Of Diotima van Mantinea echt heeft geleefd,

is tot op heden niet duidelijk;

haar naam wordt alleen genoemd in de dialogen van Plato.

Daar wordt ze voorgesteld als een wijze vrouw

met originele inzichten, die Sokrates' respect geniet.

In de Gorgias Mysteries figureert ze

als echtgenote van Gorgias sr. en moeder van Gorgias jr.

 

De wereld waarin zij leefde en waarover ze filosofeerde,

vertoont verrassende gelijkenissen met de onze...

 

diotima.jpeg

Een mening over alles

We leven in een een tijd waarin iedereen een mening lijkt te hebben over alles en die liefst zo luid mogelijk kenbaar maakt. Slechts zelden is dit een positief oordeel over een fijn levensfeit. Integendeel, het zijn de negatieve meningen die het meest vasthoudend verkondigd worden. Negatieve meningen over negatieve gebeurtenissen, die een spiraal van negatieve energie opwekken en die personen en hun omgeving nukkig en soms moedeloos maken.

Mensen zijn immers slechts zelden oprecht geïnteresseerd in andermans ideeën. Hoe redelijk en onderbouwd een mening ook mag zijn en hoe bezadigd ze ook wordt verkondigd, nooit zal ze voldoende stroken met die van degene die erom vroeg. Onder het mom van open debat zal die enkel argumenten aanbrengen om het eigen voorgevormde gelijk kracht bij te zetten.

Mijn tijd op deze aarde is kort en dus kostbaar. Niet te verspillen dus aan iets wat ongelukkig maakt, zoals het onderzoeken van gebeurtenissen van wereldorde waar ik geen invloed over heb of trivialiteiten die me slechts beperkt interesseren. Vervolgens het vormen van een geïnformeerde mening hierover, die niets bijdraagt of verandert en daarna het verdedigen van deze mening tegenover mensen die de eerste stap overgeslagen hebben.

Wil dat zeggen dat ik een vrouw ben zonder inzichten of principes? Allerminst. Er zijn onderwerpen genoeg die me na aan het hart liggen of die belangrijk genoeg zijn om een tegenstem te laten horen. Andere meningen kunnen daar tegenover worden geplaatst, maar zonder debat, twist of discussie. Die zijn doelloos en vermoeiend.

 

Warme groet,

Diotima

Extreem 

Het feit op deze aarde aanwezig te zijn, laat staan waar en in welke omstandigheden, is nooit een eigen keuze. De meeste mensen leven het leven waarin ze terechtkomen zonder er veel bij stil te staan en schikken zich naar verwachtingen, voorschriften en toeval. Tot zij plots geconfronteerd worden met verlies of trauma en hun leven drastisch omgooien. Soms bewust, zoals een bekering tot een geloof dat duidelijke antwoorden en houvast lijkt te bieden, soms onbewust, zoals het afglijden naar depressie of verslaving. De sterksten onder hen proberen hun verdriet zin te geven met acties die hun omgeving of de maatschappij ten goede komen.

 

Een heel ander soort mensen dicht zichzelf al vroeg in hun leven een missie toe. Zij zijn overtuigd van de zin van hun bestaan en noemen zichzelf idealisten, profeten of voortrekkers. Hun zelfgekozen doelen kunnen zo uiteenlopend zijn als het redden van straathonden, het verkondigen van het ware geloof of het ontdekken van de bronnen van de Nijl. Op zich allemaal positief en heilzaam en een maatschappij heeft idealisme nodig. Maar het wordt problematisch wanneer aan honden menselijke gevoelens worden toegedicht, wanneer het ware geloof al te drastisch wordt uitgedragen of het welzijn van de Nijl boven dat van de expeditie wordt geplaatst.

 

Hoewel bij zulke mensen ook onverwerkte teleurstelling een rol kan spelen, handelen zij vooral uit een drang naar roem of rijkdom, hetzij in dit leven, hetzij in een volgend. Zij slagen niet zonder een flinke dosis egocentrisme en meedogenloosheid, wat ze zelf liever omschrijven als doelgerichtheid en doorzettingsvermogen. Zin voor relativering is hen vreemd en elke nuancering of afwijkende opinie zien ze als een statement tegen henzelf, hun god of hun levensmissie. Dat maakt hen onuitstaanbaar tot gevaarlijk.

