Hestia.jpg

Afscheid van vroeger 

2.1        Moeders en dochters 

2.2        Broze verbondenheid  

2.3        Tussen trots en twijfel

2.4        Een onwelkome gast 

2.5        Bericht uit het verleden  

Zij brengt families samen rond de vuurplaats en waar harmonie heerst, is Hestia onder hen.

De godin van de huiselijke haard, Hestia, mengt zich niet in de Olympische intriges en staat volgens sommigen haar plaats zelfs af aan Dionysos. Zij is in elk haardvuur aanwezig.

 

Hij moest de belangrijkste toespraak van zijn leven geven.

Minderjarigen, vrouwen, metoiken, slaven en vrijgelatenen worden bij een rechtszaak vertegenwoordigd door hun vader, echtgenoot, meester of patroon. Slaven kunnen alleen een getuigenis leveren als ze na marteling verkregen is. Eigenaars bieden zelf aan hun slaaf te laten martelen of bieden hun tegenstander aan het te doen. Een veroordeling kan leiden tot een boete of een andere straf, waarover weer gestemd moet worden. Financiële straffen zijn boetes tot confiscatie van goederen, persoonlijke straffen zijn tijdelijke tot definitieve verbanning, verlies van burgerrechten, gevangenis (gewoonlijk voor niet-burgers, tenzij ze op hun doodstraf wachten), geseling op het wiel, brandmerken, aan de schandpaal zetten en de doodstraf. Verder kan er een verbod opgelegd worden op toegang tot de tempel, de schande van een inscriptie op een stele of het ontzeggen van een begrafenis.

 

Als in een waas hoorde hij de jury de eed uitspreken.

Een jurylid krijgt in Perikles’ tijd 1 obool per zittingsdag. Onder zijn opvolger Kleon wordt dit verhoogd naar 3 obolen.

 

De hele nacht had hij aan zijn redevoering gewerkt, samen met enkele van de meest briljante geesten van Athene.

Perikles omringt zich met intellectuelen en wetenschappers. De filosoof Sokrates wordt in 469 v.C. geboren als zoon van een steenhouwer en een vroedvrouw. Protagoras van Abdera (Thrakische kuststad-490-420 v.C.) is een agnostisch filosoof, bekend door zijn uitspraak: “De mens is maat van alle dingen.” Ion van Chios (Egeïsch eiland-490-422 v.C.) schrijft tragedies en allerhande proza en poëzie. Prodikous van Keos (Cycladeneiland-564-395 v.C.) is een rondreizende filosoof, die Athene vaak bezoekt om er les te geven.

 

Fragmenten uit de toespraak zijn ontleend aan de verdedigingsrede, die de historicus Thoukydides van Halimous Perikles in de mond legt in zijn boek over de Peloponnesische oorlog.

 

“Of hechten jullie soms geloof aan de bakerpraatjes dat haar wellust bij mij haaruitval veroorzaakt?”

Het volksgeloof gaat ervan uit dat veeleisendheid van de vrouw op seksueel gebied bij de man voortijdige kaalheid veroorzaakt.

 

Als zij hier aanwezig was, zou ik haar vragen om zich van haar peplos te ontdoen, om zich aan jullie te vertonen zoals de goden haar gevormd hebben.

Volgens sommige bronnen wordt Aspasia ervan beschuldigd de zeden te bezoedelen. Enkele decennia later, in de loop van de 4de eeuw v.C. wordt volgens de overlevering een gelijkaardig proces gevoerd tegen de hetaira Phryne, het favoriete model van de beeldhouwer Praxiteles (beroemd omwille van zijn sublieme weergave van het menselijk lichaam, te bewonderen in zijn Aphroditebeelden). Op verzoek van haar advocaat ontbloot ze haar borsten en wegens haar overweldigende schoonheid wordt ze vrijgesproken. (De Australische auteur Kerry Greenwood noemt het hoofdpersonage in haar historische detectivereeks waarschijnlijk niet toevallig Phryne Fisher…)

 

“Zoals ik hier en nu verantwoording afleg, voor deze rechtbank die door onze godin Athena zelf werd ingesteld en waarin jullie zetelen om niet alleen aan Aspasia, maar aan de godin zelf recht te doen!”

