrouwen en kinderen hebben er geen toegang, evenmin als misdadigers.

 

In kleine groepjes wandelde de Atheense elite daar onder de zuilengalerij op en neer, tussen de potsenmakers, de jongleurs en de geldwisselaars om politiek en zaken te bespreken.

Rijke burgers houden zich verre van elke betaalde activiteit. Zij leven van wat hun buitengoed opbrengt. Ondertussen wordt handenarbeid en handel verricht door slaven en niet-burgers (metoiken). Athene telt zo’n 250 000 à 300 000 inwoners en daarvan zijn er 40 000 burgers. De tijdsbesteding van de burgers bestaat vooral uit het voeren van politieke en filosofische gesprekken, volksvergaderingen en dienst doen als vast lid van de stadsraad (boulè) of jurylid voor de rechtbank (helaia). Zij komen ’s winters ook samen om te praten in het badhuis of rond het vuur van een smederij of andere werkplaats, of bij de barbier.

 

Onderwerp van al die heisa was het nieuwste voorstel van strateeg Perikles, de machtigste man van Athene.

De Atheense staatsman Perikles wordt geboren in 493 v.C. Hij wordt de grote leider van de democratische partij en komt hierdoor in conflict met de aristocraten, wiens macht hij inperkt. Hij wordt verliefd op Makaria, die op dat moment gehuwd is met de aristocraat Hipponikos en ze wordt zwanger. Na haar scheiding huwt hij haar, maar na zes jaar huwelijk gaan ze als vrienden uiteen. Er wordt gespot met zijn asymmetrisch en voortijdig kaal hoofd, waardoor hij “uienhoofd” wordt genoemd. Daarom draagt hij in het openbaar dikwijls een helm en door bewonderaars wordt hij meestal met helm afgebeeld.. Hij wordt steeds opnieuw tot strateeg verkozen en heeft daarmee slechts één stem in een groep van tien, maar toch is zijn mening meestal doorslaggevend.

 

"Uienhoofd”, zoals Perikles door de meeste aristocraten werd genoemd, had het idee opgevat om ter ere van hun beschermgodin Athena, een gigantische tempel te laten bouwen op de akropolisheuvel in het midden van de stad.

De term “gigantisch” in de betekenis van “enorm groot”, is afgeleid van het Griekse godenras der giganten. Zij ontstaan uit bloeddruppels van de oergod Ouranos, wanneer die door zijn zoon Kronos gecastreerd wordt. Zij zijn bijzonder sterk, maar niet veel groter dan mensen. Ze worden vaak verward met de titanen, die voordien al geboren waren uit een meer reguliere verbintenis tussen de oergoden Gaia en Ouranos. Tijdens een oorlog met de Olympische goden (de gigantenstrijd of gigantomachie), gooit de godin van de wijsheid Athena het eiland Sicilië bovenop één van de giganten. In zijn woede braakt die gigant nog regelmatig vuur en lava uit, waardoor de vulkaan Etna uitbarst.

 

Maar het project dat Perikles in gedachten had en dat hij het “Maagdenhuis” wilde noemen, als eerbetoon aan de maagdelijke Athena, was ronduit krankzinnig.

De Griekse steden ontstaan rond burchtheuvels (akropolis) en dat was ook met Athene het geval. Deze burchten hadden dikwijls een naam. Die van Athene wordt Kekropia genoemd, naar Kekrops I, aan wiens dochters de godin Athena haar “zoontje” toevertrouwt. De Atheense akropolis is 156 m hoog. Reeds in de 6de  eeuw v.C. wordt er een heiligdom voor Athena gebouwd. Na de verwoesting van het heiligdom door de Perzen 480 v.C. wordt begonnen aan de renovatie, maar de werken slepen lang aan en worden uiteindelijk gestaakt. Perikles vervolgt de wederopbouw.  De akropolis wordt nu een louter religieus centrum zonder militaire of politieke functie.