 

Elke samenleving heeft idealisten nodig, maar daarom geen extremisten.

 

 

 

Normen en vragen

In het machtige boek van de geschiedschrijver Herodotos worden alle mogelijke manieren beschreven om iemand te martelen, te verminken en te doden. Ook schilderijen, beeldhouwwerken en mozaïeken hebben dikwijls de gruwelijkste scènes tot onderwerp, zonder dat iemand hier aanstoot aan neemt. Onze allerjongsten komen reeds in aanraking met geweld en pijn. Of ze daar afgestompt van raken vraagt niemand zich af. Waar de maatschappij kinderen, jongeren en ook vrouwen daarentegen halsstarrig voor afschermt, zijn afbeeldingen van naaktheid of hartstocht. Dit zou zedenbederf veroorzaken en tot verloedering leiden. Maar hoe zou genegenheid de zeden meer kunnen bederven dan kwelling en leed?

 

Liefde en lust behoren tot ons diepste zijn en vallen buiten de wetmatigheden. Maar de samenleving blijft verbeten proberen om ze te controleren. Kleinzielige moraal of misbegrepen vroomheid beteugelt onze intiemste handelingen. Willekeurig wordt onthouding opgelegd en expliciete afbeeldingen of zelfaanraking worden veroordeeld. Deze heilloze preutsheid heeft bij generaties mensen tot frustratie geleid. Driften op zich zijn immers geen probleem, zolang elk individu zijn eigen grenzen kan bepalen op basis van respect en evenwaardigheid. En van exclusiviteit waar die beloofd is.

 

De arrogante contradictie is dat mensen die zichzelf godsvruchtig noemen, zich het recht toekennen om in te grijpen in dat goddelijk plan waar ze respect voor beweren te hebben. In culturen rondom ons gaat men zover om de lustorganen van een jongen te verminken en die van een meisje te verwijderen. Hoe kan je geloven in de volmaaktheid van het goddelijk inzicht en zo’n heiligschennis begaan?

 

Ook in de natuur wordt verantwoording gezocht voor krampachtige regulering. Onze genotszones worden schaamdelen genoemd, misschien omdat ze zo dicht bij de uitscheidingsorganen liggen. Terwijl ze daar comfortabel bereikbaar zijn om over jezelf te leren. En het is die kennis, die de basis vormt voor waardevolle intimiteit met een partner. Hoe kan je geloven in de volmaaktheid van de natuurlijke orde en je lichaam wantrouwen?

 

Zonder geweld minder leed en dood; zonder hartstocht geen bevrediging en geen nieuw leven. Waarom ligt de tolerantie voor het eerste dan zoveel hoger dan voor het tweede?

 

 

 

Grensoverschrijdend 

De indrukwekkende godin van de jacht, Artemis, voelde zich van in haar kindertijd meer een jongen dan een meisje. Ze was steeds samen met haar tweelingbroer en zijn vrienden en hun gelijke wat betreft moed en vindingrijkheid. Slechts wanneer ze gebruik maakten van hun grotere kracht, konden de jongens haar overtreffen, wat ze helaas regelmatig deden. Tot Artemis er genoeg van kreeg, aan haar vader Zeus een gevolg van nymfen vroeg en mannelijk gezelschap afzwoer voor de rest van haar leven.

 

Tot op heden is er niets veranderd. Een vrouw moet nog steeds dezelfde keuze maken – of ze wordt voor haar gemaakt. Bescheidenheid en kuisheid worden haar opgelegd en het mooie lichaam dat haar geschonken werd, moet ze verbergen om geen aanstoot te geven. Wanneer ze daarentegen als evenwaardige partner aan de samenleving wil deelnemen, lijkt het alsof ze een natuurlijke orde bedreigt waarin de man dominant is. Bovendien brengt ze – enkel door haar vrouw-zijn - een extra dimensie in een groepsynamiek die tevoren éénvormig en rechtlijnig was. Dit wordt haar kwalijk genomen en een excuus voor hoon, uitsluiting, verwijten en zelfs aanranding is snel gevonden. “Ze hoort hier niet, ze daagt uit; wat haar overkomt, heeft ze aan zichzelf te danken.”