De rechtbank in Athene is volgens de legende ingesteld door de godin Athena in de nasleep van de Trojaanse oorlog. De oorlogsheld Orestes vermoordde zijn moeder en haar minnaar uit wraak voor de moord op zijn vader. Hij wordt daarvoor achtervolgd door de wraakgodinnen (erinyen). In de tempel van Athena roept hij de godin aan en zij neemt zijn verdediging op zich. Hij wordt vrijgesproken en als zoenoffer krijgen de wraakgodinnen een heiligdom op de Akropolis.

 

Ze dacht aan de zonen van Perikles uit zijn eerste huwelijk, Xanthippos en Paralos, die ergens op een verre expeditie waren.

Uit het huwelijk met Makaria heeft Perikles twee zonen, Xanthippos (°460 v.C.), genoemd naar Perikles’ vader en Paralos (°458 v.C.). Ze worden allebei in 440 v.C. uitgestuurd naar Samos (eiland voor de Ionische kust), om daar een opstand neer te slaan.

 

De twee stadsstaten, Athene en Sparta, waren vijanden sinds hun ontstaan.

Sparta of Lakedaimon ligt aan de Eurotas in Lakonia. Het is het voornaamste centrum der Doriërs, die zich hier vestigen bij hun immigratie rond 1 200 v.C. Ze richten zich vooral op machtsuitbreiding op de Peloponnesos en stichten slechts één overzeese kolonie, Tarentum in Zuid-Italië. (Er wordt verteld dat die nederzetting is ontstaan doordat overspelige vrouwen hun bastaardkinderen moesten wegsturen tegen dat hun mannen terugkwamen van een militaire missie.) De jaren 546-520 v.C. zijn de jaren van Sparta’s grootste macht. De Spartanen gaan prat op hun sobere, Dorische levensstijl en paraatheid voor de strijd, in tegenstelling tot de meer Ionische levensstijl van de andere Griekse poleis, d.w.z. meer gericht op luxe en genot.

 

Tijdens de 50 jaar tussen de Perzische oorlogen  en Peloponnesische oorlog beleeft Athene het toppunt van zijn macht. In 449 belegt Perikles een Grieks congres in Athene, waar Sparta niet aan deelneemt. Er komt een einde aan de Helleense alliantie tegen Perzië en er ontstaat een Delisch-Attische zeebond en een Peloponnesische Bond. De macht van Athene neemt steeds toe en dit wekt onrust in de Peloponnesische bond. (Hadden de bondgenoten van Sparta in de noordelijke Peloponnesus zich van Sparta afgekeerd en zich tot Athene gewend, dan had er een Atheens democratisch rijk kunnen ontstaan van Noord-Afrika tot de Zwarte Zee.)

 

In 446 v.C. wordt voor een periode van 30 jaar vrede gesloten tussen Athene, Sparta en hun bondgenoten. De zin: “dezelfde mensen als vriend en vijand beschouwen” is een geijkte formule in een vredesverdrag, dat beide partijen verplicht aan de acties van de andere partij deel te nemen. Ondertussen echter bouwen beiden de allianties uit. (In 446 v.C. onderhandelt Perikles ook de vrede van Susa met de Perzen, waarin wordt bepaald dat het Perzische leger het Griekse kustgebied van Klein-Azië met rust zal laten.)

Aspasia had zelfs nog nooit opdracht gegeven om haar haar te knippen, zodat het nu tot halverwege haar rug reikte.

Slavinnen dragen het  haar kort. (Syrische slaven hebben lange lokken.) Om het te knippen gebruikt men een schaar, waarvan de benen niet in het midden verbonden zijn, maar achteraan.

 

De deur vloog open en met wapperende chiton stoven twee jongens naar binnen.

Kinderen dragen de chiton zonder riem.

 

"Vrij! Gedaan met saaie lessen voor vandaag!"

