hephaistos.jpg

Afscheid van vroeger 

2.1        Moeders en dochters 

2.2        Broze verbondenheid  

2.3        Tussen trots en twijfel

2.4        Een onwelkome gast 

2.5        Bericht uit het verleden  

Slechts één godheid laat zich met arbeid in, de Olympische smid Hephaistos, beschermer van de smeden en de ambachtslui.

Volgens de legende wordt Hephaistos door zijn moeder Hera van de Olympos gegooid, wanneer ze ontdekt dat hij een manke voet heeft (ofwel wordt hij door Zeus van de Olympos gegooid, omdat Hera hem op haar eentje verwekt heeft en wordt hij daardoor mank). Hij smeedt een wapenrusting voor de held Achilleus, het schild/borstpantser van Zeus (aigis) en juwelen voor zijn adoptiemoeder. Verder ontwerpt hij driepotige tafeltjes op wieltjes, die uit zichzelf komen aanrijden en robot-dienaressen.

 

Toch was Baukis jaloers op Aspasia's sandalen.

De lagere klassen en de slaven dragen nooit schoenen. Buitenshuis worden door de rijkere dames sandalen gedragen: lederen, houten of kurken zolen die met riempjes om de enkels en de grote teen worden vastgebonden. De bovenkant van de voet blijft vrij. Om groter te lijken, kan er een extra zool ingelegd worden. Het leder wordt eerst bewerkt door leerlooiers en kan in verschillende kleuren geverfd worden. De sandalen worden op maat gemaakt door de voet van de koper af te tekenen op het materiaal. Later worden standaardpatronen gebruikt. Binnenhuis wordt meestal blootsvoets gelopen.

 

Ze werden skolion genoemd, een soort drinkliedje waarop eindeloos gevarieerd kon worden.

Een skolion is een min of meer geïmproviseerd drinklied of feestlied. Het wordt gezongen tijdens een drinkgelag en door gast na gast aangevuld, eventueel onder begeleiding van een lier. Het is iets meer gesofisticeerd dan een gewoon drinklied, omdat er op satirische wijze thema’s als vaderland, liefde, wijn, politiek en goden aan bod komen. Simonides van Keos (6de eeuw v.C.) schrijft een – in eigen tijd - beroemd skolion over de “tirannendoders” Armodios en Aristogeiton.

 

 "Mijn beste Parrasios, het doet mij plezier te zien dat ons bezoek u vreugdevol stemt.”

Parrasios van Ephese (op de kust van het huidige Turkije) is een schilder die in Athene werkt op het einde van de 5de eeuw v.C. Hij trekt de aandacht met zijn buitennissige gedrag en verschijning, met veel purper en goud. Hij is verwikkeld in een voortdurende competitie met zijn rivaal Zeuxis van Herakleia (Golf van Tarente, Italië), een innovatief en zeer realistisch schilder, die voor zijn naakten gebruik maakt van verschillende modellen en die samenvoegt tot een ideaalbeeld.

 

"Dat zal Hippokleides een zorg zijn. U mag terzake komen.”

In de “Historiën” van Herodotos wordt vermeld dat “Dat zal Hippokleides een zorg zijn” een zeer courante uitdrukking is. Hij verwijst naar de Atheense aristocraat Hippokleides, één van de huwelijkskandidaten voor de dochter van de staatsman Kleisthenes. Op een avond misdraagt die zich in dronkenschap en Kleisthenes roept hem toe “dat hij zijn huwelijk heeft verdanst”. Waarop Hippokleides antwoordt met het genoemde citaat.

 

Nog terwijl hij sprak, gaf hij de portier een teken om de poort wijd open te zetten en onmiddellijk stroomde de binnenplaats vol mensen, die door Parrasios stuk voor stuk met een geestdriftig handopsteken begroet werden.

Men begroet elkaar door de rechterhand te heffen, maar men kust niet. (Alleen bij specifieke religieuze gelegenheden worden er handen geschud.)

 

Wat Aphrodite betrof, had hij elk detail van haar adembenemend lichaam zo realistisch uitgewerkt dat zijn lichaam als dat van Pygmalion reageerde wanneer hij zijn ogen over haar heen liet dwalen.

Pygmalion is een Cypriotische prins, die verliefd wordt op een ivoren beeld, dat hij zelf vervaardigt en dat hij Galatea noemt. Aphrodite begrijpt zijn verlangen en brengt het beeld tot leven.

 

De goddelijke smidse van Hephaistos bevond zich diep onder het eiland Hiëra, één van de vuurspuwende eilanden van de god Aiolos, die daar tot taak had de winden te bewaken.