 

Nu vindt geen enkele vrouw het erg om door een steenkapper op zijn stelling nagefloten te worden. Hij geeft haar een compliment en zij voelt zich niet bedreigd. Maar wanneer haar obsceniteiten toegesist worden, wanneer zij ongewenste aanrakingen moet verdragen, wanneer zij overweldigd wordt en haar daarbij wordt voorgehouden dat zij degene is die zich moet schamen, dan wordt het slachtoffer de schuldige.

 

Wat ik niet kan begrijpen, is dat mannen niet massaal in opstand komen bij zo’n voorstelling van zaken. Wat een aanfluiting voor hun geslacht! Bij grensoverschrijdend gedrag gaat het immers niet om bewondering, zelfs niet om lust. Het gaat om intimidatie, om macht, om sadistische opwinding door angst en pijn. Dat kan toch slechts op een minderheid van de mannen van toepassing zijn? Een doorsnee man ontvreemdt, laat staan beschadigt of vernielt, toch ook niet straffeloos elk kunstvoorwerp dat hij mooi vindt, met als excuus dat het hem afleidt en dat het daar niet had mogen zijn? Een doorsnee man wordt niet meteen vervuld van een onbedwingbare drang tot verkrachting bij het zien van een fraai gevormde enkel of zelfs borst. De overgrote meerderheid geniet van kijken en bewonderen zonder meer. En als ze al een aandrang ervaren, is het er geen tot vernedering of onderwerping, maar tot koestering en bescherming.

 

Wanneer gaan die mannen voor zichzelf opkomen?

 

 

 

Eerlijkheid

“Gekken en kinderen vertellen de waarheid,” zegt men wel eens. De meeste mensen leiden daaruit af dat we daaraan een voorbeeld zouden moeten nemen. Ik zie niet in waarom. Wie wil de naam van onbekwaam of onvolwassen te zijn? En is het niet dikwijls zo dat “de waarheid kwetst”, wanneer we iemand “eens goed de waarheid zeggen”?

 

“Ik ben altijd eerlijk en rechtuit, dan weten mensen wat ze aan me hebben.” Degenen die deze uitspraak doen, overschatten het aantal mensen dat behoefte heeft aan hun radikale oprechtheid en hebben weinig vrienden. Zij maken immers regelmatig de verkeerde keuze tussen respect voor de waarheid en respect voor de ander.

 

Steeds de waarheid verkondigen is jezelf wat wijsmaken, vaak onder het voorwendsel van een strijd tegen onoprechtheid en/of onrechtvaardigheid. Een objectieve waarheid blijkt meestal niet meer dan een persoonlijke mening, waar anderen hun eigen visie tegenover stellen, wat voor beide partijen onbevredigend is. Men kan ook in oprechte discretie zijn mening voor zich houden en in veel gevallen is dat de beste optie.

 

Bovendien zijn statements uit eerlijkheid zelden positief. Een oprecht compliment wordt niet zo vaak gegeven. (Het oprecht en dankbaar accepteren van een compliment komt nog minder voor…) Zelfs wat zichzelf betreft, zien radikaal eerlijke mensen vooral het negatieve. Bij een presentatie van eigen werk zullen ze ongevraagd de tekortkomingen ervan onthullen, wat hen geen sympathiepunten oplevert en evenmin succes.

 

Dit is geen pleidooi voor leugenachtigheid, valsheid of misleiding. Integendeel, een maatschappij heeft nood aan een basisvertrouwen in de oprechte bedoelingen van iedereen die erin samenleeft. “Oprechte bedoelingen” dus, wat niet gelijkstaat met botte eerlijkheid.

 

De waarheid heeft haar rechten, maar die heeft mildheid ook.