Tussen 447 en 432 v.C. wordt er aan het parthenon gewerkt. (Een parthenos is een ongehuwd jong meisje. Het parthenon is dus een “maagdenhuis”.) De architecten zijn Kallikrates en Iktinos en de artistieke leiding berust bij Pheidias. De tempel wordt bijna volledig uit marmer opgetrokken en is ontworpen volgens de theorie van de gulden snede, met als resultaat een harmonische verhouding tussen lengte, hoogte en diepte. Er wordt gebruik gemaakt van felle kleuren, wat de kritiek oplevert dat het parthenon lijkt op een overdreven opgemaakt vrouwengezicht, dat zich mooier voordoet dan het is.

 

 

“Het is domme geldverspilling,” schreeuwde Euphorion, heftig als altijd.

De vrienden van Peteos zijn Euphorion, Hipponikos en Aristides:

  • Euphorion (°485 v.C.) is de zoon van de hoog aangeschreven tragedieschrijver Aischylos en zelf ook een successvol schrijver.

  • Hipponikos (°485 v.C.) is de schatrijke zoon van Kallias. Hij raakt zijn eerste echtgenote kwijt aan Perikles, hertrouwt en wordt later de schoonvader van Alkibiades.

  • Aristides (°478 v.C.) is de zoon van de staatsman Aristides de Rechtvaardige (530 v.C.-468 v.C.), die één van de generaals was tijdens de slag bij Marathon tegen de Perzen. Hij is de rivaal van Themistokles, die erin slaagt om hem te laten verbannen. Later keert hij terug en wordt Themistokles zelf verbannen.

 

’t Is jammer dat daar na de dood van onze betreurde leider Kimon nooit aan verder gewerkt is.

De conservatieve staatsman Kimon II is de schoonvader van Perikles ’ zijn politieke tegenstrever Thoukydides van Alopeke (i.c. Peteos). Deze Kimon (°510 v.C.) is een geboren aristocraat, die de steile opgang van Perikles’ carrière wat afremt.  Hij behaalt als vlootgeneraal enkele overwinningen op de Perzen, maar wordt wegens vermeende Spartaanse sympahtieën verbannen in 461 v.C. (Hij had ervoor gepleit om Sparta hulp te verlenen na een aardbeving: “We kunnen Griekenland toch niet aan één voet mank laten worden.” Maar ter plaatse stelt hij vast dat Spartanen mede-Grieken als slaven behandelen en dat schokt hem. Zijn commentaar wordt niet in dank aanvaard en Sparta wijst hem uit. Het levert hem in Athene een aanklacht op.) Hij mag vervroegd uit ballingschap terugkeren, maar sterft rond 450 v.C. in een zeeslag.

 

Met een wijds gebaar wees hij op één van de schilderijen die tentoongesteld stonden onder de galerij.

De stoa poikile of beschilderde galerij, aan de noordzijde van de agora, wordt afgewerkt tijdens de 5de eeuw v.C. De muren zijn beschilderd met historische en mythologische gebeurtenissen en er worden ook tijdelijke werken tentoongesteld, die met de stad te maken hebben.

 

Die beeldhouwer Pheidias, die deze ontwerpen gemaakt heeft, die interesseert zich niet voor de kostprijs!

De beroemde beeldhouwer Pheidias leeft tussen 490 en 432 v.C. Hij houdt toezicht op de bouw van het parthenon en maakt hiervoor het 12m hoge beeld van Athena, in goud en ivoor op houten kern. Voor in open lucht creëert hij ook nog een reusachtig bronzen beeld van haar, waarvan de speerpunt en de helmbos van op zee te zien zijn.

 

De volksvergadering, waarin alle Atheense burgers stemrecht hadden, zou het idee sowieso steunen.

