Herodotos.gif

De leugen van Herodotos

 

Herodotos, de grootste ontdekkingsreiziger en schrijver die Griekenland ooit zou kennen, had zijn grote droom verwezenlijkt. Op het grote podium van Olympia, ter gelegenheid van de Olympische Spelen, had hij mogen voorlezen uit eigen werk. Voor een publiek dat je maar eens in je leven kon bereiken: Grieken uit alle uithoeken van de beschaving. En daarnaast Zeus zelf natuurlijk, de oppergod, voor wie de spelen gehouden werden. Met ontzag, ontroering en afgrijzen hadden ze hem horen vertellen over de wonderbaarlijke wezens die hij ontmoet had, de wonderen die hij aanschouwd had en de rituelen waarover hem verteld was. Na afloop had hij niet alleen applaus en toejuichingen gekregen, ze hadden hem ook gesmeekt om een vervolg. Maar helaas… zoals het er nu voorstond, zou dat er niet komen. Zijn koffer met boekrollen, vijftig kostbare papyrusvellen in houten kokers, was gestolen.

 

Hij had hem in bewaring gegeven in de tempel van de muzen, beschermsters van alle kunsten. Maar daar had hij vanmorgen slechts een armzalige potscherf aangetroffen, waarin het woord “leugenaar” was gekrast. Het waren de scheve letters van een ongeoefende hand, maar het verwijt raakte hem diep. Hij had immers alleen opgeschreven wat zijn ogen hem vertelden of wat zijn getuigen hem bezwoeren. Over niets had hij gelogen en niets had hij verzonnen!

 

“We hebben ze gevonden, heer!”

Tot zijn grote opluchting kwam er een groepje tempelslaven aan, met zijn koffer! Ze voerden ook een tegenstribbelende dame mee.

“Majesteitsschennis!” tierde de vrouw. “Laat me los, ik ben de koningin van Sparta!”

Herodotos staarde haar verbijsterd aan. Wat moest deze vorstin met zijn boek?

“Ik was op zoek naar de leugen, de godslasterlijke leugen! Om ze te verscheuren!” gilde ze.

Verscheuren? Zijn boekrollen?... De opgehoopte spanning bij Herodotos zocht een uitweg.

“In mijn boek staan geen onwaarheden, enkel feiten!” riep hij met overslaande stem. “Of wilt u soms bestrijden dat er in Egypte gehoornde slangen leven? Of mieren, zo groot als vossen?”

“Natuurlijk niet!” beet ze hem toe. “Al deze zaken zijn afdoende aangetoond. Probeert u me maar niet af te leiden. U weet heel goed dat de leugen de Ethiopiërs betreft!”

“De Ethiopiërs?” vroeg Herodotos verbluft.

“Volgens u het grootste en mooiste volk ter wereld! Terwijl iedereen weet dat dat de Spartanen zijn!”

Herodotos wist niet wat hij hoorde. Dus daar ging het om?

“Koningin Helena van Sparta was de mooiste vrouw ter wereld. Omwille van haar schoonheid is de oorlog om Troje gevoerd! Zouden haar afstammelingen dan niet de mooisten onder de mensen zijn?

Dus daarvoor had hij zoveel angsten uitgestaan? Bijna zijn ontmoeting met de geschiedenis gemist? Omwille van een jaloerse koningin? Hij wist niet wat te antwoorden.

“U dient het recht te zetten,” eiste ze. “U schrijft: als nakomelingen van de weergaloze Helena zijn de Spartanen het mooiste volk ter wereld.”

Herodotos overwoog zijn opties. Hij kon weigeren en een diplomatiek incident veroorzaken. Tijdens de Olympische Spelen. Dat zou bij Zeus niet in goede aarde vallen. Hij kon toegeven en verzaken aan zijn plicht om objectief te blijven.

“Mijn heer en koning zal u zeker dankbaar zijn voor zo’n vermelding… U mag zich in Sparta steeds op een warm welkom verheugen!”

Ze voerde de druk op. Wanneer hij op haar chantage inging, zou hij nooit meer een vrije schrijver zijn.

“Wij kunnen u voorzien van ongelimiteerde budgetten. U mag met onze troepen mee ten strijde trekken... en uw lezers nog meer imponeren met een verslag uit eerste hand!”

Haar voorstel was aanlokkelijk. Welke verslaggever zou geen getuige willen zijn van de actie waarover hij berichtte? Hij zuchtte diep.

“De Spartanen zijn de dappersten. En de mooisten. Zo moet het in uw boek. Zweer het… Zweer het, dat je het zo zal opschrijven!”

Haar zachte, warme, vleiende stem gaf de doorslag.

“Bij Hermes, de god die mij op al mijn reizen heeft beschermd, ik zweer het!”

 

Had hij gezworen bij Zeus, dan had hij zijn woord moeten houden. Maar hij had Hermes als getuige genomen. God van reizigers, maar ook van dieven… en bedriegers. Hij zou zijn eed niet houden en Hermes zou het hem niet kwalijk nemen. Die was weliswaar sluw en leugenachtig, maar van één ding was ook hij overtuigd: wat in een boek geschreven stond, mocht alleen de waarheid zijn.