 

 

 

Seks

Ieder kind wordt hulpeloos geboren. Alles waarin het later zal uitblinken, moet worden aangeleerd. Wanneer een jongvolwassene talent voor kunst vertoont, zal hij dit vanzelfsprekend willen aanvullen met techniek en materiaalkennis. Wanneer een burger in de politiek wil gaan, zal hij geschiedenis en spreekvaardigheid moeten studeren.

Maar voor één van de belangrijkste aspecten van ieders leven, man of vrouw, rijk of arm, burger of slaaf, vindt men een opleiding niet nodig. Terwijl het voortbestaan van de mensheid ervan afhangt. Praten, laat staan leren over lichamelijkheid wordt als vernederend ervaren, omdat elke man ervan overtuigd is met de bekwaamheid van de liefdesgod zelf geboren te zijn. Zijn zelfvertrouwen is daarbij echter zo wankel, dat hij enkel zijn eigen genot als maatstaf gebruikt. Terwijl ook vrouwen over een lichaam beschikken dat uitgerust is voor lust en verrukking.

 

Zowel mannen als vrouwen hebben het recht om te genieten van lichamelijke omgang. Mannen worden daarbij vooral visueel gestimuleerd, terwijl vrouwen zich laten meeslepen door de fantasieën in hun hoofd. Een vrouw moet zichzelf dus in de juiste stemming brengen, terwijl ze voor een man enkel naakt hoeft te zijn. Een man vindt het daarnaast vanzelfsprekend dat het een vrouw opwindt om hem te plezieren. Dat is ook zo, maar haar genoegen is niet zozeer lichamelijk. Zij geniet van de intimiteit en het besef dat ze hem bevrediging kan schenken.

 

Zo weinig mannen echter bewijzen haar de wederdienst. De meesten gebruiken haar en haar lichaam zoals het hen goeddunkt en durven dit een liefdesdaad te noemen. Zo wordt seks immers door een oververhitte maatschappij voorgesteld, door arrogante vrienden ingefluisterd en door rechtenloze vrouwen ondergaan.

 

Tijd voor een leerboek. Zonder illustraties.

 

 

 

Graag gezien

Waarom doen mensen wat ze doen en zeggen ze wat ze zeggen? Waarom jagen zovelen op macht, geld, eer en aanzien? Uiteindelijk streeft iedereen slechts naar acceptatie… en liever nog waardering. Een kind wil zich gekoesterd voelen door zijn ouders, een puber wil populair zijn bij zijn leeftijdsgenoten, een regeringsleider wil gesteund worden door zijn volk en partners willen zich verzekerd weten van elkaars liefde. Maar velen vergissen zich in de weg om dit doel te bereiken. Welke mensen worden graag gezien?

 

Dat zijn positieve mensen, die de wereld in vertrouwen en vriendelijk tegemoet treden. Elk kind wordt met zo’n vertrouwvolle levenshouding geboren. Indien die niet wordt afgeremd bij het opgroeien, wordt zijn leven geschraagd door een stevige basis van vertrouwen in zichzelf, in de ander en in de toekomst. Onvermijdelijk zal dit vertrouwen beschaamd worden, maar dat hoeft niet tot onherstelbare schade te leiden.

 

Dat zijn onbevooroordeelde mensen, die zich zonder clichés of generalisaties openstellen voor nieuwe ontmoetingen en anderen meer gunnen dan enkel het voordeel van de twijfel. Zij behouden zichzelf heel bewust het recht voor om te oordelen naar eigen ervaringen en niet met de massa mee te lopen.

 

En het zijn veerkrachtige mensen, die zich niet wentelen in eigen ongeluk, maar anderen in hun wereld toelaten, ook voor troost of ondersteuning. Hoewel het hen evenveel moeite kost als ieder ander om met hun trauma om te gaan, vermijden zij het om te vergelijken of vergeefs naar schuldigen of oorzaken te zoeken.

 

Deze mensen kiezen voor zo’n manier van leven omwille van zichzelf, niet om het respect van anderen af te dwingen. Zij zijn immers doordrongen van het feit dat na dit ene leven geen tweede kans meer volgt. Leven in het nu, met optimisme, haalbare idealen en dagelijkse geluksmomenten is hun doel. Door dit uit te stralen zijn zij aangenaam gezelschap.