De stadsstaat (polis) Athene wordt bestuurd door de volksvergadering (ecclesia), die om de 9 dagen gehouden wordt (4 per maand). Alle mannen met burgerrecht uit de landstreek Attika (Z.O. van midden-Griekenland) worden geacht hierbij aanwezig te zijn, dus niet alleen degenen die in de stad zelf leven. Ze krijgen hiervoor een vergoeding en de agenda wordt enkele dagen van tevoren bekend gemaakt. Tijdens de vergadering nemen vooral aristocraten het woord. Zij hebben de minste schroom om de massa toe te spreken. Over elk voorstel wordt gestemd door handopsteking bij eenvoudige meerderheid. Er bestaat een permanente stadsraad (boulè) van 500 burgers om de ecclesia voor te bereiden. Uit deze magistraten (prytanen) wordt elke dag een nieuwe voorzitter gekozen, die officieel gedurende één etmaal staatshoofd is. Zij vergaderen in een rond gebouw op de agora, de tholos. Naast ecclesia en boule bestaan er verschillende colleges van magistraten, zoals toezichthouders op de openbare werken, belastingontvangers, schatbewaarders, graanopzichters (die de voedselvoorraden moeten overzien), … Elke magistraat wordt onderworpen aan een test, moet na zijn taak verantwoording afleggen over de financiën en kan afgezet, zelfs ter dood gebracht worden door de volksvergadering.

 

Om te beginnen zou de bouw ervan werk opleveren voor duizenden handwerklieden.

Voor alle publieke werken voorziet de staat in het ruwe materiaal en verdeelt het werk onder verschillende kleine firma’s die met zeer bescheiden middelen een deel van de taak uitvoeren: steenhouwers, bronswerkers, ivoorsnijders, houtbewerkers, schrijnwerkers, patroonmakers, smeden, metsers, ververs, goudsmelters, schilders, emailleerders, graveerders, wagenmenners, dragers, handelaars, zeelui en havenarbeiders, touwmakers, wevers, boodschappers,…

 

Voor alle zekerheid spuwde hij op de grond.

Voor de Grieken zijn de goden alomtegenwoordig. Men moet zich dus onmiddellijk reinigen bij een ondoordachte, goddeloze uitspraak. Dit kan door op de grond te spuwen.

 

Toen de Atheners bij de aanval van de Perzen in paniek de akropolis waren opgerend, hadden ze een enorme slang gezien, die in snel tempo naar beneden kronkelde.

In één van de tempels op de akropolis zou een grote slang geleefd hebben, die ontsnapte tijdens de Perzische invasie. Zo zou Athena de stadsbewoners gewaarschuwd hebben om hun heil niet op de burchtheuvel te zoeken.

 

Een Miletische slet, dat is ze, zijn Aspasia!"

Nog tijdens zijn huwelijk met Makaria wordt Perikles verliefd op Aspasia, die afkomstig is van Milete in Ionië, Klein-Azië. Milete was het eindpunt van karavaanwegen uit het Midden-Oosten en groeide snel uit tot de belangrijkste exporthaven van de produkten van het achterland en de eigen industrie (vooral geborduurde wollen stoffen). Perikles en Aspasia wonen samen, maar hun relatiestatus is onduidelijk. Aspasia hoort bij de metoiken, in de stad verblijvende vreemdelingen.

 

De stad telt zo'n 20 000 metoiken, half zoveel als burgers. Het zijn vooral Grieken, maar ook Feniciërs, Phrygiërs, Egyptenaren en Arabieren. Zij hebben geen politieke rechten, maar betalen wel belasting en in officiële zaken worden zij vertegenwoordigd door een patroon. Huwelijken tussen burgers en metoiken zijn rechtsgeldig, maar hun kinderen kunnen geen burgerrecht verwerven. De zoon van een vreemdeling heeft kans op een goede opleiding, bv. tot kunstenaar, medicus of filosoof. Ambachtsvaardigheden worden van vader op zoon doorgegeven. Metoiken moeten bijdragen aan de verdediging van het Attische territorium (in het landleger of de vloot). Ze mogen goederen en slaven bezitten, maar geen grond of huizen, tenzij de volksvergadering hen dat recht toestaat als bijzondere gunst. Ze beoefenen alle soorten beroepen en dikwijls zijn ze rijk. In rechtszaken mogen zij officieel gemarteld worden, maar dit komt zeer zelden voor. Zij vormen hun eigen religieuze groeperingen en het gebeurt regelmatig dat Atheners zich bekeren tot een of andere exotische godsdienst. Zij hebben eveneens het recht om actief deel te nemen aan de meeste Atheense godsdienstige feesten.