Vanaf 7 jaar krijgt een jongen 's ochtends les van een slaaf-pedagoog. Het onderwijs kan aan huis georganiseerd worden of in een privéschool, die niet door de stad wordt gefinancierd, maar door de ouders zelf. De jongeman leert lezen en – een beetje - schrijven en de werken van de dichters Homeros en Hesiodos (700 v.C.) werden uit het hoofd geleerd. Voor het rekenen gebruiken de kinderen steentjes en een abacus. De nul kennen ze niet.

 

Met Pikkels had ze gebikkeld, tikkertje of stokbal gespeeld en hij had haar nooit anders behandeld omdat ze een meisje was.

Een opgeblazen varkensblaas doet dienst als (voet)bal. Verder wordt er gespeeld met tollen, knikkers, rammelaars, hoepels, stelten, dobbelstenen, jojo’s, tamboerijnen, poppen en bikkels. Ze kennen ook de schommel en de wip.

 

Het was zo’n mooie wereld geweest, tot Alkibiades op het toneel verscheen en alles veranderde.

Alkibiades wordt geboren in 450 v.C., als zoon van een aanzienlijke familie. Hij is een zeer begaafde en gefortuneerde jongeman die de leer der sofisten in praktijk brengt en alles ondergeschikt maakt aan zijn eerzucht. Hij groeit op in het huis van zijn oudoom Perikles tot een heel knappe – en bijzonder ijdele - jongeman, met donkere krullen.

 

Zijn eigen zonen met Aspasia zouden nooit een rol van betekenis kunnen spelen op het politieke toneel, omdat ze een niet-Atheense moeder hadden.

Om burgerrecht te verwerven moet oorspronkelijk alleen de vader een burger zijn. Het is Perikles zelf, die in 451 v.C. de wet aanpast, zodat ook de moeder Atheens burgeres moet zijn. Het burgerrecht kan niet doorgegeven worden door een vrouw, die zonder bruidsschat getrouwd is, of door een vrije vrouw aan haar buitenechtelijk kind. Bij een tekort aan mannen kan een kind van een vrije man en een metoikenvrouw wel het burgerrecht verkrijgen, nooit andersom. Het Atheens burgerrecht kan bij decreet verstrekt worden aan een verdienstelijk persoon; het kan ook afgenomen worden. Vrijgelaten slaven kunnen in Athene nooit burgerrecht verwerven. Tijdens het feest van de Apatouria (okt.-nov.) neemt de vader zijn 18-jarige zoon mee om hen aan de leden van zijn broederschap voor te stellen. Zijn vader zweert dat zijn zoon stamt uit een huwelijk met “een vrouw van de stad”, zonder haar naam te noemen. De fratria controleert de leeftijd en beslist bij handopsteking of de jongen wettig geboren is en tot de vrijen behoort. Bij twijfel komt de zaak voor de rechtbank en bij bedrog wordt de jongeman door de staat als slaaf verkocht. Indien alles in orde is, wordt de jongeman met de naam van de vader en moeder ingeschreven. Hij ondergaat nog een fysieke bekwaamheidsproef en wordt vervolgens al of niet toegelaten tot de militaire opleiding. Vanaf dan is hij ephebe, jonge burger.

 

Eris beschouwde het als een erezaak om elke smeulende onrust op te stoken tot een laaiend vuur van haat.

Eris is de godin van tweedracht en twist, volgens sommigen een dochter van de oergodin Nyx, volgens anderen de tweelingzuster van Ares. Wanneer zij niet uitgenodigd wordt op het huwelijksfeest van de sterveling Peleus en de zeenimf Thetis (de latere ouders van de held Achilleus), werpt ze een “twistappel” op tafel, met het opschrift “Voor de mooiste”. Hera, Athena en Aphrodite komen voor deze titel in aanmerking en ze laten de beslissing aan de Trojaanse koningszoon Paris.  Aphrodite belooft hem de mooiste vrouw en hij kiest haar. De mooiste vrouw is Helena van Sparta, dochter van Zeus en de Spartaanse koningin Leda, dus Paris schaakt haar en de Grieken verenigen zich om haar terug te halen. (Hier ontstaat de onverzoenlijke haat van Hera en Athena voor de Trojanen.)

 

“Homeros is de grootste dichter onder de Grieken!"