 

Graag gezien worden is een kwestie van instelling.

 

Respect

Een maatschappij heeft structuren, regels en verboden nodig om te kunnen functioneren. Vele daarvan zijn duidelijk omschreven in wetten of goddelijke richtlijnen. Andere zijn niet zo concreet, maar daarom niet minder essentieel. Dat zijn de normen en waarden, die niet uitgelegd of aangeleerd, maar voorgeleefd dienen te worden. Welke daarvan de allerbelangrijkste is, daarover hebben vele filosofen zich reeds het hoofd gebroken.

 

Toch zouden ze het eens moeten zijn. Het is immers respect, dat onontbeerlijk is op alle niveaus en in alle vormen van menselijke verhoudingen. Bij een gebrek aan respect kan er niet worden samengewerkt, kunnen er geen zinvolle relaties worden aangegaan of uitgebouwd en raakt de samenleving onvermijdelijk ontwricht.

 

Het begrip respect mag hierbij niet te eng worden geïnterpreteerd en niet verward worden met blinde vroomheid of eerbied. Het gaat om respectvol omgaan met elkaar, met aangename manieren, aandacht en luisterbereidheid. Op de werkvloer, in de politiek en zeker ook in de liefde is een gebrek aan respect de grootste hinderpaal. Wanneer één partner de andere respectloos behandelt, is dat pijnlijk voor de laatste en onbevredigend voor de eerste. Zo’n relatie is gedoemd om te mislukken.

 

De andere zal echter maar respect voor je opbrengen als je ook respect hebt voor jezelf. Een gezonde dosis eigenwaarde werkt als een schild. Wanneer je duidelijk, zelfs onuitgesproken, grenzen aangeeft, worden deze dikwijls op een natuurlijke manier aanvaard.

 

Tenslotte kan een maatschappij niet functioneren zonder respect voor materiaal en voor publieke ruimtes. Verwaarloosde wijken lokken vandalisme uit, terwijl nette straten en pleinen een gevoel van veiligheid creëren. Privé geldt hetzelfde. Een gestructureerd huis brengt rust en zorgt voor een gestructureerd hoofd. En door jezelf een harmonieuze leefomgeving te gunnen bouw je eigenwaarde op, van waaruit je een ander weer met vertrouwen en respect tegemoet kan treden.

 

Respect kan je niet veroveren of verdienen. Het wordt gespiegeld.

Macht

Athene wordt bestuurd door tien democratisch verkozen strategen, maar één van die tien heeft de macht naar zich toe getrokken en in dit geval is dat een groot geluk. Onze gerespecteerde leider Perikles heeft immers slechts het algemeen belang voor ogen. Rondom ons zien we zoveel voorbeelden van het tegendeel, waarbij heersers, verkozen of niet, met elke daad die ze stellen slechts één doel hebben: het consolideren en uitbreiden van hun macht.

 

Nu is het streven naar macht inherent aan het mens-zijn. Elke werfleider wenst zijn opdrachten uitgevoerd te zien, elke politicus wil zijn beslissingen in wetten zien verankeren en elke huisvrouw wenst gerespecteerd te worden. Iedereen voelt zich wel specialist in één of ander domein en heeft moeite om daar anderen toe te laten. Gevaarlijk wordt het pas wanneer het streven naar macht een doel op zich wordt. Kleine baasjes groeien snel uit tot meedogenloze tirannen wanneer ze meer macht krijgen dan ze aankunnen. Het ten allen prijze behouden van die macht wordt dan de obsessie, die hun leven – en dat van hun landgenoten of ondergeschikten – beheerst.

 

Hét wapen waarvan zo’n machtswellusteling zich bedient is populisme, meestal onder de vorm van een uiterst conservatief programma. Daarmee weten ze zich alvast verzekerd van de steun van een groot deel van de kiezers, rijk en arm. Rijken wensen immers geen risico te nemen met verandering, die hun status kan bedreigen en armen kiezen dikwijls voor het ongeluk dat ze kénnen, zoals Sokrates reeds opmerkte. Een conservatief programma speelt ook in op de nostalgie die bij ieder van ons leeft: een hang naar vroeger, toen alles duidelijker en veiliger leek.