 

Aspasia wordt door de tegenstanders van Perikles stelselmatig een prostituee genoemd. Alleen al door haar bij haar eigen naam te noemen, in plaats van “echtgenote van…” drukken ze hun minachting uit. Volgens sommige geschiedschrijvers runt ze ook effectief een escortbureau met slavinnen. De Perzische prins Kyrous is zo onder de indruk van haar, dat hij zijn lievelingsmaitresse Milto herdoopt tot Aspasia.

 

Hoe kan Perikles toestaan dat ze zich moeit met mannenzaken, in plaats van achter het weefgetouw te zitten, zoals het een dame betaamt!”

Dé deugd van een deftige vrouw is haar ijver en het weven is daar de uiting van. Weven staat ook voor beschaving, met de godin Athena als lichtend voorbeeld. (Athena verandert het meisje Arachne in een spin, omdat die had opgeschept mooiere stoffen te weven dan zijzelf.) Daarom wordt een (gehuwde) vrouw meestal wevend afgebeeld, in tegenstelling tot mannen, die in ledigheid te zien zijn.

 

Af en toe vonden zijn vrienden zijn uitspraken op de rand van de hoogmoed.

Er is niets wat de goden zozeer ergert als een blijk van hoogmoed (hubris). Grieken moeten er constant op letten om geen hoogmoedige indruk te maken.

 

Hij drapeerde met bestudeerde onverschilligheid zijn kostbare mantel over zijn schouder en boog zwierig ten afscheid.

Vanaf de 5de eeuw v.C. dragen mannen een tuniek (chiton) op knielengte. Deze bestaat uit twee rechthoekige lappen stof, die langs de lange zijde aaneengezet worden, zodat een cilinder bekomen wordt. Op de schouders worden de stukken stof vastgenaaid of vastgezet met één of meer spelden (fibula). Oudere mannen dragen de chiton langer. Ook voor ceremonies of wedstrijden, door priestes of minstrelen kan hij langer gedragen worden. Hij wordt vastgemaakt met een riem in het middel, met een deel van het materiaal boven de riem uitgetrokken. Daaroverheen kan een tweede lap stof gedrapeerd worden als mantel (himation). Hoe rijker de persoon, hoe kleuriger en fijner de wol en hoe kunstiger de drapages. De mantel wordt vastgespeld boven de linkerschouder, zodat de rechterarm onder de mantel zit. (Als er gestemd moet worden, moeten ze deze arm eerst vrijmaken.) ‘s Nachts gaat de mantel en riem uit, maar blijft de tuniek aan als nachtkleed, zonder gordel. De burger heeft verder ook een wandelstok bij zich als statussymbool. Alleen aristocratische dandy’s laten hun haar groeien. Mannen hebben een snor en een baard, die de wangen bedekt en onderaan in een punt of schopvorm geknipt is. Pas na de verovering door Alexander de Grote wordt het de gewoonte om deze af te scheren. Aan hun voeten dragen mannen sandalen van gelooid leer zoals de vrouwen of iets zwaardere wandelschoenen, enkelhoog, vooraan vastgemaakt met veters en bovenaan al of niet omgeslagen. Mannen tooien zich niet met sieraden, behalve een zegelring om hun zegel in klei of was op een geheim document te zetten.