Het eiland Hiëra heet nu Vulcano en is één van de Eolische eilanden (genoemd naar de bewaarder van de winden: Aiolos), waarvan Stromboli het bekendst is. Omwille van de vulcanische activiteit wordt de goddelijke smidse hier gesitueerd. Homeros plaatst die dan weer op Lemnos, ook een vulcanisch eiland.

 

Het was een glanzende bronzen kuip, versierd met schitterend graveerwerk, dat het verhaal uitbeeldde van de vijftig dochters van Danaos, die op hun bruiloftsnacht hun echtgenoten hadden omgebracht.

Danaos is de koning van Lybia en heeft vijftig dochters, de danaïden. Wanneer de koning van Egypte beslist dat zijn vijftig zonen daarmee dienen te trouwen, vlucht hij naar Argos en hij volgt daar de koning op. Om een oorlog tussen Argos en Egypte te vermijden, schenkt hij zijn dochters als bruiden, maar hij vraagt hen om hun echtgenoten te vermoorden tijdens de huwelijksnacht. Eén dochter, Hypermnestra, voert de moord niet uit. De anderen worden door de goden gestraft en dienen in de onderwereld een bad te vullen om zich van de zonde te reinigen. Maar het “vat der danaïden” blijkt bodemloos en dus blijven ze eeuwig bezig.

 

Ze hapte naar adem en herkende zichzelf amper in het witte gezichtje dat haar aanstaarde in de bronzen spiegel, haar door één van de slavinnen voorgehouden.

Spiegels zijn van zilver of brons. Een vrouw wordt op een spiegel dikwijls afgebeeld in een Dorische peplos, met de handen in de borstplooi.

 

De liefdesgodin had altijd een zwak voor kinderen gehad.

Aphrodite heeft kinderen bij haar echtgenoot en zowat al haar minnaars. Verder heeft ze Adonis grootgebracht en de dochters van de Miletische koning Pandareos. Dezen werden wees toen Zeus hun beide ouders in rotsen veranderde (omdat Pandareos een gouden beeld uit een Zeustempel gestolen had). Maar dat volstaat niet als straf: op huwbare leeftijd worden de meisjes ontvoerd en tot slavinnen gemaakt door de erinyen.

 

Kwaadaardige woorden dringen snel door, dat mocht ze ondervinden.

De toneeldichter Sophokles van Kolonos schrijft in één van zijn stukken: “Overredingskunst om kwaad te doen, dringt gemakkelijk door.”

 

Met zijn vertrek was de lente uit het jaar gestolen.

De uitdrukking “De lente is uit het jaar gestolen” is terug te vinden in de “Historiën” van Herodotos.

 

Sappho was vast en zeker de meest getalenteerde dichteres ooit, mijlenver verheven boven haar concurrent Alkaios, die alleen populairder was omdat hij toevallig een man was.

De dichteres Sappho van Lesbos (rond 630 v.C.) wordt de tiende muze genoemd. De enkele verzen die van haar bewaard zijn, gaan meestal over haar verliefdheden op de meisjes die aan haar school voor poëzie, zang en dans studeren. Ze beschrijft haar intiemste gevoelens en dat levert haar spot op van de Grieken van het vasteland.Toch wordt algemeen aanvaard dat haar verzen uitblinken in poëtische verbeelding en grammaticale stijl. Het eiland Lesbos (noorden van Egeïsche zee) brengt veel zangers en dichters voort, naar verluidt omdat het hoofd en de lier van de legendarische muzikant Orpheus daar zijn aangespoeld na zijn dood.

 

Alkaios van Lesbos (600 v.C.) is een tijdgenoot van Sappho. Hij sympathiseert met de aristocratische partij en gaat vrijwillig in ballingschap. Zijn verzen weerspiegelen een hartstochtelijk gevoelsleven.

Hesiodos had er geen graten in gezien om te verklaren: “De man die op een vrouw vertrouwt, vertrouwt bedriegers…”.

Hesiodos geeft in zijn boek “Werken en dagen” levenslessen aan zijn broer. De regel “De man die op een vrouw vertrouwt, vertrouwt bedriegers…”” is er daar één van.

En Homeros had ergens letterlijk geschreven dat “een hoogstaande geest in een mannelijk lichaam” hem het allerwaardevolst leek.

Tijdens een dichtwedstrijd tussen Hesiodos en Homeros (die waarschijnlijk nooit heeft plaatsgevonden) stelt Hesiodos de vraag: “Kunt u mij in’t kort zeggen wat u in waarde het grootst lijkt?”, waarop Homeros antwoordt: “Dit is mijn mening: een hoogstaande geest in het mannelijk lichaam.”

Wat gaf het dat Sappho haar liefdesverzen vooral aan meisjes had gericht?