 

Bovendien leidt conservatisme af van dagelijkse problemen, waar geen simpele oplossingen voor zijn en camoufleert het zeer effectief een puur en openlijk machtsstreven. Een oorlog beginnen voor een stuk woestijn, uitpakken met uiterlijk vertoon en een krachtig imago, verregaande corruptie omwille van stemmenwinst of geld, zich mengen in nationale aangelegenheden van buurlanden, vervolgen van andersdenkenden, andersvoelenden en andersgelovigen, onderdrukken van vrouwen en beknotten van wetenschap en vrije pers,… Allemaal onder het mom van veiligheid, godsdienst, hogere idealen of bescherming van zeden en waarden. Een tiran heeft veel zondebokken nodig. En haat mobiliseert. Wanneer een sterke man sluimerende negatieve gevoelens canaliseert in duidelijke, zij het kortzichtige voorstellen, is de verleiding om hem te volgen groot.

 

De grote contradictie is het ongewilde effect van het machtsstreven. Uiteindelijk gaat het om eigenwaarde, zelfrespect en ego. Het doel van een dictator is om door zoveel mogelijk mensen gerespecteerd, gewaardeerd en liefst bewonderd te worden. Maar kan hij oprecht geloven in de warme gevoelens van zijn onderdanen als hij hen op straffe van geseling opdraagt om hem toe te juichen? Als hij de pers aan banden moet leggen om geen kritiek te krijgen? Wanneer hij oorlog, ziekte en ontbering bij zijn bevolking moet verklaren of ontkennen? Wanneer zijn uitgekozen zondebok onvoorzien tot martelaar verheven wordt? Wanneer hij beelden van zijn voorgangers laat vernietigen en dus weet dat deze vernedering hem ook te wachten staat? Wanneer hij niet van zijn positie kan genieten, maar steeds moet vrezen om ze te verliezen?

 

Voor contradicties heeft een machtswellusteling duidelijk geen tijd.

Voortschrijdend inzicht

Op de marktplaats van onze stad staat een oud beeld dat “De tirannendoders” wordt genoemd. Het is een standbeeld dat veel van mijn medeburgers nog steeds respect inboezemt. De afgebeelde jongemannen pleegden een aanslag op een wreed despoot, maar slaagden er enkel in zijn broer te doden. Voor deze daad betaalden ze de hoogste prijs. Het leverde hen een heldenstatus op en velen menen dat zij een dappere eerste stap zetten op weg naar de democratie die we nu kennen.

 

Nu we enkele generaties verder zijn, dienen we ons beeld van de gebeurtenissen bij te stellen. We weten nu dat de jongeren geen helden waren en ook geen heldendaad beoogden. Het was kleingeestigheid, wrok, jaloezie en blinde woede, die hen ertoe brachten de moord te plegen. Het was pas na hun aanslag en het verlies van zijn broer, dat de heerser uitgroeide tot een machtsbeluste en nietsontziende tiran. Zo maakte hun gewaande heldendaad geenszins een einde aan een tijdperk van willekeur en rechtsonzekerheid, maar luidde er één in.

 

Er gaan dan ook stemmen op om het beeld op de markt te vernietigen, nu de twee helden van hun voetstuk gevallen zijn. Maar zo’n verregaand en onherroepelijk voorstel stuit de goegemeente tegen de borst. Zoals het was, moet het blijven en verandering brengt onzekerheid. Verontwaardigde burgers hanteren met veel overtuiging het argument dat het niet past om naar eigen goeddunken stukken geschiedenis uit te wissen.

 

Wat dan met de alomgekende gezegden “De tijd zal het leren” en “De geschiedenis zal oordelen”?  Met de wetenschap van vandaag kijken we naar vroeger met andere ogen. Noem het ontwikkeling, noem het beschaving, noem het groei naar meer menselijkheid of gewoon voortschrijdend inzicht. We mogen niet proberen het verleden uit te wissen, maar evenmin recent verworven kennis.