 

Dan verdween hij achter het beeld voor de twaalf goden, zijn vrienden bedremmeld achterlatend.

Het altaar van de twaalf (Olympische) goden (ong. 522 v.C.) wordt beschouwd als het werkelijke centrum van de stad. Van daaruit worden de mijlstenen uitgezet en de afstanden in Attika gemeten. De twaalf Olympische goden zijn Zeus, Poseidon, Ares, Hermes, Hephaistos, Apollo, Hera, Demeter, Athena, Artemis, Aphrodite en Hestia (in sommige versies vervangen door Dionysos).

 

Eerst kon hij niet veel anders onderscheiden dan de zwarte vegen pek, waarmee de voorgevel van het huis was ingesmeerd.

Voor er een kind geboren wordt, wordt het huis ingesmeerd met pek, omdat elke bevalling een bezoedeling is voor de vrouw en het huis. (Zo mag er bv. ook geen enkele bevalling plaatsvinden in een tempel.) De geboorte van een zoon wordt aangekondigd met een olijftak, die van een dochter met een strookje wol.

 

Hij glimlachte breed, hief zijn hand en knipte met de vingers, tot verbazing van voorbijgangers, die niet gewend waren aan zo’n openlijk vertoon van vreugde.

Grieken gebruiken veel gebaren. Om vreugde uit te drukken, heft men de hand en knipt met de vingers.

 

In zijn verwarring en woede, botste hij bijna tegen de portier op, toen die de deur openzwaaide.

In Athene gaan deuren naar buiten open. Dikwijls klopt men van binnenuit even aan om de voorbijganger te waarschuwen dat er een deur opengaat.

 

“Breng het andere kind naar de tempel van Zeus. Een meisje werd hier niet geboren!”

Zowel mannen als vrouwen worden geacht van kinderen te houden. Toch worden zowel abortus als het te vondeling leggen van overbodige kinderen door de wet goedgekeurd. Een moeder kan alleen abortus plegen met toestemming van haar echtgenoot, een slavin als haar meester het goedvindt. Het aborteren van een gevormd embryo staat gelijk aan een sterfgeval. Een ongewenst of onwettig kind wordt achtergelaten in een lemen pot om te verhongeren of als slaaf opgevoed te worden. De kinderen in het huwelijk behoren aan de man en blijven bij een scheiding altijd bij de vader.

 

“Ik ben toe aan een goed glas wijn! Kassie!”

Water is de hoofddrank voor de meeste Grieken, ev. met een vleugje honing, tijm, munt of kaneel. Het water wordt gehaald uit een naburige bron of fontein en wordt bewaard in grote aardewerken potten of kuipen. De bekendste waterfontein in Athene is de bron van Kallirroë (een riviernimf),  later enneakrounos genoemd (“negenmondige” fontein, waarvan het water afkomstig is uit een bron buiten de stad).

 

Men drinkt ook wel geiten- en schapenmelk, maar daarnaast wordt vooral wijn gedronken. Ze weten dat in het oosten ook een ander soort alcoholische drank gemaakt wordt, die ze “gerstewijn” (bier) noemen, maar zelf brouwen ze geen bier en ze voeren het ook niet in. Wijn wordt gedronken uit terracotta bekers, die in drie vormen bestaan:

  • een brede coupe op een voetje met horizontale oren (kylix)

  • een smalle beker op een voet met omhooggerichte oren (kantharos)

  • beker in de vorm van een hoorn, eindigend in een dierenkop (rhyton).

 

De kringelende rook van een wierookstaafje, duur betaald bij de eeuwig glimlachende Syriër op de markt, begeleidde haar gebed en droeg het omhoog... omhoog, naar waar Artemis haar smeekbede zou ontvangen.