Volgens de Grieken is de blinde dichter Homeros (ong. 750 v.C.) afkomstig uit Smyrna en heeft hij zijn dichtkunst geleerd van Manto, dochter van de mythische waarzegger Teiresias. Homeros wordt zo bewonderd, dat hij kortweg “de dichter” wordt genoemd. Hij is de auteur van de Ilias (over het laatste jaar van de Trojaanse oorlog) en de Odysseia die zich zouden afgespeeld hebben rond 1 200 v.C. Heden is men er zelfs niet zeker van of Homeros ooit heeft bestaan. Zijn werk is samengesteld uit mondelinge overlevering en vroege geschriften uit Ionië. Naast zijn werk, zijn ook de boeken van Hesiodos van belang voor de Griekse godenleer. Hesiodos is een Boiotische boer (ong.700 v.C.), die van de muzen de opdracht krijgt om een “theogonie” samen te stellen: een genealogie van de goden. De overgeleverde versies van de geschriften van deze dichters zouden op schrift gesteld zijn rond 550 v.C.

 

“Pfft, oorlog om een vrouw!” blies Alkibiades, om duidelijk te maken wat voor een idioot idee hij dat vond.

Na de schaking van Helena van Sparta wordt Troje 9 jaar lang belegerd door het verbond van Griekse steden. Vervolgens wordt de stad door een list veroverd (bedacht door de held Odysseus). De Grieken bouwen een reusachtig houten paard, waarin ze soldaten verstoppen. Dan doen ze alsof ze vertrekken. De Trojanen halen het paard binnen de muren en de verborgen soldaten openen de poorten.

 

Maar hij glimlachte al gauw en spuwde een muntje uit, op de grond voor de jongens hun voeten.

Als mannen de boodschappen doen, houden ze het kleingeld in hun mond. Bij een hartelijke begroeting tussen vader en dochter, kan er zo geld uit hun mond gevist worden. (Als iemand overleden is, wordt ook een muntje onder de tong gelegd om te kunnen betalen voor de oversteek naar het dodenrijk.)

 

"Kom toch verder, Sokrates, Kriton, jullie kennen de weg!"

Kriton van Alopeke (469-4de eeuw v.C.-Athene) is een jeugdvriend van de beroemde filosoof Sokrates, die hem tot zijn dood blijft bijstaan.

 

 

"Sokrates is een oude zeurpiet," sneerde hij. "En hij is lelijk en hij stinkt!"

Sokrates wordt door zijn tijdgenoten als uiterlijk onaantrekkelijk beschreven. Hij laat zich niet betalen voor zijn lessen, maar zoekt contact met medemensen uit alle lagen van de bevolking en legt hen de vragen voor die hem bezighouden. Hij krijgt dan ook leerlingen met totaal uiteenlopende visies, zoals de cynicus Antisthenes (445-365 v.C.) en de hedonist Aristippos (435-360 v.C.). Het is niet duidelijk waarmee hij in zijn onderhoud voorziet. Sokrates heeft zelf geen geschreven werk nagelaten. Zijn ideeën werden bekend door de geschriften van zijn leerling Plato (427-347 v.C.).

 

"Aspasia, lieve bosnimf..." begon hij, maar hij werd in de rede gevallen door Perikles junior.

Nimfen zijn natuurgodinnen zonder individuele karakteristiek. Ze worden ingedeeld in oceaannimfen (nereïden,dochters van oude zeegod Nereus, die zelf een zoon is van de oergoden Gaia, aarde en Pontos, zee), riviernimfen (naiaden), bosnimfen (dryaden) en bergnimfen (oreaden).