 

Als reliek uit het verleden heeft elk monument zijn plaats. Maar bij velen ontwaakt het besef dat die plaats geen sokkel hoort te zijn op een ereplaats in de stad. Vernietigen of afbreken is zinloos en heilloos, maar waarom iemand als held vereren van wie gebleken is dat hij het niet verdient?

 

Wanneer de geschiedenis geoordeeld heeft, rest ons ernaar te handelen.

Supervrouw

 “Maar ik doe oprecht mijn best!” Elke vrouw in een vaste relatie heeft deze zin reeds gehoord van haar man. Verongelijkt geroepen of half verstaanbaar gemompeld, het is zijn ultieme verdediging tegen wat hem voor de voeten geworpen wordt. Of het nu gaat om huishoudelijke taken, de zorg voor de kinderen of administratieve regelingen, wanneer hem extra inzet of betrokkenheid wordt gevraagd, krijgen we te horen dat hij zich echt al wel inspant! Wat naast de kwestie is en door ons ook helemaal niet bestreden wordt! Wij geloven immers echt wel – meer nog, we gaan er zelfs van uit – dat hij moeite doet. Wat ons bevreemdt, is dat hij dat blijkbaar niet vanzelfsprekend vindt.

 

Waarom is het dat voor ons dan wel? Wij doen ook moeite. Elke dag, elk uur, elke minuut. Wij werken, denken, plannen, regelen, organiseren, voeren uit, zorgen voor, verifiëren en controleren. Maar wanneer we onze bekommernissen willen delen, krijgen we te horen: “Maar jou gaat het allemaal zo vlot af. Jij kan zoveel dingen tegelijk, jij bent een supervrouw!” Een schouderklopje en een stralende knipoog… want hij is ervan overtuigd ons een hart onder de riem gestoken te hebben met een welgemeend compliment.

 

Dat is het echter niet. Wij zijn geen supervrouwen, geen halfgodinnen met bovenaardse krachten of een leger nymfen om ons werk lichter te maken. Voor elk vervelend en niet vervelend karweitje moeten we het nodige materiaal regelen, tijd en mogelijkheid voorzien en het vervolgens eigenhandig opknappen. Zijn wij hiervoor geboren? Evenmin als mannen. Maar wij hebben niet de luxe om te kiezen welke taken we niet gaan doen of loos beloven te zullen doen. Elke kleinigheid die we niet voorzien hebben of overslaan, heeft consequenties. En we kunnen niet rekenen op een superman om hetzij op tijd in te grijpen, hetzij alles weer recht te trekken. Dus rennen we voort met een vol hoofd, lasten op onze schouders en tien bordjes in de lucht.

 

Alle mannen doen hun best. En alle vrouwen ook.

Tegengif

Een vreselijke ziekte waart rond in onze stad. Het is een onzichtbare vijand, die zich niet laat tegenhouden door muren of behandeling, door dieet of gebed. Ze valt aan en kiest haar slachtoffers zonder onderscheid. Hoewel… niet helemaal zonder onderscheid. Zoals zo dikwijls zijn het eerst de zwaksten en de oudsten die getroffen worden. De meer welgestelden en de jongeren krijgen eerst respijt, maar ook zij zijn niet onkwetsbaar en wanneer ook bij hen verliezen te betreuren vallen, komt de hele samenleving onder druk te staan.

 

Wetenschappers krijgen budgetten toegewezen en alle beschikbare kennis wordt ingezet om de ziekte te bestrijden. Wanneer na doorgedreven onderzoek en objectieve testen een remedie gevonden wordt, die bovendien gratis ter beschikking wordt gesteld, mag een redelijk mens verwachten dat iedereen dankbaar in de rij gaat staan. Waarom is dat dan niet het geval? Waarom weigeren mensen een bewezen medicijn en kiezen ze bewust voor onzekerheid en risico? Waarom stellen ze zichzelf, hun kinderen, ouders en omgeving liever bloot aan de kans op lijden en sterven, dan preventief een tegengif te aanvaarden?