Belangrijke elementen van de Griekse godsdienst zijn gebed, offers en reiniging. Individuele personen bidden om een gunst te ontvangen of ervoor te bedanken. Eerst wordt de god aangeroepen, vervolgens komt een herinnering aan de vrome daden die de aanroeper in het verleden heeft gesteld en dan spreekt men het verzoek uit. Er worden offers, beeldjes en soms hele tempels beloofd. De verwachting van wederkerigheid zit in de hele maatschappij ingebakken, dus ook in de religie: “Als ik u ooit een gewaardeerd geschenk heb gegeven, o Zeus, geeft u mij dan alstublieft...” De gedachte van een gelofte in ruil voor een gunst, kan overgaan in een vloek om iemand anders kwaad te doen.

 

Wierook wordt ingevoerd uit Syrië, dat tot het Perzische rijk behoort. Als bij een brandoffer de rookkolom recht naar de hemel stijgt, is dit een gunstig voorteken.

 

Meestal brengen de ambachtslui hun werk zelf aan de man, op de markt of in een klein winkeltje. Op de markt zijn er afdelingen voor groenten, fruit, kaas, vis, vlees, charcuterie, speelgoed, wijn, hout, potten, oude kleding, ijzerwaren. Zij openen elk op een vastgesteld tijdstip en zijn van elkaar gescheiden door wegneembare afsluitingen. Iedere standhouder betaalt voor zijn plek en stalt zijn waren uit onder een paraplu of zeil, dicht bij zijn wagen (lichte kar of 4-wielenwagen) en uitrustende beesten (ezels en muilezels). Vrouwen verkopen op de markt hun teveel aan gesponnen won, kleding, voeding of ceremoniegewaden. De vismarkt is één van de drukste plaatsen van de agora. De standhouders hebben een slechte reputatie wat eerlijkheid en beleefdheid betreft.

 

Diep in de beboste bergen van Arkadia hief een rijzige godin haar hand en beduidde haar meute jachthonden om zich stil te houden.

Volgens de overlevering houdt Artemis zich graag op in het ongerepte bergachtige binnenland van de Peloponnesos, de landstreek Arkadia, vooral bewoond door herders. Deze streek is ook de thuis van de sater Pan, die er plezier in schept om wandelaars in “pan”iek te brengen. Van hem heeft Artemis haar jachthonden gekregen. In Artemis’ gevolg bevinden zich meestal een zestigtal nimfen.

 

Artemis zocht de stad af, tot ze tenslotte een onooglijk zwak levenslichtje ontwaarde, in de buurt van de bouwwerf van de tempel voor haar vader Zeus.

De tempel voor de Olympische Zeus staat zo’n 700m ten zuiden van het centrum van Athene. In de 6de eeuw v.C. wordt begonnen aan de bouw op de fundamenten van een openlucht-heiligdom voor Zeus. Het moest de grootste tempel in heel Griekenland worden, maar hij is pas voltooid geraakt in 131nC, door de Romeinse keizer Hadrianus.

 

Als dat geen positief voorteken was!

Voortekenen, van visuele of auditieve aard, spelen een grote rol in de Griekse religieuze beleving. Een auditief voorteken is een onverwacht geluid dat zich voordoet zonder tussenkomst van de eigen wil en wordt een “kledon” genoemd. Een kledon kan positief (een nies bv.) of negatief zijn.

 

Hoe haar buik zich welfde, hoe haar bloed met de intensiteit van de jeugd door haar lichaam ging stromen, hoe haar borsten zich vulden tot ze leken op die van de vruchtbaarheidsgodin Demeter zelf.

Demeter is één van de zusters van Zeus en zijn vierde echtgenote. Ze is de godin van de vruchtbaarheid en de oogst.

 

Ze wist dat het op haar wens welkom zou zijn bij haar oom Hades in de onderwereld.

Hades is een broer van Zeus, die heerst over de onderwereld, waar de dode zielen verblijven. Hij beheert onmetelijke schatten en wordt ook Plouton (“rijkdomverschaffer”) genoemd.