 

“Van één van mijn geëerde collega-filosofen waarschijnlijk, die zichzelf zo fier de slimmerds laten noemen…”

Sokrates kant zich tegen de negatieve houding van veel tijdgenoot-filosofen, die sofisten (lett: “slimmeriken”) genoemd worden. Zij hechten meer aandacht aan vorm dan aan inhoud. Goed en kwaad worden gemeten aan de belangen van de individuele mens. In het recht wordt natuurrecht boven het door de gemeenschap vastgelegde recht gesteld. Ze bieden tegen – dure - betaling hun diensten aan aan jonge en rijke, meestal aristocratische politici. Ze leren hen de kunst van het uitblinken (arete), vooral in de redenaarskunst, maar ook op gebied van wiskunde, wetenschap, literatuur, filosofie, staatkunde en krijgskunst. Een bekend sofist is Gorgias van Leontini (480-376 v.C.-Sicilië), die het bestaan van een objectieve waarheid ontkent. Prodikous van Keos is een gematigd sofist, net zoals Protagoras van Abdera en Hippias van Elis (450-399 v.C.). Filosofen en redenaars dragen de mantel soms als enig kledingstuk. Daarbij draaien ze zich er helemaal in, zodat ze niet in de verleiding komen om hun woorden met overdadige armbewegingen te onderstrepen, zoals opgewonden burgers op de agora wel eens doen.

 

"Maar dan heb je drie muren naast elkaar. Is dat niet een beetje bizar?"

Tussen 462 en 458 v.C. worden er twee “lange muren” van de stad naar de kust gebouwd: één 6 km lange van de Pnyxheuvel naar Piraeus en één 5 km lange van de Muzenheuvel naar de vissershaven Phaleron. Enkele jaren later adviseert Perikles een derde muur te bouwen, ten zuiden van de muur naar Piraeus. Hij loopt evenwijdig aan de eerste muur, zodat een 167 m brede corridor tussen stad en haven ontstaat. De muur naar Phaleron wordt hierdoor overbodig en er zijn geen aanwijzingen dat hij ooit wordt gebruikt.

 

Naast Sokrates en Kriton waren er ook de filosoof Protagoras, de schrijvers Ion en Euripides, dokter Hippokrates, Lampon de ziener en de beeldhouwers Myron en Alkamenes.

Myron (actief tussen 480-440 v.C.) van Eleutherai (grens Attika-Boiotia) werkt als bronsgieter in Athene. Hij werkt met de verloren was-techniek. Het beeld “de discuswerper” wordt aan hem toegeschreven.

 

“Ik vrees dat dit een vraag is, die zelfs de zeven wijzen niet zouden kunnen beantwoorden, alleen de goden."

In de Griekse oudheid werden deze filosofen als de “zeven wijzen” beschouwd:

  • Pittakos van Mytilene (ong. 640-568 v.C.): brengt een compromis tot stand tussen volk en adel en voert Lesbos naar grote bloei

  • Thales van Milete (ong. 624-545 v.C.): ziet water als het oerbeginsel waaruit alles is “geëvolueerd” (sic!), demonstreert de aantrekkingskracht van barnsteen.

  • Solon van Athene (ong. 636-558 v.C.): regelt een compromis tussen volk en adel in Athene en voert in dat alle vrije burgers mogen stemmen in de volksvergadering. Hij is van mening dat iemands levenseinde mooi moet zijn, vooraleer je kan oordelen of hij een gelukkig leven heeft geleid. Eer iemand gestorven is, kan je hem niet gelukkig noemen, enkel welvarend.

  • Periander van Korinthe (2de helft 7de eeuw v.C.): beknot de voorrechten van de adel en brengt Korinthe tot grootste bloei.

  • Bias van Priëne (6de eeuw v.C.):  filosoof die steeds de gulden middenweg zoekt.

  • Chilon van Sparta (6de eeuw v.C.): Spartaans politicus die de gematigdheid propageert.

  • Kleoboulos van Lindos (+530 v.C.): tiran van Lindos op Rhodos, die eveneens naar gematigdheid streeft.

 

Al gauw was ze er net als hij van overtuigd dat alleen filosofen in staat waren om een stad op eerlijke manier te besturen.

Sokrates vindt dat de stad geregeerd moet worden door wijsgeren. Hij onderzoekt vraagstukken met betrekking tot waarheid en ethiek, maar beweert dat het hem zelf aan wijsheid ontbreekt. Hij hanteert de inductieve methode: via vraag en antwoord wordt gezocht naar het algemeen geldende. Hij erkent ook de stem van het geweten, een instinctief, irrationeel besef van hogere waarden, dat de mens afhoudt van verkeerde handelingen.