 

Slechts één antwoord: wantrouwen. Wantrouwen in de wetenschap, die ze uit onwil niet begrijpen en dus afwijzen met als vage verontschuldiging mogelijke effecten op lange termijn. Wantrouwen in de overheid, die ze weliswaar democratisch verkozen hebben, maar van wie ze geloven dat ze nooit het beste met hen voorheeft. Wantrouwen in hun medemensen, van wie ze menen dat ze de dramatische effecten van de ziekte overdrijven uit sensatiezucht of winstbejag. Wantrouwen tegenover de filantropie van rijken en machtigen der aarde, die ze een streven naar werelddominantie toedichten. Wantrouwen tegen nuchterheid en feitelijkheid, waar ze zelf zo duidelijk boven- of buitenaards ingrijpen vaststellen. Wantrouwen in statistieken en curves, die een beeld geven van het algemene belang, maar die niet voldoende garanties bieden voor hun eigen welzijn. Of gewoon wantrouwen in brengers van goed nieuws, omdat dat niet strookt met hun negatieve wereldbeeld.

 

Daarom blijven ze halsstarrig ronddwalen in hun echokamer van gelijkgezinden en moet de rest van de samenleving zijn inspanningen verdubbelen om ook in hun plaats de ziekte te bevechten. Zolang niet iedereen veilig is, kan de ziekte immers vanuit zo’n paradijs van kansen voor besmetting en mutatie – vernieuwd en versterkt - opnieuw opflakkeren.

 

Een antigif voor wantrouwen heeft de wetenschap helaas nog niet gevonden.

Feministe

Wanneer men mij een wijze vrouw noemt, lijkt het alsof deze twee woorden niet samen horen. Alsof ik een uitzondering zou zijn voor mijn geslacht. Dat ben ik allerminst. Zoveel vrouwen delen de wijsheid, de ervaring en het inzicht, die gepaard gaan met de combinatie van opgelegde taken en de verantwoordelijkheid voor het dagelijks leven en de volgende generaties. Toch schrikken veel van deze sterke vrouwen ervoor terug om zichzelf "feministe" te noemen. Nochtans is dat een titel die wij allemaal verdienen. "Femina" betekent vrouw, niet meer en niet minder. Laat ons dus allen feministen worden: vrouwelijk van kop tot teen en fier om het te zijn!

Als feministe leid ik een onafhankelijk leven. Ik vorm mijn eigen mening en beschik over mijn uren en mijn uitgaven zoals het mij het beste lijkt, met daarbij steeds het welzijn van degenen die mij lief zijn in gedachten.

Als feministe krijg ik bij mijn huwelijk een bruidsschat mee: de opleiding waar mijn ouders geld en tijd in staken. Verder hoeft mijn echtgenoot geen budget te krijgen om voor mij te zorgen, ik ben perfect in staat dat zelf te doen. Evenmin betaalt hij een bruidsprijs voor mij, alsof ik een verhandelbaar voorwerp zou zijn.

Als feministe houd ik mij bezig met taken waar ik goed in ben en waarvoor ik appreciatie krijg. De zorg voor het gezin wordt gedeeld naar best vermogen. Evenredig waar het kan en verder op basis van vertrouwen en gelijkwaardigheid.

Als feministe beschik ik over een lichaam dat mij toebehoort - en mij alleen. Het kan mezelf en anderen genot verschaffen wanneer en hoe ik dat verkies - en ik alleen.

Als feministe zie ik een man niet als een concurrent, aan wie ik me voortdurend moet bewijzen. Ik voel me niet beledigd wanneer een deur wordt opengehouden of iemand mij laat voorgaan. Integendeel, ik hoor de boodschap: “Ik heb je gezien, blij dat je erbij bent!”

Als feministe hecht ik veel belang aan respectvol taalgebruik. Alleen een zorgvuldige communicatie leidt tot wederzijds begrip. Ik heb geen behoefte aan insinuaties of platvloersheden, noch door mezelf, noch door mijn gesprekspartner.

Als feministe draag ik zorg voor mijn uiterlijk. Ik word dan ook blij van een compliment, of dat nu in de vorm is van een vriendelijk woord, een tweetonig fluitsignaal of een waarderende blik op het lichaamsdeel dat ik verkies te laten zien. Wees gerust, van mij krijg je nooit een opgestoken middelvinger terug.

 

Want ik ben een feministe. En een dame.