Sappho bezingt de lesbische liefde. Deze kwam in de antieke Griekse maatschappij minder aan bod, vooral omdat de vrouwen zich amper buitenshuis mochten begeven en mannen huiverachtig tot afkerig stonden tegenover het gegeven. Toch zijn er voorbeelden:

  • De band van Athena met haar vriendin Pallas is zo innig, dat ze zich na diens dood met Pallas Athena laat aanspreken.

  • Zeus verleidt de nimf Kallisto in de gedaante van Artemis. Daarop wordt ze door Hera in een berin veranderd. Later krijgt ze van Zeus een plaats tussen de sterren als grote beer en haar zoon Arkas als kleine beer (ook “de wachter” of “boötes” genoemd.)

  • Er is vaatwerk teruggevonden met lesbisch-erotische scènes (bv. een Attische roodfigurige vaas in het Tarquinia Nationaal Museum in Italë).

  • Over het krijgshaftige vok van de amazonen wordt van oudsher gezegd dat lesbische relaties tussen hen gangbaar waren.

  

Sinds hij naar het gymnasium ging, gedroeg hij zich nog tirannieker dan ervoor.

Oprichting en onderhoud van de gymnasia worden bekostigd door belastingen. Een gymnasium (“een plaats voor naaktheid”) is behalve een school vooral een sportinrichting met turnzalen, worstel- en boksterrein, terrein voor lichte atletiek, renbanen, een veld voor balspelen en – soms heel luxueuze – wasinrichtingen. De lesgevers zijn slaven. Naast gymnastiek onderwijst men ook grammatica en redenaarskunst en het – op het gehoor - bespelen van de lier, citer en dubbelfluit. Maar vooral lichaamstraining is belangrijk. Het belang van lichamelijke oefening neemt af vanaf 400 v.C., wanneer de burgerdienst plaatsmaakt voor een beroepsleger. Geestelijke ontwikkeling neemt een grotere plaats in en het gymnasium wordt meer en meer een school. In Athene waren er drie gymnasia:

  • Net buiten de stadsmuren, op de zuidelijke oever van de rivier Ilissos bevindt zich het Kynosargos.

  • In het westen is er de Akademia, genoemd naar de mythische held Akademos, die ooit Athene redde van verwoesting door de Spartanen. Ook bij latere invallen sparen de Spartanen het terrein dat bij de Akademia hoort. In 387 v.C. richt Plato hier een school voor wijsbegeerte op.

  • Het Lyceum (lykeion) ligt ten oosten van Athene. Hier ontstaat later de school van Plato’s leerling Aristoteles (384-322 v.C.).

 

De berichten uit de Peloponnesos, het schiereiland waar Sparta lag, werden steeds onheilspellender en alles wees erop dat aan de periode van vrede en welvaart over niet al te lange tijd een einde zou komen.

De Peloponnesos is genoemd naar Pelops, zoon van de titaan Tantalos, die zijn zoon slacht en opdient aan de goden. Alleen Demeter eet er een stuk van, omdat ze om haar dochter rouwt en niet oplet. De andere goden zetten hem terug in elkaar en de goddelijke smid Hephaistos vervangt zijn opgegeten schouder door een stuk ivoor. Zo wordt hij Pelops met de ivoren schouder, die later het hele schiereiland aan zijn macht onderwerpt.

 

Ze putten zich uit in complimentjes over zijn gebeeldhouwd lichaam, zijn sprekende ogen, zijn hyacinthenhaar…

Hyakinthos is de knappe minnaar van Apollo. Wanneer hij sterft, laat Apollo uit zijn bloeddruppels de hyacinth ontstaan. “Hyacinthenhaar” verwijst naar het mooi gekrulde haar van Hyakinthos, wat ook terugkomt in de bloemblaadjes van de hyacinth.

 

Ze brachten hem cadeautjes en hoopten op zijn gunsten.

De Atheense maatschappij is voor een groot stuk gebaseerd op het geven van geschenken. Mannen wedijveren met elkaar in het geven van geschenken om de gunst van een jongere minnaar. Veel ruzies zijn hierop terug te voeren. Sokrates zou geprobeerd hebben om Alkibiades “op het rechte pad te brengen” en zij zouden ook minnaars geweest zijn.

 

“Nog nooit heb ik aan iemand verantwoording afgelegd."

Wanneer Perikles een redevoering voorbereidt, waarin hij over zijn beleid verantwoording wil afleggen, vraagt Alkibiades zich af of hij niet beter zou bestuderen hoe hij géén verantwoording hoeft af te leggen.

 

"Sorry… Hermes kwam voorbij,” mompelde hij.

Van de god Hermes wordt gezegd dat hij het woord van de goden naar de stervelingen brengt, maar hij verspreidt ook onbetrouwbare en onzuivere communicatie. Als er in een gesprek een plotse stilte valt (en de communicatie dus verbroken wordt), zegt men: “Hermes komt voorbij”.